Home>>In de media>>Verlichting gaat niet vanzelf (HP/de Tijd)

Verlichting gaat niet vanzelf (HP/de Tijd)

02 mrt 2017
Verlichting gaat niet vanzelf hp de tijd

Ineens stond voormalig D66-Kamerlid Boris van der Ham 43) weer op de planken, als kinderinspecteur Muysken in de populaire musical Ciske de Rat. Als voorzitter van het Humanistisch Verbond ondersteunt hij afvallige moslims en hij beschouwt de politiek (ook zijn eigen partij) kritisch van een afstandje. ‘Het debat over de islam moet je niet bot voeren, maar ook niet poezelig zacht.’

Jeuken je vingers niet nu het weer verkiezingstijd is?

“Eigenlijk niet. En dat komt omdat ik veel berusting heb in die frisse neus die ik eufemistisch gezegd aan het halen ben.”

Je bent al vijf jaar uit de Tweede Kamer. Dat is een wel heel lange frisse neus.

“Tuurlijk ja, maar ik heb welbewust gekozen deze ronde niet mee te doen. Bij de onderwerpen die spelen, jeuken mijn vingers natuurlijk wel. Het politieke bloed kruipt eigenlijk altijd waar het niet gaan kan. Vanaf het moment dat ik besloot te stoppen, in 2012, heb ik gedacht: ik had het net zo goed wel kunnen blijven doen, want ik maak me nog steeds kwaad over zaken en het is een eer om daar in de Kamer iets aan te doen. En dat gevoel is ook helemaal niet weg, maar het is niet zo dat het extra gaat tintelen nu het verkiezingstijd is. Eigenlijk moet je de politiek bekijken buiten die anderhalve maand verkiezingsstrijd. Want in deze periode doet iedereen rare dingen. De sympathie die je bijvoorbeeld voor Rutte hebt, verdwijnt dan even, omdat je denkt: hé man, lul toch niet zo met al je beloftes. Maar net zo goed mijn eigen partij, met de 500 euro die Pechtold beloofde aan alle werkenden: joh, zeg het nou niet.

Ook het vocabulaire dat benut wordt in verkiezingstijd is soms zo mooi dat het lelijk wordt. Van die doorgecomponeerde speeches, overvoerd met beeldspraken en het woordje ‘hoop’. Een soort kitsch of imitatie van wat mensen denken dat mooi is. Dus ik zou zeggen: even een paar weken je ogen dichtdoen en erdoorheen slapen, en op 15 maart je stem baseren op wat je de jaren ervoor hebt ervaren.”

Terwijl deze verkiezingen belangrijker lijken dan ooit. Er staan spannende en gevaarlijke tijden voor de deur: terreurdreiging, wat doen we met immigratie, Nexit.

“Dat laatste zie ik niet zo snel gebeuren. Mensen zijn terecht kritisch over hoe de Europese Unie functioneert, maar of ze er nu meteen willen uitstappen... Dat willen de meeste politieke partijen ook niet.”

Heb jij in de tien jaar dat je in de Kamer zat veel zien veranderen?

“Ja. Heel concreet: net voor ik in 2002 werd gekozen, kwam je nog heel makkelijk met een vrolijk linnen stickertje het Kamergebouw in, maar na de moord op Fortuyn kwamen er detectiepoortjes. Nu staan er zelfs al militairen met geweren voor het parlement.”

Ik bedoel wat de toon betreft: de manier waarop er gedebatteerd wordt.

“Het is rauwer geworden. En wat ook speelt: de omloopsnelheid van de parlementariërs is korter. Mensen zitten nog maar gemiddeld vier jaar in de Kamer. Je hebt tijd nodig om daar je weg en je toon te vinden. De mensen die zich daar heel snel in bekwamen, hebben dan ook het hoogste woord.”

Heb jij er, vind je, zelf niet te lang in gezeten?

