Home>>Nieuws>>Bij sluiting Dreeshuis: "Investeer in mentale zorg"

Bij sluiting Dreeshuis: "Investeer in mentale zorg"

06 apr 2016
Bij sluiting dreeshuis investeer in mentale zorg

In 1957 opende Willem Drees het bejaardentehuis dat zijn naam kreeg. Dit tehuis was uniek in zijn soort, omdat het ook ruimte gaf voor mensen die niet kerkelijk waren. Het was mede een initiatief van humanistische organisaties. 59 jaar later sluit het legendarische Willem Dreeshuis. In aanwezigheid van staatssecretaris Van Rijn (VWS) hield Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond een toespraak. "Laat ouderenzorg niet alleen medisch zijn! Stop de bezuinigingen op het welzijnswerk."

-----

BORIS VAN DER HAM, VOORZITTER HUMANISTISCH VERBOND

Een goede oude dag

Zo luidt de titel van dit symposium.

Het is wat minister-president Willem Drees de bewoners toewenste bij de opening van ‘zijn’ Willem Dreeshuis in 1957. Er is sinds 1957 een hoop veranderd in de samenleving En er is veel veranderd aan de ouderenzorg. Maar onze behoefte aan een zinvol, goed leven, ook op latere leeftijd, blijft bestaan.

Maar welke rol spelen verzorgingshuizen als het Willem Dreeshuis daarin? Sommigen zien huizen als deze als ‘overbodig’ Die visie is al enkele tientallen jaren in opmars bij beleidsmakers.

Negen jaar geleden, In 2007, toen het Willem Dreeshuis 50 jaar bestond, vond er een symposium plaats over verzorgingshuizen. Toen werd ook al gehint op deze gedachte dat verzorgingshuizen achterhaald zijn.

Ik citeer uit de uitnodiging van toen:

‘Met veel ouderen gaat het goed. Zij wonen zelfstandig en leiden een zinvol bestaan. Als het iets minder gaat, bieden thuiszorg en een seniorenwoning ondersteuning op maat. Bij een complexe zorgvraag biedt een tijdelijk of permanent verblijf in een gespecialiseerd verpleeghuis uitkomst. De kwaliteit van wonen en zorg zijn daar inmiddels sterk verbeterd. Thuis of in het verpleeghuis, met het welzijn van ouderen in Nederland is het dus goed gesteld! Het is dus logisch dat het verzorgingshuis als voorziening achterhaald en overbodig is geworden.’

Dat werd dus al in 2007 gezegd.

Ondanks deze woorden luidde de titel van het symposium van toen: ‘Het verzorgingshuis.. zo gek nog niet’, want uiteindelijk werd er, geheel tegen de mode in, juist een pleidooi gehouden voor het in stand houden van verzorgingshuizen zoals het Willem Dreeshuis. Niet omdat beleidsmakers dat vonden, maar omdat ouderen zelf er grote waarde en betekenis aan hechten.

Nu, nog geen 10 jaar later, zijn we hier bij elkaar met als aanleiding de sluiting van het Willem Drees huis. Hoewel de woonvoorzieningen elders voort zal worden gezet, past de sluiting van verzorgingshuizen in die al langer bestaande visie van beleidsmakers op de ouderenzorg.

De maatschappelijke norm is dat mensen nu ‘zelfstandig’ oud worden, bij voorkeur met hulp vanuit de eigen omgeving. Wonen, zorg en welzijn moeten gescheiden zijn. Centraal staan begrippen als ‘de individuele waardigheid van ouderen’, de ‘eigen regie’ waarbij uitgegaan wordt van de ‘vraag van cliënten’ Mensen moeten zelf hun eigen woonomgeving kiezen, al dan niet geclusterd. Het traditionele verzorgingshuis waar de ‘all inclusive’ norm gold, heeft in deze denkwijze geen toegevoegde waarde meer.

Maar ook hier weer die vraag: wat vinden ouderen nou zelf?

