Home>>Nieuws>>Opening Theaterfestival: "Heb pretentie!"

Opening Theaterfestival: "Heb pretentie!"

03 sep 2015
Opening theaterfestival heb pretentie

Dit jaar voor het laatst was Boris van der Ham voorzitter van de Nederlandse toneeljury. Bij de opening van het Theaterfestival in de Stadschouwburg in Amsterdam hield hij onderstaand pleidooi voor het hebben van 'pretenties'. Ook bracht hij een ode aan Rene Lobo, die dit jaar overleed.

TOESPRAAK TIJDENS DE OPENING VAN HET THEATERFESTIVAL

------

Dames en heren,

De functie van voorzitter van de toneeljury mag maar 2 jaar aan een worden vervuld, dus na het 2 jaar gedaan te hebben, zwaai ik na het gala over ander halve week af. Maar wat een fantastische ervaring was dit!

Ik denk dat ik wel tegen de 150 voorstellingen heb gezien. En over het algemeen was dat een groot genoegen. De rijkdom van wat op het Nederlands toneel te zien is, is van ongekend niveau. Dat moeten we eens wat vaker zeggen. Desnoods zelf: als je jezelf niet kietelt lach je nooit. Er is veel te mopperen, maar ook veel om trots op te zijn. We mogen als ambassadeurs van de sector ook uitspreken hoeveel moois er ook is.

Dat staat soms in schril contrast met wat er achter de schermen soms aan elkaar geknoopt moet worden. Veel eisen, weinig geld. Ik blijf graag na mijn juryvoorzitterschap betrokken bij de sector om na te denken dit op te lossen.  En zal vooral ook mijn agenda blijven blokken om heel veel mooi toneel te blijven zien.

En Wat een geweldige mede juryleden had ik: Jeannette Smit, Keimpe de Jong,  Wybrich Kaastra, Walther van den Heuvel, Lieke Jordens, Cecille Brommer en Karin Vervaart.  Een zeer divers gezelschap waar het altijd over de inhoud ging. Een applaus voor hen

Onder mijn voorzitterschap hebben we als jury een aantal wijzigingen in de werkwijze doorgevoerd.  Er is met nog meer aandacht gekeken naar de diversiteit van het aanbod, naar de symbiose van verschillende theaterdisciplines zoals mime, cabaret, musical, en naar de onmisbare bijdrage die vrije producties leveren.

En we hebben er dit jaar voor gekozen om al eerder in het selectieproces kandidaten van de longlist bekend te maken – bij wijze van aanbeveling aan de theaterbezoeker. Er is zoveel moois te zien, dat gedurende het jaar best aangeprezen mag worden.

Van een enkeling – Hein Janssen van de Volkskrant bijvoorbeeld, ben je in de zaal? – kwam de kritiek dat die longlist een ratjetoe aan voorstellingen was: Hoe kan je nou een monumentaal drama in de schouwburg vergelijken met een komedie uit de vrije sector, werd er dan geschamperd.

Nee, dat is inderdaad niet te vergelijken, en gelukkig maar.

Maar op zich is de vraag over hoe je selecteert, en wat belangwekkend theater is natuurlijk altijd interessant je te stellen. En het is belangrijk dat ook telkens te herijken.

Na zoveel toneelvoorstellingen gezien te hebben is voor mij  persoonlijk de check of een  voorstelling een ‘pretentie’ heeft.

Pretentie

Of het pretentieus is.

Het is soms een wat besmet begrip: pretentie

Maar waarom eigenlijk?

Ik heb het altijd erg vreemd gevonden dat sommige mensen ‘pretentieloosheid’ als een aanbeveling voor hun voorstelling zien.

“mijn voorstelling is lekker pretentieloos”

Als iemand dat zegt dan denk ik altijd: Nou dan hoef ik er dus blijkbaar niet heen. Waarom zou ik anders helemaal door de regen rijden, en zitten in de schouwburg naast iemand waar je waarschijnlijk een hekel aan hebt. Ja, waarom, moet je in hemelsnaam iets gaan zien dat niets wil pretenderen?

Wat je pretendeert mag verschillen, bijvoorbeeld: ik ga u een hele avond laten lachen, of ik ga u ontroeren, ik heb de pretentie dat ik u op een ander been ga zetten, u tegenspreek, u verras.

En vervolgens gaan we als publiek meemaken of de pretentie waar wordt gemaakt. En dan kan een komedie slagen, of falen. Ook de pretentie om maatschappelijk kritisch te zijn kan lukken, maar ook verzanden in tweede hands engagement of onuitstaanbaar poesiealbumidealisme.

Een voorstelling moet een pretentie hebben en die pretentie vervolgens waar maken. Dat is al een prestatie op zich. Die voorstellingen vallen op. En een aantal van die voorstellingen waren in de ogen van de toneeljury daarnaast ook nog zo belangwekkend dat ze hierin extra opvielen.

En dan kom ik tot de selectie die op dit festival extra in het zonnetje wordt gezet: 5 grote zaal voorstellingen, 5 kleine zaal en een locatie voorstelling.

