Boris van der Ham en Petra Hogewerf schreven op 15 augustus een opiniestuk in de Volkskrant over het Amsterdams filmbeleid. Van der Ham stelde onlangs voor meer geld voor de Nederlandse filmsector. Petra Hoogerwerf is gemeenteraadslid voor D66 in Amsterdam. Onlangs schreef zij het voorstel "Rol de rode loper uit voor filmmakers", met daarin een aantal voorstellen die Amsterdam aantrekkelijker en gastvrijer voor filmmakers moeten maken. Weg met de bureaucratie!

"Als Amsterdam ook op lange termijn wil blijven meedraaien in de wereldeconomie is het zaak dat wij nú investeren in de kracht van de stad", valt te lezen op de gemeentelijke website over Amsterdam Topstad. Dat klinkt goed, maar wat doet Amsterdam nu écht om de lokale economie te versterken en ruimte te scheppen voor nieuwe banen? Dat valt soms nogal tegen. Bijvoorbeeld als het gaat om creatieve banen in de film- televisie- en reclamesector. Filmmakers die in Amsterdam willen filmen stuiten op een muur van bureaucratie en heel veel regels, die per stadsdeel ook nog eens kunnen verschillen. Wie op verschillende locaties in verschillende stadsdelen wil filmen moet bij ieder stadsdeel apart de hele vergunningprocedure doorlopen. Procedures duren vaak wekenlang en bieden weinig flexibiliteit wanneer filmmakers om artistieke of praktische redenen van locatie willen veranderen. Nachtopnamen zijn in de praktijk niet toegestaan, terwijl er toch echt scènes 's nachts moeten worden gefilmd. De gemeente heeft zelfs regels over de manier waarop de cast aan broodjes moet komen. Filmmakers wijken daardoor uit naar andere steden in binnen- en buitenland. Dat is jammer voor Amsterdam, want de gemeente loopt kansen mis op gratis reclame. Beelden van Amsterdam gaan immers de hele wereld dankzij een deels in Amsterdam geschoten film als Ocean's Twelve. Wat Amsterdam echter vooral niet lijkt te beseffen is dat de stad vooral veel banen en investeringen in de lokale economie misloopt. Ter illustratie: tijdens het filmen van een grote buitenlandse commercial wordt er lokaal al snel tussen de 200.000 en 500.000 euro uitgegeven. Juist in een tijd dat het economisch wat minder goed gaat moet de overheid actief inzetten op het scheppen van ruimte voor nieuwe banen. Dat het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie geen daadkracht toont en slechts op de winkel past wisten we al. Maar van een College dat van Amsterdam een Topstad wil maken mag je verwachten dat zij banenkostende bureaucratie aanpakt. Hoe het ook anders kan laten steden als New York en Rotterdam zien. Deze gemeenten kiezen ervoor om filmmakers te faciliteren en te stimuleren. Er is in Rotterdam één aanspreekpunt voor filmmakers: de filmcommissioner. Deze helpt filmmakers bijvoorbeeld met vergunningen, bij het vinden van Rotterdamse cast, - crew en " facilitaire bedrijven en denkt mee over geschikte locaties. Rotterdam houdt er wél rekening mee dat men in de film- en tv-wereld vaak met een korte termijnplanning werkt en is veel sneller met het behandelen van vergunningaanvraag: in Rotterdam is de uiterste aanvraagtermijn afhankelijk van de grootte van de opnamen tussen de drie en twintig dagen voor de aanvang van de opnamen, in Amsterdam is dat tussen de twee en acht weken. Het resultaat: Rotterdam staat in binnen- én buitenland bekend als gastvrije en aantrekkelijke stad voor filmmakers, en de laatste jaren zijn de omzet in de filmsector, het aantal banen en het aantal bedrijven in de sector flink gestegen. Amsterdam kan dan ook een voorbeeld nemen aan Rotterdam, New York en heel veel andere steden die inzien dat het faciliteren en stimuleren van filmmakers ook heel veel oplevert. In plaats van bureaucratie en verwarrende regels zou Amsterdam filmmakers gastvrijheid en faciliteiten moeten bieden. Dat kan bijvoorbeeld door het instellen van een filmcommissioner: het aanspreekpunt voor filmmakers en overheidsinstanties. De filmcommissioner bemiddelt, adviseert en ondersteunt en werkt aan betere afstemming en communicatie tussen stadsdelen als het gaat over filmbeleid. Ook zou Amsterdam een eigen Amsterdams Filmfonds kunnen oprichten waarmee aanstormend filmtalent geld kan lenen om films te maken, op voorwaarde dat die tenminste voor een deel in Amsterdam worden gemaakt (en het geld dus ook wordt uitgegeven in de regio Amsterdam). Tot slot is het van belang om snel iets te doen aan alle regelgeving en bureaucratie in Amsterdam: kortere aanvraagtermijnen voor vergunningen, meer flexibiliteit, minder rigide regels voor nachtopnamen en catering en geen gedoe met verschillende procedures in verschillende stadsdelen met verschillende regels. Dat meer vrijheid niet tot enorme overlast voor bewoners hoeft te leiden hebben vele andere steden al laten zien. Amsterdam wil graag een Topstad zijn. Dat klinkt misschien vaag, maar het komt uiteindelijk neer op de vraag: hoeveel ruimte geef je aan creativiteit en ondernemerschap? Smoor je creativiteit bedoeld of onbedoeld in de kiem met je eigen bureaucratie en regels of geef je creativiteit de ruimte door te kiezen voor gastvrijheid, levendigheid en faciliteren? D66 kiest voor het laatste. Kortom, Amsterdam: rol de rode loper uit voor filmmakers! Boris van der Ham Petra Hogewerf