“Nee, tien jaar is natuurlijk niet lang. Zeker als je het vergelijkt met het verleden, dan is dat peanuts. Ik was een paar keer met voorkeurstemmen gekozen en vond dat ook wel een aanmoediging om ermee door te gaan. Je komt dan niet op de slippen van de lijsttrekker binnen, en kunt echt een volksvertegenwoordiger zijn. Het heeft ook voordelen om er wat langer in te zitten. Ik heb veel initiatiefwetsvoorstellen geschreven, kreeg dingen voor elkaar. Alleen merkte ik een jaar voordat ik besloot om weg te gaan zelf een vorm van onrust. Ik wilde nog iets anders. En de gedachte was ook: als ik ooit weer wat in de politiek wil gaan doen, moet ik er nu uit. Want anders dreig je misschien te veel onderdeel van die wereld te worden. Afstand is belangrijk. De mensen die mij heel goed kenden, wisten dat dat al langer sluimerde. En toen het kabinet onverwacht snel viel, moest ik heel snel beslissen. Na een korte twijfel heb ik toen op een maandagavond laat Alexander Pechtold opgebeld – hij was zijn tanden al aan het poetsen – en hem gezegd: ik ga mij niet verkiesbaar stellen. Waarop hij zei: dat verbaast mij zeer. De dag daarna kwam er nog een telefoontje van de partijvoorzitter met het verzoek me toch te kandideren, want ik kon ook tussentijds opstappen, maar dat wilde ik niet: ik was door de voordeur naar binnen gekomen, en ik wilde er ook door de voordeur weer uit.”

Als je was gebleven, was je een van de spitsen van de partij geweest.

“Dat was ik natuurlijk al. Ik was met voorkeurstemmen gekozen op plek twee. Maar mijn keuze had met veel dingen te maken: bijvoorbeeld de noodzaak om een frisse neus te halen. Ik kwam vrij jong in de Kamer, op mijn 28ste. Ik wilde ook een leven buiten de politiek. En er speelde ook iets persoonlijks. Ik was net een jaar daarvoor gescheiden. Dat heeft ook wel een douw gegeven. Ik was eind dertig, er moest verandering komen.”

Stel dat D66 na 15 maart eindelijk weer eens gaat meeregeren. Zou je je gepasseerd voelen als je niet gevraagd zou worden?

“Nee, nee, nee. Het zou me zelfs verbazen als ik gebeld werd. Er is toch een beetje een andere school politici aan het roer nu bij D66. D66 is op veel punten anders dan in de periode van Van Mierlo, Borst en De Graaf. De partij is de afgelopen vijftien jaar veel professioneler geworden. Een nadeel is dat er soms te zakelijk en bestuurlijk naar maatschappelijke problemen wordt gekeken. Ook denk ik wat anders over integratie en Europa. Dat wordt door journalisten vaak vertaald als onvrede hebben met de partij, maar nee, het zijn gewoon verschillen van inzicht. Zo’n intern debat zorgt trouwens ook voor verandering: het huidige D66-programma is door wijzigingsvoorstellen van leden veel socialer op zorg, en veel groener.”

D66 zal toch die elitaire partij blijven waar weinig volkse lieden op zullen gaan stemmen, denk je niet?

“Dat weet ik niet. Ik denk dat er voor D66 meer te halen is dan de twaalf zetels die ze nu heeft. En ik sluit niet uit dat het Alexander dit keer ook gaat lukken. Gewoon een vertrouwenwekkende figuur, iemand die heel veel ervaring heeft. Dat zou zomaar een reden kunnen zijn dat mensen zeggen: ik ga maar eens op hem stemmen.”

Want het is nog steeds jouw partij?

“Luister, ik deelde als achtjarige al folders uit voor D66 toen mijn moeder lokaal actief was; zelf werd ik actief rond mijn vijftiende, dus ja, ik ben een trouwe man. Ik vind het ook altijd heel flauw als ex-Kamerleden hun partij opeens finaal gaan lopen afzeiken. Dat had je moeten doen toen je er nog zat.”

Maar je kunt toch van ideeën en inzichten veranderen?

“Natuurlijk, je gaat anders naar de politiek kijken. Je kunt je gedachten weer de vrije loop laten. Alleen al omdat je nu niet om de vijf minuten om je mening wordt gevraagd. Je bent geen onderdeel van de Haagse bubbel meer, waar alles doordrenkt is met partijpolitiek.”

Ben je inmiddels goed losgeweekt?

