Home>>Nieuws>>Van der Ham houdt openingsspeech Theaterfestival

Van der Ham houdt openingsspeech Theaterfestival

04 sep 2014
Van der ham houdt ppeningsspeech theaterfestival

Tussen vier en veertien september wordt het Nederlands Theaterfestival gehouden in Amsterdam. Onder leiding van juryvoorzitter Boris van der Ham zijn de elf meest belangwekkende voorstellingen geselecteerd, die opnieuw worden getoond. Ook zijn er tal van nieuwe voorstellingen te zien. Bij de opening van het festival hield juryvoorzitter Van der Ham een toespraak. Over nieuw talent, samenwerking en zijn verliefdheid voor Linda van Dyck.

Dames en heren,

Ik hou van toneel

Als klein jongetje ging ik al samen met mijn vader en zusje naar jeugdtheater de Krakeling – hier om de hoek

Ik speelde toneel bij een amateurgroep, in de schoolmusical,  ik schreef toneelstukken en regisseerde die.

Vanaf mijn 15de jaar nam ik zelf de bus vanuit Nieuwkoop – waar ik met mijn moeder woonde -  naar Amsterdam, en zag in het Nieuwe de La Mar Kees Brusse spelen met… Linda Van Dyck.

Op Linda van Dyck was ik een beetje verliefd

Die liefde begon toen ik haar als jongen van tien zag in de tv-serie Willem van Oranje, waar Willems’ opstandige vrouw Anna van Saksen speelde.

En hoewel ik inmiddels qua voorkeuren een andere aftakking heb genomen, ben ik nog steeds wel een beetje ‘op’ haar.

Ik kwam haar een paar jaar geleden tegen, schudde haar hand, en werd helemaal overvallen verlegenheid.

Linda van Dyck...

Later ging ik naar meer klassieke toneelstukken, ook in deze schouwburg.

Ik zag Spoken van Ibsen, met Ellen Vogel in de hoofdrol.

Langzaam werd mijn kennis en smaak verbreed.  Ik was verslaafd aan theaterbezoek.

Precies 20 jaar geleden, na een paar jaar geschiedenis te hebben gestudeerd omdat ik ook nog politieke ambities had, deed ik auditie aan de Toneelacademie Maastricht. Waar ik werd aangenomen...

En, dames en heren, dat luidde een resoluut einde aan mijn obsesief toneelbezoek in.

Door die studie aan de toneelacademie, daarna zelf op het podium staan, toen tien jaar Kamerlidmaatschap was het praktisch niet meer te doen.

Als juryvoorzitter van de Theaterfestival heb ik dat ruimschoots in kunnen halen.

En dat was geen straf

In de politiek heb ik veel over kunst en cultuur beleid gedebatteerd, BTW verhogingen bestreden, enzovoort, maar praten over kunst en cultuur is eigenlijk stomvervelend – je moet het zien.

En wat worden er toch prachtige dingen gemaakt.

Ja, niet alles hoor – ik heb ook wel erg lelijke voorstellingen gezien. Maar dat mag ook af en toe.

Het meeste is mooi, interessant in ieder geval.

En waar ik - vers van de toneelschool - nog wel eens in de zaal zat, kijkend naar een collega acteur, en nog wel eens bevangen kon worden door afgunst.

Zo van:  “Verdomme, waarom speelt hij die rol zo goed? Laat hem doodvallen”

Ik weet dat sommige acteurs dit herkennen.

Van dat soort giftige ruis was ik helemaal clean. Ik kon oprecht genieten van oud-collega’s.

En dat geldt ook voor mijn medejuryleden. Een diverse jury met theaterdirecteuren, recensenten, theaterwetenschappers die met veel liefde voor het vak de meeste producties van het afgelopen jaar hebben bekeken.

En wat viel  ons dan op?

