Home>>Nieuws>>Macht en onmacht in de Schouwburg

Macht en onmacht in de Schouwburg

03 nov 2014
Macht en onmacht in de schouwburg

Toneelgroep Amsterdam houdt vier keer per jaar een speciaal evenement in de stadschouwburg: Wish You Were Here. Toneel, debat en actualiteit wisselen elkaar af. Deze aflevering stond 'macht en onmacht' centraal. Vera Hoogstad, David Van Reybrouck, Boris van der Ham en Lex Bohlmeijer gingen voor een bomvolle schouwburg in gesprek. Acteurs van Toneelgroep Amsterdam speelden scenes uit Schillers' Maria Stuart.

Van Reybrouck schreef het boek 'Tegen verkiezingen' waarin hij een pleidooi hield tegen de huidige democratische systemen. Hoogstad sprak als dramaturge over de ideeen van Ayn Rand over leiderschap. Boris van der Ham hield een verhaal over de kwetsbaarheid van een politicus in het televisietijdperk, naar aanleiding van zijn boek 'De Koning Kun Je Niet Spelen'.

Van der Ham stelde dat acteurs en politici gemeen hebben dat ze kwetsbaar moeten zijn in onnatuurlijke omstandigheden. Hij verzette zich tegen de suggestie dat dit soort leiderschap niet meer getoond hoeft te worden in het systeem van Van Reybrouck dat uitgaat van groepsbeslissingen. Van der Ham: "Je kan wel met een groep iets beslissen, maar als je je in het publieke domein begeeft zal een beslissing worden bekritiseerd en ondervraagd. Wie voert dan het woord? De een heeft wel het talent om onder die druk een gezamenlijk compromis te verdedigen en de ander niet. Ook het systeem van democratie door loting, wat Van Reybrouck voorstaat, zal je met de druk om moeten kunnen gaan om te blijven ademen en nadenken."

Aan het einde van de avond werd Van der Ham verzocht om een van de slotmonologen uit Antigone (Sophocles) voor te lezen. Hierin wordt tot uiting gebracht hoe een samenleving door halsstarrigheid van de leider ("onberaad) ten val wordt gebracht.

Hier de tekst uit Antigone

BODE:

Mijn koningin, ik spreek als ooggetuige en niets verzwijg ik van de ganse waarheid.Waarom u paaien met wat naderhand toch een leugen blijkt? De waarheid haalt het steeds.

Als gids had ik uw echtgenoot gevolgd naar ’t hoge veld, waar wreed verscheurd door honden het naakte lijk van Polynices lag.

Eerst smeekten wij de weg-godin en Pluto hun toorn goedgunstig te bedaren, en met helder water wiesen wij het lijk, en wat er nog van restte hebben wij verbrand met verse olijftwijgen. Een hoge grafterp werd dan opgezet, met aarde uit eigen grond.

Toen gingen wij ten slotte naar het stenen bruidsvertrek: de holle rots van ’t meisje-van-de-dood.

Van ver hoort een van ons een luid geklaag, dat komt van het onzalig bruidsvertrek.

Hij snelt met het bericht naar Creon toe, die dichterbij komt en verward geluid  verneemt van jammerkreten.

Kermend stoot hij zware klachten uit: “Ik, arme man! Ben ik ziener dan? En ben ik ooit een weg gegaan, zo triestig als vandaag? Mijn zoon, ik hoor zijn stem! Ach, knechten toch, schiet vlugger op en ijlt tot aan het graf! Rukt ’t steenwerk weg, en wringt u door de spleet tot aan de ingang! Kijk of ’t Haemon is, die ’k hoor, danwel of mij een god misleidt.”

Zo sprak de vorst in zijn verslagenheid.

Wij gaan en zien hoe achteraan in ’t graf het meisje was verhangen, met een strop van linnen sluiers om de hals geknoopt.

Uw zoon, zijn armen om haar borst geklemd, gaat op in klachten om de dode bruid, om vaders daad en ’t wrede bruiloftsbed.

En Creon, die dat ziet, snelt schreiende naar binnen, op hem toe, en snikt het uit:

“Ach, arme zoon, wat doet gij hier? Waar denkt

gij aan? In welke rampspoed stort gij u?

Kom buiten, kind, ik bid en smeek er om.”

 

Met wilde blik beziet de zoon zijn vader:

hij spuwt hem in ’t gelaat

en spreekt geen woord

maar trekt zijn zwaard,

doch mist zijn vader,

die al vluchtend buiten ijlt.

 

En de arme jongen,

tegen zich vertoornd, stort zich meteen  op ’t zwaard,

dat hij zich in de lenden drijft tot halverwege,

legt half zwijmelend zijn arm, wiens kracht begeeft, om ’t meisje nog

en reutelend ademt hij een rode gulp van hartebloed op haar bleke wang.

Daar ligt hij, dood, in de armen van een dode:

zijn bruiloft kreeg de arme man in Hades,

bewijzend voor elkeen hoe onberaad

het ergste onheil is dat ons bedreigt.