“Tijdens de voorstellingen van Ciske de Rat merkte ik dat een keer goed, ja. Een van de jonge acteurtjes die Roemer heet, werd een keer ziek tijdens de voorstelling en moest vervangen worden. Na die voorstelling zei een collega in de coulissen: ‘Nou zeg, die Roemer wordt wel keihard aangepakt op de sociale media.’ Ik zeg: ‘Ach, maar die jongen is gewoon ziek, wat verschrikkelijk.’ Maar mijn collega bedoelde Emile Roemer van de SP. Dat vond ik een mooi moment: dat ik merk dat mijn eerste associaties niet meer politiek zijn.”

Dat betekent dus dat je echt bent afgekickt?

“Ja. Toen ik eruit ging, kon ik me niet zo goed voorstellen wat dat dan was of waar dat in zat, maar dat zijn dus dit soort kleine dingen.”

Betekent dat ook dat je je niet meer zo opwindt als er wat gebeurt in de Kamer of de partij?

“Het is niet meer het alfa en omega van mijn leven. En de volgorde van zaken die je belangrijk vindt, verandert. Als je goed zoekt, worden in de Kamer en de media alle belangrijke dingen in het land wel besproken. Wat dat betreft is er geen ‘kloof’ met de samenleving. Maar die kloof zit wel in hoe belangrijk sommige dingen worden gemaakt. Interne paleisintriges en gehakketak – dingen die actieve politici en journalisten soms te veel bezighouden – staan buiten de Kamer helemaal niet bovenaan. Je bent gewoon te druk met je werk, met je btw afdragen, met de rotzooi die je soms op straat ziet.”

Heeft het feit dat je vader werd nog een rol gespeeld in je beslissing te stoppen?

“Mijn zoon woont bij zijn twee moeders – twee vriendinnen van mij – en is inmiddels vijf jaar. Tijdens mijn vertrek uit de politiek was hij nog echt een baby. Maar toen ik eenmaal uit de Kamer was, bleek hij eigenlijk de grootste bonus. Ik zat dan op een dinsdagmiddag met hem in de zandbak, keek op de klok, en zag: hé, het is nu vragenuurtje. Toen dacht ik: ja, dit is goed. Ik had hem nooit zo veel gezien als ik nog in de Kamer had gezeten.”

Mis je het politieke spel aan de andere kant niet heel erg?

“Nou nee, op dit moment niet. Ik heb altijd meerdere interesses gehad. Ik heb ooit een beroepskeuzetest gedaan en daar kwam uit: word maar acteur, ga de politiek in, of word dominee. Nou, ik deed de toneelschool, ik was politicus, en ben nu onder meer voorzitter van het Humanistisch Verbond. Als mensen vragen wat dat is, dan zeg ik gekscherend: ik ben de atheïstische paus. Dus toch een soort dominee. Het heeft ook voordelen dat ik nu niet meer aan de politieke, maar aan de maatschappelijke kant sta. Sommige dingen laten zich niet organiseren via de politiek of wetten. Je kunt eindeloos veel debatten hebben over vrijheid en wetgeving, maar dat is niet voldoende. Op papier is er in Nederland veel vrijheid, maar het Humanistisch Verbond heeft bijvoorbeeld contact met een groep ex-moslims die in hun families vaak in grote problemen komen als ze voor hun atheïstische opvattingen uitkomen. Tot verstoting aan toe. Afvalligheid is in conservatieve islamitische kringen een grote schande. Je kan nog beter christen of homo zijn dan atheïst. Kijk, familiebanden regel je niet bij wet. Maar vanuit een maatschappelijke organisatie als het Humanistisch Verbond kan je juist wel iets doen. We bieden een ontmoetingsplek en een podium. Daarnaast stap je ook op het probleem zelf af. Moskeeën zouden sociale uitsluiting vanwege afvalligheid moeten veroordelen. De Katholieke Kerk en de protestanten hebben dat al in de jaren zestig uitgesproken, en moskeeën zouden hetzelfde moeten doen. We hebben alle moskeeën in Nederland een brief geschreven om met ons over dit probleem te spreken.”

En wat was de reactie?