Allereerst hoe veerkrachtig de toneelsector is

Ja, de klap van de crisis is hard, en die van de bezuinigingen, en van het maatschappelijk klimaat rond kunst en cultuur

Maar dat weerhoudt makers er niet van boeiende voorstellingen af te leveren.

De in onze ogen meest belangwekkende zijn tijdens dit festival te zien.

Experimenteel, ‘The Truth About Kate’

Speels, zoals ‘Felini’

Er is ondernemerschap. Het Nationale Toneel werkte samen met een commerciële partij voor de productie van Anne. Een nieuw stuk, in een gloednieuw theater.

We zagen maatschappelijk geëngageerde voorstellingen als Jeremia. Ze namen als thema radicalisering en de illusie van de multiculturele samenleving. Over deze voorstelling is veel geschreven. Kamerleden van links tot behoorlijk rechts kwamen kijken. Het prikkelde, het zette je op een ander been. Het deed twijfelen aan politiek correcte reflexen.

Een meer persoonlijke kant van de botsing tussen de islamitische cultuur en de Nederlandse toonden de makers van ‘Schijn’

Poëtisch, als ‘Met mijn vader in Bed’

Virtuoos spel in ‘Who’s afraid of virginio woolf’

We genoten van uitmuntende ambachtelijk voorstellingen zoals ‘Lange Dagreis naar de nacht’ en ‘De ideale man’

We waren verrast door Hamlet vs. Hamlet.

We zagen bij alle voorstellingen, ook de voorstellingen die hier niet geselecteerd zijn, noeste arbeid en overgave.

Als iedereen in Nederland de zelfde uren zou draaien, en de zelfde werkdrift hebben zou hebben als mensen in de podiumkunsten, dan zouden we in een keer uit de economische crisis schieten.

Dat mag ook wel eens gezegd worden.

Maar wat ook gezegd moet worden is dat veel noeste arbeid wordt verricht voor een inkomen ver beneden het minimum. Arbeid moet lonen, wordt er altijd gezegd. Terecht. Dus als je door keihard te werken amper je huur kan betalen, dan is er iets mis.

En er is meer reden tot zorg.

Zo is door het lukraak schrappen van theaterwerkplaatsen weinig ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe theatermakers.

Dat beleid raakt de hele theatersector

Vandaag heb ik met mijn collega juryvoorzitter van de musical awards, Cornald Maas, in het NRC handelsblad een pleidooi gehouden dit tij te keren.

Want hoewel minister Bussemaker (Cultuur) vorige week aankondigde weer te willen investeren in talentontwikkeling, is daarmee de kou zeker niet uit de lucht.

Theaters moeten vaak noodgedwongen risico’s vermijden, en nieuwe makers worden geweerd.

Of het nu makers in het toneel zijn, dans, mime, of frisse ideeën zijn van bijvoorbeeld het M-lab voor nieuwe musicals – er sijpelt te weinig door naar de grote podia.

Met een toefje extra geld kom je er niet. We zullen samen de risico’s moeten afdekken, nieuwe vormen bedenken om al die creativiteit een podium te bieden. We zijn daar met z’n allen – dwars door alle theaterdisciplines – verantwoordelijk voor.

Ook inhoudelijk is samenwerking nuttig en vaak vruchtbaar.

Combinaties van mime, dans, cabaret, muziek en toneel leveren prachtige voorstellingen op. Grote gezelschappen werken samen met kleine, zoals Toneelgroep Amsterdam en De Warme Winkel. Toneelacteurs spelen in musicals, en omgekeerd. Grenzen vervagen, en dat is uitstekend.

Maar te vaak leven de verschillende genres nog in aparte werelden.

Zo had het RO-theater had er als gesubsidieerd toneelgezelschap bijvoorbeeld nooit over gedacht om hun muziektheatervoorstelling 'Woef Side Story'  te laten meedingen voor een Musical Award. Aan de andere kant had de musicalwereld tot dan toe nog nooit van het RO-theater gehoord.

