Home>>Nieuws>>Participatiesamenleving humaan?

Participatiesamenleving humaan?

02 nov 2014
Participatiesamenleving humaan

Onder de vlag van de participatiesamenleving worden veel anti-participatiemaatregelen genomen, vertelde Evelien Tonkens vanavond in de Socrateslezing aan 450 mensen in de Rode Hoed. De verbetering van formele grootschalige arragementen is opgegeven door de overheid. Informalisering is het alternatief. Maar de nadelen daarvan worden te weinig onderkend.

Voorzitter Boris van der Ham leidde de middag met o.a. deze woorden in: "Deze lezing staat in het teken van de participatiesamenleving. Het is zo’n woord dat op de tekentafel van politieke spindokters lijkt te zijn ontstaan. Een paar jaar geleden kende we dit specifieke woord nog niet, en nu zijn er al meer dan 150.000 google-meldingen van. Op zich zitten er op het eerste gehoor sympathieke gedachten achter, waar een weldenkend mens niet tegen kan zijn: eigen verantwoordelijkheid, omzien naar elkaar en niet klakkeloos leunen op de overheid. Het is de titel waaronder ook een drastische hervorming van de sociale zekerheid en de gezondheidszorg schuil gaat. Hoe bouwen we tussen die twee kanten van dit begrip een humane participatie samenleving?"

Vervolgens kreeg Eveline Tonkens het woord

Hieronder vindt u een samenvatting van de lezing van Tonkens. Zaterdag 1 november verscheen deze in NRC.