Dan blijkt een grote kloof te zitten tussen het ideaal van plannenmakers en de beleving van ouderen. Natuurlijk, je wilt gezond blijven, zo lang mogelijk thuis wonen, regie houden over je eigen leven, zinvol leven, met het liefst familie, vrienden of buren die je een handje helpen. Maar zodra mensen lichamelijk of mentaal achteruitgaan, lukt dat niet altijd.

Zorgmedewerkers die bij ouderen thuis komen, zien dat niet iedereen vitaal en mondig is. Er zijn veel ouderen die lichamelijk zwakker worden, sociale problemen krijgen, psychische problemen ontwikkelen, of om financiële redenen kwetsbaar zijn.. en bij wie het ontbreekt aan burenhulp of mantelzorg door familie. Of dat de buren of familie het niet meer dragen kunnen. Omdat het te zwaar wordt.

Ook als er professionele thuiszorg langskomt, is er nauwelijks tijd om meer dan medische zorg te verlenen.

De hoeveelheid mensen die daardoor eenzaam en geïsoleerd zijn is schrikbarend.

Het zijn vaak stille ouderen die niet klagen maar dragen.

Soms wonen deze ouderen al een halve eeuw in hetzelfde huis, maar ‘de buurtjes’ zijn vertrokken of overleden. Er is een nieuwe drukke en kosmopolitische wereld voor in de plaats gekomen. Als dan een partner ontbreekt, of een partner overlijd, en de lichamelijke ongemakken toenemen, dan worden begrippen als autonomie, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid een nogal hol.

Sommigen verhuizen naar een modern seniorencomplex, maar vinden daar geen aansluiting bij de andere bewoners en het sociale gebeuren. Als dat er al is. Want in tegenstelling tot het AWBZ-bekostigde verzorgingshuis is het huidige Wlz-aanbod uiterst krap gefinancierd. Daarnaast is de afstand tot de gemeenschappelijke ruimte lichamelijk of sociaal soms onoverbrugbaar. Als je slecht kan lopen of weinig weerbaar bent zit je ook hier al snel in een isolement.

Uit onderzoek blijkt dat de hoger opgeleide, mondige ouderen met meer financiële armslag, zich met zelfgeorganiseerde steun goed weet te redden. Hen lijkt het te lukken om het huidige ideaal in de praktijk te brengen. Maar ook deze groep van senioren kan te maken krijgen met verlies van naasten, rouw, levensvragen, verlies aan lichamelijke zelfredzaamheid, of een beginnende vorm van dementie.

Het maakt niet uit hoe je portemonnee gevuld is, iedereen heeft behoefte om zijn of haar verhaal kwijt te kunnen.

Beleidsmakers stellen dat ouderen in dit soort gevallen om hulp kunnen vragen. Net zoals mensen in verzorgingshuizen dat kunnen doen. Maar die vraaggerichte benadering doet groot onrecht aan hoe dit in de praktijk werkt. Mensen vragen immers niet via een klinische doorverwijzing om een gesprek over bijvoorbeeld hun gevoelde eenzaamheid. Voor veel ouderen, zo blijkt uit diverse onderzoeken, en in het werk van bijvoorbeeld onze humanistisch geestelijk begeleiders, is goede ouderenzorg niet zozeer vraaggerichte, maar juist aanbodgerichte zorg.

Wat is dat dan? Gewoon mensen die rondlopen en je zien staan. De mensen die dagelijks met hun beide benen in de zorg staan merken dat veel ouderen de voorkeur hebben aan een actief aanbod van ondersteuning. Iemand die zegt: ‘ik kom je op gang helpen, en hou de vinger aan de pols’. Mensen die er gewoon actief voor je zijn, niet omdat je er om vraagt, maar omdat het zich aandient. Ouderen ervaren dat niet als betuttelend, maar juist als een steun.

Voor deze groep ouderen betekent een goede oude dag natuurlijk ook aandacht voor autonomie, regie, zelfstandigheid, participatie. Maar omdat ze niet snel hulp zullen vragen, is een omgeving nodig van zorgzaamheid en aanbodgerichte zorg.

Geestelijk begeleiders, die de kwetsbaarheid en vergankelijkheid van ouderen van dichtbij meemaken, kunnen en moeten dit bij uitstek doen. Maar op hun diensten wordt bezuinigd..