Toen deze twee werelden alsnog bijeen gebracht werden werd de voorstelling uiteindelijk gelauwerd met vijf prijzen.

Omgekeerd zijn theatermakers vaak positief verrast door het inhoudelijke lef  van vrije producten en hoe professioneel er wordt gewerkt aan publieksbinding en marketing.

Het loont om bij elkaar over de schutting te kijken

En het is belangrijk als ook het publiek, niet gehinderd door vooroordelen of onwetendheid, warm gemaakt wordt voor de diversiteit aan theatervormen en voorstellingen. 

We zijn elkaars gids.

We zijn van elkaar afhankelijk.

En dat moeten we wat mij betreft ook meer laten zien.

Aan het einde van dit festival is er het gala van het Nederlands theater. De toneelprijzen worden uitgereikt. Dat wordt weer een prachtig feest, komt allen!

Maar, en ik zeg dit – overigens samen met Cornald Maas – op persoonlijke titel, het zou voor de toekomst een mooi gebaar zijn als we van zo’n avond nog breder een avond van het theater in zijn geheel kunnen maken.

Nu worden in Nederland allerlei theaterprijzen los van elkaar uitgereikt, een beetje verzuild. Maar in Groot Brittannië  zitten tijdens de jaarlijkse Olivier-awards toneelacteurs, dansers, toneelschrijvers en musicalsterren gebroederlijk naast elkaar.

Het is al een paar keer geprobeerd om zoiets ook in Nederland mogelijk te maken, en er zijn vast allemaal hele goede, praktische bezwaren maar ik denk dat we het gewoon moeten doen.

Vier in ieder geval de onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid.

Dames en heren,

Nog een hartenkreet van mijn kant.

En dat heeft te maken met het ontwikkelen van oorspronkelijk Nederlands repertoire.

Er worden al dappere pogingen gedaan – hulde!-  maar er mag door iedereen een tandje bij.

Natuurlijk, speel de koningsdrama’s van Shakespeare – prachtig! - en blijf Tjechov en Ibsen doen.

Maar waar werk ook aan nieuwe klassiekers.

En geef ze een podium.

Dit jaar najaar komt het National Theatre in London met drie geheel nieuwe historische koningsdrama’s.

Dat is op voorhand al spannend en vrijwel uitverkocht.

Dat moet ook in Nederland kunnen. 

Maar ook nieuw actueel drama blijft nodig. De toneelvoorstelling ‘De Verleiders’, over de vastgoedfraude, bewees al dat daarvoor een groot publiek bestaat.

Een gezonde toneelschrijfcultuur is ook belangrijk voor de kwaliteit van drama buiten het theater, het helpt de ontwikkeling van scenario’s voor tv en film.

Zie het ontwikkelen van nieuw repertoire als een gedeelde erezaak.

En mocht u na deze oproep het idee krijgen om bijvoorbeeld een mooi nieuw koningdrama te maken over bijvoorbeeld Willem van Oranje, dan offer ik me bij deze op om de titelrol te spelen.. op voorwaarde dat Linda van Dyck mijn vrouw speelt.

Dames en heren, tot slot

Er valt altijd wat te klagen

Dat er meer dit en minder dat moet gebeuren

Maar tijdens dit theaterfestival tonen we

Hoe er wordt samengewerkt

Hoe er lef wordt getoond

Hoe er wordt verwonderd

Ja, er is weer veel te doen komend jaar

Strijd te leveren

Voorstellingen te maken, en te zien

Het zal weer druk worden,

Er zal wel weer gedoe zijn.

Ongetwijfeld

Maar wees deze week vooral eventjes heel trots op het Nederlands Toneel.

Dank u wel

--------

Boris van der Ham schreef een boek over de overeenkomst tussen toneel en politiek. 'De Koning Kun Je Niet Spelen' is te koop in de boekwinkel en online via o.a. www.dekoningkunjenietspelen.nl