“Er heeft welgeteld één moskee gereageerd en daar zijn we ook heen geweest. In Leeuwarden. Dat was een goed gesprek. Maar het feit dat zoveel moskeeën hierover niet willen praten, maakt direct de noodzaak duidelijk om hierop verder te gaan. Verlichting gaat niet vanzelf. Daarnaast bieden we steun aan atheïstische asielzoekers. Ik heb de afgelopen jaren veel mensen uit Afghanistan, Pakistan, Syrië en Bangladesh ontmoet. In hun land is het heel lastig het vrijdenken te handhaven of te promoten, maar ook om het vege lijf te redden. Ze worden door de overheid en door islamitische terreurbendes bedreigd en gedood, omdat afvalligheid als godslastering wordt gezien. Maar ook in asielzoekerscentra in Nederland worden ze nog lastiggevallen. Afgelopen jaar maakte ik samen met Dorothée Forma voor omroep Human een documentaire over hun lot. Daarnaast kunnen wij voor hen opkomen, heel praktisch. Als Kamerlid is dat lastiger.”

Als Kamerlid heb je destijds het verbod op godslastering toch kunnen afschaffen?

“Uiteindelijk wel, ja. Het was in Nederland een wat symbolische discussie, leek het. Maar ik vond het gedoe rond dat wetje typisch voor het ongemak waarmee er in Nederland nog met religie wordt omgegaan. De behandeling werd telkens uitgesteld, het werd zelfs als wisselgeld gebruikt in onderhandelingen met christelijke partijen, en tijdens de uiteindelijke behandeling in de Kamer ging het vooral over de christelijke weerzin tegen afschaffing van de wet. Terwijl de discussie juist moest gaan over het feit dat de godslasteringswet door Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, weer op de agenda was gekomen. (Minister Donner van Justitie had in de nasleep van de moord in een brief aan de Kamer over de bestrijding van extremisme aangekondigd godslastering strafrechtelijk harder te willen aanpakken – red.) Er is een enorme onhandigheid in het debat over de islam, ook in de media. Toen de redactie van een commercieel nieuwsprogramma mij onlangs meldde dat ze niets met ons moskee-verhaal en de groep met ex-moslims wilden doen, gaf ze als een van de redenen dat zo’n thema in verkiezingstijd ‘bepaalde partijen’ te veel in de kaart zou spelen. Ik wist niet wat ik hoorde. Ik wil het omdraaien: juist dat soort argumenten speelt hen in de kaart.”

Is dat ook je kritiek op D66 wat betreft integratie?

“Ik erger me eraan, niet alleen bij D66, ook bij Groenlinks, het CDA, de Pvda en de SP, dat het hele debat vaak gaat over: goh, wat zegt Wilders nu toch weer voor een vreselijke dingen. En van al die debatten staat me vooral bij wat Wilders roept, terwijl ik van de andere partijen wil horen: wat dan wel. Daar schiet het debat tekort. Steek je energie niet in het bekritiseren van iemand die ik überhaupt al niet volg, maar zet er iets tegenover. Het debat over de islam moet je niet bot voeren, maar ook niet poezelig zacht. Je moet vooral precies zijn. Wat deugt wel, wat niet. Geef religie geen status aparte. Religieuze vrijheid is een individueel recht, niet een groepsrecht. Ook binnen een religie moeten mensen van elkaar kunnen afwijken.”

Engeland uit de Europese Unie, Donald Trump president, straks Wilders de grootste. Vind je het politiek gezien wel spannend nu?

“Dat laatste zal waarschijnlijk niet gebeuren. Maar goed, ik zei van Trump ook: hij wordt het niet... tja. Het is heel erg interessant, omdat je ziet dat de analyses tekortschieten. Opiniemakers proberen het te vangen onder de noemer van de teleurgestelden van de globalisering. Nou, dat zal ongetwijfeld ook spelen, maar het is maar een deel van het probleem. Er zijn meerdere redenen waarom iets ontstaat. Het is soms ook het verschil tussen de stad en het platteland. De discussies over Zwarte Piet gaan ook langs die lijnen.”

In de recente herdruk van je boek De koning kun je niet spelen, over het theater van de politiek, zeg je dat ‘echtheid’ doorslaggevend is voor zowel een acteur als een politicus.

“Trump is niet alleen maar door teleurgestelden gekozen; het was ook een stem tegen onechtheid. Al die krankzinnige opmerkingen van Trump gingen opeens in zijn voordeel werken, want ze suggereerden voor veel mensen dat hij tenminste niets te verbergen had. De Democraten hadden best kunnen winnen met een andere kandidaat. Bijvoorbeeld met Bernie Sanders. Nu camera’s en sociale media telkens alles volgen, kun je je geen onechtheid meer veroorloven; dat zit er veel meer achter, denk ik. Ook bij deze Tweede Kamerverkiezingen: ik heb het de afgelopen weken weer een beetje gevolgd, en het gekke is dat ik sympathie begon te krijgen voor Emile Roemer. En waarom? Omdat hij het eigenlijk niet zo goed kan. Hij is niet zo’n heel goeie en lekkere speecher. Maar het is wel fijn dat ik honger naar dat ongepolijste krijg.”