De afgelopen jaren is er veel gemopperd over ‘de grote zaal’, maar de jury vond het opvallend hoe rijk het goede aanbod afgelopen jaar was.  We waren er zo uit. Het was geen enkel punt om tot 5 voorstellingen te komen. Een zeer hoopvolle ontwikkeling!

De wereldpremière afgelopen seizoen van The Fountainhead, naar het boek van Ayn Rand, heeft de potentie van een blijvend toneelwerk. Aangrijpend, actueel en klassiek in een.

De voorstelling Medea wilde de Griekse tragedie behouden EN vernieuwen. Het leverde een adembenemende voorstelling op, buitengewoon goed gespeeld.

Gavrillo Princip van de Warme Winkel vertelde over het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog. Niet het minste onderwerp, maar uiterst indrukwekkend en overtuigend.

Genesis van het Nationale Toneel had de ambitie het eerste boek van de Bijbel op toneel brengen. Veel ellende die we momenteel rond godsdienst zien, zijn rechtstreeks ontleend aan de kiem die in deze boeken is gelegd. Uitstekend gespeeld, mooi geregisseerd. Een briljante tekst van Sofie Kassies: bloemrijk, grappig, scherp, poëtisch.

De acteurs en de vrije producent Bos-producties hebben met hun theaterserie ‘de Verleiders’ een nieuw hitgenre theater ontwikkeld. Hun theatraal pamflet over de banken- en geldcrisis heeft zelfs politiek effect. 

Pretenties?  Enorm! En allen waargemaakt

In de kleine zaal zagen we drie voormalig vluchtelingen in de voorstelling Nobody Home, kan het actueler? Geestig, confronterend.

Kunsthart van de Mug met de Gouden Tand fileerde het cultuurdebat.

In de mooi geschreven en gespeelde voorstelling Mansholt ging het over de landbouw – en de locaties waar de voorstelling speelt – op boerderijen – zitten vol met mensen die normaal nooit naar het theater gaan. Maar nu wel: want het gaat over hen!

Een Bruid in de Morgen van TGA2/Frascati heeft een toneelklassieker afgestoft en nieuw leven in geblazen;

Wat kan je nog toevoegen aan de voorstellingstraditie die er inmiddels is van ‘Angels in America’? Toneelgroep Oostpool heeft het lef gehad die vraag uiterst overtuigend te beantwoorden.

En Jakob Ahlbohm! Hij had de pretentie  om een horrorfilm op toneel te brengen – en verdomd, je zit betoverd, verbijsterd en met de angst om je hart in de zaal. 

Missie geslaagd!

Zeven van de voorstellingen die we hebben geselecteerd zijn nieuwe toneelteksten die de actualiteit opzoeken, en we zien dat het publiek een grote honger heeft naar juist die voorstellingen. Het Theater, waar je als een tijdelijke gemeenschap een paar uur kijkt naar een verdichting van jezelf en je omgeving, blijkt dan nog steeds een ongekend krachtige kunstvorm.

Ik ben zeer benieuwd naar wat u als theatermakers het komend seizoen gaat brengen. Deze opening van het Theaterfestival geeft daartoe de aftrap.

Dames en heren, tenslotte.

Vorig jaar tijdens het theatergala ging de prosceniumprijs, de prijs voor de bijdrage aan het theater achter de schermen, naar Rene Lobo, theater docent. Begin dit jaar overleed hij.

Al tijdens zijn leven verscheen er een boekje over zijn toneellessen. In een van die tekstjes omschreef Gijs Scholten van Asschat een toneelles.

Bij wijze van hommage lees ik die toneelles aan u voor.

“Godverdomme

ik hoor niks

ik zie niks

noem je dat spelen?

kloten wil ik zien

waar zit je adem?

Precies daar!

Maar bij jou niet

Kom kom niet janken nou

’t is maar toneel

alle begin is moeilijk

nog maar een keer

 

kijk dat lijkt al ergens op

je er nog niet

want het is nog ongericht

en onverstaanbaar

maar hier kan ik naar kijken

dit is een begin

ik wil je niet meteen van het toneel af meppen

en dat wilde ik net wel

dus je gaat vooruit

nog maar een keer

 

zet neer die zin!

gewoon neerzetten op de grond

niet laten hangen

als ik naar jou luister denk ik

waar gaat die zin nou naar toe?

precies die gaat nergens naar toe

als ie nergens naar toe gaat

hoef je ‘m ook niet uit te spreken

verspilde moeite

nog maar een keer

 

kijk, dat is goed

zagen jullie dat?

dat was heel goed, dat was heel goed!

en waarom?

daarom

er gebeurde iets

met hem

en dus met mij

en dan denk ik

christus wat gebeurt daar??

dat raakt me

dat wil ik meemaken

en daarom ga ik naar het toneel

omdat er iets gebeurt

snap je

hoeft niet nog een keer

was goed”

 

Ik wens u veel zinnen die ergens naar toe gaan: Pretentie.

Dank u wel!