Er is flink bezuinigd op welzijnswerk dat mensen actief kan maken. Ouderenwerkers komen niet vanzelfsprekend op huisbezoek. Je moet er met een doorverwijzing bij je huisarts om vragen.

Kijk ook naar dit Willem Dreeshuis. Er is hier steeds geprobeerd om een goede oude dag te verzorgen. Maar telkens werd er van bovenaf besloten tot kortingen. Activiteitenbegeleiding dreigde geschrapt te worden, of er moet ingeteerd worden op de tijd om met mensen gezellig boodschappen te doen. Amstelring, de eigenaar van dit huis, probeert dat te voorkomen door drastisch te reorganiseren – 90% van het geld gaat rechtstreeks naar de zorg - zodat er toch nog voor dit soort zaken weer geld vrijkomt.

Ja, en natuurlijk er kan ook wel iets worden opgevangen door familie en vrijwilligers. Ik ben zelf ook vrijwilliger bij een zorginstelling hier in Amsterdam. Heel goed…

..Maar er staan voor 2016 opnieuw bezuinigingen gepland. Ja, maar er is programmageld, wordt dan gezegd. Geld van het programma ‘waardigheid en trots’ bijvoorbeeld. Maar dat is eenmalig. Daar kan je geen structurele voorzieningen voor maken.

De administratieve lasten nemen daarnaast steeds meer toe, dat kost ook geld.

De bodem is wel zo’n beetje bereikt.

Ik pleit vandaag bij deze sluiting niet voor een heropening van dit verzorgingshuis. Er zijn genoeg bouwkundige redenen om dit gebouw nu te sluiten. Maar ik vraag wel uw aandacht, zeker aan u staatsecretaris, voor twee zaken: voor de kwetsbare groepen ouderen. En voor het grote belang van aandacht voor de kwaliteit van leven.

Voor de bewoners van de Amsterdamse verpleegcentra duurde het lang voordat hun woonsituatie verbeterde. Dat is gelukt. Kijk bijvoorbeeld naar de opening van het gebouw in de wijk Oostpoort. Mensen hebben er prachtige kamers en daar is volop oog voor de lichamelijke, medische, behandelbare zorg. Die is zichtbaar en meetbaar. Maar het mentale welbevinden.. hoe staat het daar mee?

Welzijn en welbevinden vraagt om de hulp van familie, van vrijwilligers en van verzorgenden. Het vraagt een plek waar een prettige sfeer hangt in de afdeling of in de buurt. Een omgeving waar mensen zichzelf kunnen zijn en tot bloei komen, dat je door een ander mens gesteund wordt bij verlies, rouw en wezenlijke vragen over de zin, het einde, het geleefde leven. Gezondheid is belangrijk, maar aandacht, het gevoel ergens bij te horen, zinvolle bezigheden te hebben, ‘gezien worden’ - dat alles maakt het leven veel waardevoller.

En juist die vorm van essentiële zorg staat al jaren in het financiële verdomhoekje.

Staatsecretaris, dit moet veranderen

Ik pleit voor sociale ouderenzorg in de participatiemaatschappij.

Participatie mag niet betekent dat ouderen alles zelf moeten doen, en aan hun lot worden overgelaten; de participatiesamenleving mag en kan niet volledige zelfredzaamheid eisen: zoek het zelf maar uit.

Een echte participatiesamenleving betekent dat we met elkáár actief VOOR elkaar zorgen.

Medische zorg is daar slechts één onderdeel van. Mentaal welbevinden een zeer belangrijk ander deel.

Bij de opening van het Willem Dreeshuis sprak Willem Drees de volgende wens uit: “Ik wens u allen dat hier jaren aan uw leven worden toegevoegd. Maar ik wens u ook dat hier leven aan uw jaren wordt toegevoegd.” Een mooie spreuk waarmee hij 59 jaar geleden al het belang van de kwaliteit van de mentale zorg aangaf.

Ik hoop dat dit weer hoog op ons aller agenda komt te staan.

Ik wens dat er veel leven aan uw jaren wordt toegevoegd

Dank u wel.

 

Wilt u het Humanistisch Verbond steunen? Dat kan hier