Ben je pessimistisch?

“Internationaal ben ik somber over geweld en radicalisering. In Nederland ben ik ook niet positief over de verwijdering tussen bevolkingsgroepen. De kloof tussen hoger en lager opgeleid. Het is soms schokkend hoe er in de kroeg over elkaar wordt gesproken. En de argwaan wordt alleen maar groter, ongeacht de verkiezingsuitslag. Dat vraagt ook om politiek leiderschap. Nu begint iedereen opeens over patriottisme, Rutte roept het, Asscher zegt het, Klaver heeft het er ook over. Maar het voelt weer als een truc, eerder dan een intrinsieke opvatting.”

Om zieltjes te winnen?

“Ja. Nou ja, ze proberen heel nobel een soort nieuwe bezieling te brengen, maar vervolgens komt dat neer op heel klassieke tegenstellingen. Links tegen rechts. Maar wat betekenen dat soort begrippen nou?

Ik zou mezelf omschrijven als liberaal, vrijzinnig, maar dat kan ik me alleen maar permitteren omdat ik in mijn persoonlijke leven een aantal heel conservatieve waarden heb. Maar veel mensen die zich vrijzinnig, progressief of liberaal noemen, hebben moeite om politiek aan te duiden wat behouden moet blijven. Dan stuift er een soort postmoderne relativering op die al helemaal geen houvast biedt. In de zorg zie je zowel rechtse als linkse politieke partijen pleiten voor zelfstandigheid voor ouderen. Maar dat betekent in de praktijk dat als je eenzaam bent, je zelf maar een doorverwijzing bij de huisarts moet vragen om bezoek te krijgen. Iedereen voelt aan zijn water dat zulke plannen niet kloppen met hoe de wereld echt in elkaar zit. Wat is daar dan links of rechts aan? In de echte wereld telt ‘links’ of ‘rechts’ vaak helemaal niet zo.”

Daarom zit jij ook bij D66: jij bent het vleesgeworden redelijke alternatief. Jullie eten van twee wallen en pikken daar het beste van.

“Nee, kiezers eten van meer walletjes. Die combineren linkse, gematigde en rechtse standpunten. Politieke partijen volgen dat vaak niet. Sommige rechtse VVD’ers hebben niets met de huidige negatieve koers van de partij tegen de kunst- en cultuursector, er zijn veel PVV-achtige kiezers die het milieu heel belangrijk vinden, sommige Groenlinksers willen meer bevoegdheden voor de politie, en voor menig D66-ouder is betutteling geen vies woord als het over kinderen gaat, terwijl D66 vaak juist huivert bij dat woord.”

Wat is volgens jou het grote thema in deze verkiezingsstrijd?

“Ik denk dat dat toch is wat vrije mensen bindt, wat ons dus bij elkaar houdt. En ik denk dat mensen ontevreden zijn over de gezondheidszorg. Dan wordt er meteen gewapperd met statistieken dat we de beste gezondheidszorg van Europa hebben. Maar een gemiddeld cijfer zegt niks over concrete ervaringen. Als je met je hoofd in de oven ligt en met je voeten in de ijskast, heb je het gemiddeld aangenaam warm. Mensen pikken het bijvoorbeeld niet dat er zo weinig aandacht is voor persoonlijke zorg. En ja, er speelt een terreurdreiging, maar dat was bij eerdere verkiezingen niet anders.”

Komt de verkiezingscampagne niet pas heel laat op gang?

“Dat is strategie. De laatste drie weken nemen de mensen hun beslissingen. Politieke partijen zijn over het algemeen arm, dus alle reclamespotjes zijn in die laatste drie weken ingekocht.”

We kunnen er nu eigenlijk nog niet veel van zeggen dus.