"De participatiesamenleving, wie zou daar tegen willen zijn? Wie zou bezwaar willen maken tegen een samenleving waarin iedereen kan meedoen en een bijdrage kan leveren? Vreemd is echter wel dat onder de vlag van de participatiesamenleving veel anti-participatiemaatregelen worden genomen, van opheffing van bibliotheken, verzorgingshuizen en beschermde werkplekken tot en met sterk beperkte toegang tot thuiszorg, dagopvang voor bejaarden en hulp bij rouw of na seksueel geweld. Hoe is deze paradox van anti-participatief participatiebeleid te verklaren?
In de troonrede van 2013 zette de koning de participatiesamenleving nog tegenover de ‘klassieke’ verzorgingsstaat. De term ‘klassiek’ suggereerde dat er ook een alternatieve, niet klassieke verzorgingsstaat zou zijn die je dan ook participatiesamenleving zou kunnen noemen. Maar de participatiesamenleving blijkt geen aanjager van een discussie over een alternatieve verzorgingsstaat, integendeel. Wat onder de vlag van de participatiesamenleving wordt bepleit is wat de verzorgingsstaat nu juist niet regelt: mantelzorg, vrijwilligerswerk, burenhulp, burgerinitiatieven, zorgcoöperaties en door vrijwilligers gerunde buurthuizen en buurtwinkels. De regering bepleit in de nota Doe-democratie uit 2013 dat burgers ‘rechtstreeks - zonder tussenkomst van een overheid - oplossingen voor maatschappelijke kwesties tot stand brengen’ en ‘op kleinere schaal eigen organisaties in het leven roepen’. ‘In eigen kring’ , ‘niet via de omweg van een volksvertegenwoordiging’.
Dit idee van een participatiesamenleving is gestoeld op een dichotomie tussen vertrouwen in informele arrangementen en wantrouwen in formele. Formele, grootschalige en anonieme organisaties worden geassocieerd met registratiezieke managers zakkenvullende bestuurders, informele verbanden met warmte en persoonlijke aandacht. Veel mensen wantrouwen dus woningcorporaties, al vertrouwen ze de huismeester die bij de corporatie in dienst is. Ze wantrouwen grote ontwikkelingsorganisaties maar geven gul aan het schooltje in Afrika waarvoor de collega sinds haar reis geld inzamelt. Ze wantrouwen politieke partijen en vakbonden, de politiek, de regering en Europa, maar vertrouwen de buurtvereniging en trouwens ook Marktplaats – ook informeel, gebaseerd op persoonlijk contact. Ze wantrouwen in producten van multinationale bedrijven want die mogelijk voedsel genetisch manipuleren, de grond vervuilen en arme boeren uitbuiten; en ze vertrouwen op de kromme komkommer van de buurtmoestuin. Ze vertrouwen Airbnb- weliswaar inmiddels een multinationaal bedrijf maar nog met het imago van een informeel alternatief daarvoor.
Het energieke verhaal over de participatiesamenleving is dus tegelijkertijd een somber verhaal over collectieve arrangementen. Een verhaal over de terugtrekkende overheid die staat te juichen bij terugtrekkende burgers: wat goed dat jullie het ook opgeven! De afgelopen decennia hebben ook reden gegeven voor zichzelf versterkend wantrouwen in grootschalige instituties en organisaties. Bureaucratisering en vermarkting leiden tot twijfels over productiviteit en kwaliteit, die steevast met meer controle en dus meer bureaucratie beantwoord worden. Je daaruit terugtrekken en het zelf doen lijkt dan het enige alternatief. Na decennialang investeren in bedrijventerreinen met grote winkelketens kunnen buurtwinkels alleen overleven als ze draaien op vrijwilligers.
De participatiesamenleving geeft verbetering van grootschalige formele arrangementen op en legt alle vertrouwen in de informele sfeer. Die gaat ons ongetwijfeld teleurstellen. In de informele sfeer krijgen corruptie, nepotisme, ongelijkheid en willekeur alle kansen, weten we al sinds Max Weber. Om die te bestrijden is de bureaucratie uitgevonden. Die biedt controleerbare procedures, gelijke behandeling zonder aanzien des persoons, en duidelijke handhaafbare regels. De bureaucratie heeft ook schaduwzijden zoals traagheid en een overdaad aan registratie, zeker in combinatie met martkwerking. Daarover is de afgelopen decennia veel geklaagd en er is te weinig verbeterd.
Met de participatiesamenleving wordt die verbetering opgegeven, want nu is informalisering het alternatief. De nadelen daarvan worden weinig onderkend. De informalisering draait de emancipatie terug: betaalde banen in zorg en welzijn die voornamelijk door vrouwen bezet werden, maken plaats voor mantelzorg en vrijwilligerswerk. Bij massale informalisering ontstaan ook nieuwe risico’s. Wat gaan we doen als die over een paar jaar de voorpagina’s van de krant beheersen ? Wanneer sommige mensen veel hulp krijgen maar anderen ongezien verkommeren? Wanneer sommige behulpzame buren niet alleen helpen maar hun buren ook financieel onder druk zetten ? Als sommige vrijwilligers seksuele bijbedoelingen hebben, en schimmels in de buurtmoestuin de bejaarden in de buurt ziek maken. Gaan we dan ons vertrouwen in het informele en kleinschalige ook nog opzeggen? Of gebeurt dat vanzelf, doordat we bij elk incident meer controle en toezicht gaan eisen- precies de oorzaak van ons wantrouwen in grote collectieven ? Gaan we ook de informele sfeer dusdanig aan controle en verantwoording onderwerpen als waarmee we publieke instellingen van ons vervreemd hebben?
Een participatiesamenleving heeft alleen kans van slagen als we vertrouwen en wantrouwen meer gelijk spreiden. Als we bij oplossingen zoeken die vertrouwen herstellen in plaats van verplaatsen. Dat begint met een reëlere blik op de verhouding tussen formeel en informeel. Veelgeprezen informele initiatieven, van de zorgcoöperatie tot en met de buurtmoestuin, worden meestal voorgesteld als ‘pure’ vrijwillige initiatieven van enkele gepassioneerde vrijwilligers. Vaak is er echter aanzienlijke financiële en beleidsmatige steun van de overheid of welzijnswerk. En bij wat grotere projecten verrichten ZZP-ers op zoek naar een betaalde klus in moeilijke tijden, vaak (semi) betaald een groot deel van het werk. Zo ken ik een kunstenaar die prachtige kunstprojecten in de openbare ruimte realiseert met steun van de overheid, maar dit alleen gedaan krijgt wanneer ze een getatoeëerde of gehoofddoekte wijkbewoner vindt die zich voordoet als de officiële initiator van haar projecten.
Dat is niet alleen omslachtig en hypocriet , maar het miskent ook waar de vernieuwende en krachtige participatie te vinden is, namelijk in de combinatie van informele en formele organisatie. Deze combinatie genereert op lange termijn ook het meest vertrouwen, zo concludeert de Deense vertrouwensonderzoeker Svendsen. Uit ons eigen onderzoek naar burgerinitiatieven blijkt dat hulp van overheid, welzijnswerk of woningbouwcorporatie belangrijk is voor de vitaliteit van deze initiatieven. En naarmate ze meer met deze instituties te maken hadden, nam hun vertrouwen erin toe, evenals hun vertrouwen in medebewoners en bewonersorganisaties.
Het is dus niet alleen eerlijker maar ook veelbelovender om ons vertrouwen beter te spreiden over formele en informele verbanden. Dat betekent ten eerste het verbeteren van formele instituties niet moeten opgeven. Zorgcoöperaties steunen, maar ook zorgen dat professionals in gevestigde zorginstellingen minder door registratiegekte van hun werk gehouden worden. Dat leuke schooltje in Afrika steunen maar ook Unicef en Europese ontwikkelingssamenwerking.
Beter spreiden van vertrouwen betekent ook: interactie tussen formele en informele verbanden stimuleren. Daartoe moeten we die interactie niet wegmoffelen maar op tafel leggen en beter begrijpen wat de condities zijn waaronder dit goed werkt. De informele sfeer kan heel goed een kweekvijver zijn voor een betere publieke sector, maar geen vluchtplaats."