“Nee. Ik moet eerlijk zeggen dat mijn politieke gevoel me ook een beetje in de steek laat. Gaat het format ‘Jesse Klaver’ doorpakken? Heel lang dacht ik dat het CDA van Sybrand van Haersma Buma naar boven zou komen en het CDA de grootste partij zou worden. De middenpartij die niet te veel handen heeft vuil gemaakt. Een jaar geleden dacht ik: dat gaat niet meer lukken, want hij is niet aansprekend genoeg – maar juist het gebrek aan charisma kan comfort bieden, zo van: hè hè, eindelijk iemand die niet zo glad is. De mate van echtheid is nog weer belangrijker dan bij de vorige verkiezingen.”

En wordt die echtheid beloond?

“Dat denk ik ja, want je ziet de reactie op al die beloftes: over de Tesla-fabriek in Groningen, de vijfhonderd euro hier, de duizend euro daar. Mensen zijn daar denk ik inmiddels allergisch voor: het moet wel onwaar zijn.”

In De koning kun je niet spelen beschrijf je hoe je als jonge acteur toch meer voldoening vond in de politiek dan in het theater.

“Toen ik net van de Toneelschool in Maastricht af kwam, was ik voorzitter van de Jonge Democraten. Daar bedacht je iets en kon je het onmiddellijk uitvoeren. Ik organiseerde in 1999 bijvoorbeeld samen met anderen een grote demonstratie tegen het studiehuis, een onderwijshervorming. Je was zelf in charge. In het theater staat meer vast: er is een regisseur en je moet elke avond hetzelfde stuk spelen.”

Toneelspelen heb je ook maar kort gedaan.

“Ik heb een paar jaar bij De Appel gespeeld, bij het Theater van het Oosten en bij Het Zuidelijk Toneel. Maar toen was ik al voorzitter van de Jonge Democraten en wilde de Kamer in. Op dat moment had ik als acteur blijkbaar niet genoeg ambitie, want ik vond dat maatschappelijke interessanter.”

Wat was destijds de drive dan om te willen acteren?

“Dat klinkt een beetje plat, maar ik vond en vind het leuk om op een podium te staan.”

Dat podium had je als Kamerlid natuurlijk helemaal.

“Nou goed, dat is misschien de overeenkomst, maar dat klinkt weer alsof het alleen maar daar om gaat. Het aardige van het theater is dat het ook maatschappelijk kan zijn.”

Je beweert in je boek dat er in het theater jaarlijks twee keer zo veel kaartjes worden verkocht als in het betaald voetbal.

“Ja, ik ben het nagegaan. Dat gaat dan wel over alle theater, heel breed, alles bij elkaar. En dagelijks. Voetbal is maar één keer per week.”

Vind je achteraf dat je goede beslissingen hebt genomen?

“Heel veel dingen doe je als je jong bent op intuïtie. Ik weet nu beter dan destijds waarom ik de Kamer in ging. Ik weet nu beter waarom ik theater zo fantastisch vind dan toen ik op de toneelschool zat. Maar als ik voor honderd procent alleen maar in repetitielokalen en theaterzalen zou moeten staan, dan zou me dat geen voldoening geven. Maar driekwart jaar geleden wilde ik opeens weer auditie doen voor een voorstelling. Waarom wilde ik in Ciske de Rat staan? Omdat ik het tien jaar geleden had gezien en het geweldig vond. Dus daar wilde ik in. Ik werd aangenomen en na vijftien jaar afwezigheid stond ik weer vier maanden lang op het podium in het De La Mar theater. Ik sprak af dat ik de tour door het land, die nu begint, vanwege mijn andere werkzaamheden niet kon doen, hoewel ik eind april en begin mei nog wel een paar keer zal inspringen. Maar de stap om weer even de planken op te gaan was een van de beste beslissingen van de afgelopen jaren.”

En waarom?

“De herhaling en de perfectie. Wat me eerder tegenstond, vond ik nu juist geweldig. Theater is heel zintuiglijk: je ziet, je hoort, je reageert. En dat voor het oog van een uitverkochte zaal. Je kunt elke avond weer een nieuwe poging wagen om echtheid en harmonie na te streven, en dat kan tot ontroering leiden en zelfs tot tranen. Iets wat in de politiek niet zo snel gebeurt. Je moet in de politiek improviseren en wordt door je collega’s steeds uit je evenwicht gebracht. Daar moet je tegen kunnen en dat kon ik. Maar tijdens de première van Ciske de Rat was ik oprecht ontroerd, omdat we allemaal ons best hadden gedaan er een mooie voorstelling te maken. En ik moest toen wel even terugdenken aan die rauwe politiek waarin je altijd op je hoede moet zijn. Waar een compliment vaak een verborgen belediging is.”

Terwijl je niet van cynisme houdt.

“Als je dingen in de politiek voor elkaar wilt krijgen, moet je niet van suiker zijn. Maar het is soms ook heel fijn om te herbronnen op een plek waar je zoiets moois maakt als in het theater.”

Gaan er nog meer rollen jouw kant op komen?

“Dat kan best. Ik leef van mijn andere werk, dus doe het alleen als ik het interessant vind.”

Meer musicalster dan gesubsidieerd theaterdier?

“Dat weet ik niet, het kan allemaal, zolang ik het interessant vind. Het zou ook kunnen dat het hierbij blijft. Maar dan is het wel een belangrijke cesuur geweest. Toen ik twintig was, had ik een vrij uitgestippeld plan van dit en dit wil ik doen, en via allerlei omwegen ben ik met al die dingen wel bezig.”

Ben je een controlfreak?

“Nou, eerder wás, en dat heeft ook met ouder worden te maken. Ik laat nu dingen veel meer komen zoals ze komen.”

Je had je hele carrière al vroeg uitgestippeld.

“Ik had in 2002 ook net niet gekozen kunnen worden. Alleen omdat een ander Kamerlid opstapte, kwam ik erin. Anders was alles anders gelopen. Op persoonlijk vlak dacht ik dat ik de liefde van mijn leven had gevonden en hij ging opeens na elf jaar weg. En er zijn ook veel dingen die niet lukken. Ik ben nu drie jaar vrijgezel, maar ik zou liever een relatie hebben.”

Ben je actief op zoek?

“Tuurlijk, ik date, en de hele mikmak eromheen. Aan de andere kant: ik heb een zoon, dat had ik ook lange tijd niet gedacht. Toen ik op mijn 21ste uit de kast kwam, dacht ik: dat zit er niet in, dat moet je maar accepteren.”

Dus het leven is toch volstrekt anders gelopen?

“Niet volstrekt. Maar het is een vreemde combinatie van dingen geworden. Van kleins af aan werd mij gezegd: je moet er een keuze in maken, óf dit, óf dat. Eigenlijk heb ik dat advies tot nu toe altijd naast me neergelegd. Vroeger bracht me dat weleens aan het twijfelen, maar nu denk ik: dat lapjeskatbestaan past mij. En als het gaat over politiek: eigenlijk vind ik dat ik mezelf eerst nog meer moet opladen, maar dat klinkt weer alsof ik een energieprobleem heb...”

Je wilt zeggen dat je nog niet klaar bent voor een tweede ronde in de politiek?

“Ja. Ik wil nog meer meemaken. Ik kan me niet voorstellen dat ik in deze tweede helft van mijn leven nooit meer iets in de politiek ga doen. Maar er staat geen datum in mijn agenda. Toen ik er vijf jaar geleden uit ging, dacht ik nog wel: bij de volgende verkiezingen doe ik weer mee. Maar een jaar geleden dacht ik: welnee. Dan kom ik namelijk precies terug op de plek waar ik zat, met dezelfde mensen. Ook Pechtold doet het hartstikke goed, daar niet van, alleen die ken ik. Ik weet hoe hij werkt, hoe hij is, dus daar zit niet zo veel nieuws in. Ik ben eruit gegaan en ik heb je de paar redenen daarvoor gegeven. Ik wilde ook weer met mijn poten in de modder. Om me heen kijken. En ik wilde ook weer verbaasd zijn over de politiek. Een van de anekdotes waar ik me vaak aan spiegel is van mijn moeder. Ze werd lokaal actief voor D66 en was daar zo druk mee totdat ze op een dag hoorde dat een achterbuurvrouw al een tijd borstkanker had. Dat had ze door drukte helemaal niet in de gaten gehad, en ze was er echt ontdaan door. Mijn moeder zei: als je zulke dingen niet meer opmerkt, dan is het evenwicht zoek en moet je dat proberen terug te vinden. Dat lukt niet altijd, maar aan dat streven moet je wel alles ijken. Dat is een van mijn dierbaarste levenslessen.” /