Home>>In de media>>"Vergeef jezelf alvast dat je het niet perfect zult doen"

"Vergeef jezelf alvast dat je het niet perfect zult doen"

03 apr 2016
Vergeef jezelf alvast dat je het niet perfect zult doen

Voor het boek 'Hoe overleef ik mijn dood' ging Korine van Veldhuijsen in gesprek met vele bekende Nederlanders over de dood. Hieronder het gesprek met Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond.

Het boek 'Hoe overleef ik mijn dood' is HIER te bestellen.

HET INTERVIEW

Eenvoud is belangrijk voor hem. Geen verheffende woorden, maar een simpele handeling zoals het water geven van de plantjes op de graven van zijn ouders. Hierin schuilt voor Boris van der Ham de schoonheid van het bestaan. Ook de dood wil hij het liefst van tierlantijnen ontdoen. ”Laten we vooral kijken hoe we de pijn kunnen beperken en zien te vermijden dat we een checklist moeten afvinken: Punt 1: iedereen vergeven? Niet gelukt. Punt 2: Alles uitgesproken? Helaas… Zo gaat het sterven nog tegenvallen. Wees mild voor jezelf en leer het pijnlijke toeval omarmen”, zegt hij. 

Een gesprek over de soms mooie, vaak pijnlijke en altijd zakelijke en ernstige kanten van de dood, dat voert langs het sterfbed van zijn ouders en de pijlers van het humanisme: een waardige levenseinde oftewel zelfbeschikking.  

“Als ik voor een persoonlijk dilemma sta, denk ik: wat zou mijn moeder adviseren? Ze is allang dood, maar die check maak ik in mijn hoofd nog steeds, Op oudjaarsavond bijvoorbeeld luidde de boodschap: ‘Wees niet wraakzuchtig, stuur gewoon een sms’je aan je ex-geliefde om hem een gelukkig nieuwjaar te wensen’. Bij zo’n dillema ‘spreek’ ik dus even me haar, dat vind ik best ontroerend. Dit moet je niet verwarren met godsdienst of met leven na de dood maar intuïtief weet ik op dit soort momenten wat deugt, dankzij de waarden die ik van haar heb meegekregen in mijn opvoeding.”

“Zo’n sensatie kan ik ook hebben als ik iets van mijn persoonlijke leven herken in een oude brief van mijn ouders. Of laatst nog, bij een toneelstuk dat ik bezocht. Het drama was gebaseerd op een 2500 jaar oude tekst en handelde over een moeilijke keuze. Ongelooflijk, dacht ik, gisteren stond ik voor zo’n zelfde soort vraagstuk, al zat ik niet op een baal stro in het Oude Griekenland, maar op mijn bank met een laptop op schoot, in mijn elektronisch gekoelde huis, te kijken naar You Tube. Ondanks alle uiterlijke verschillen door de tijd zijn menselijke relaties en dilemma’s het zelfde. Ik haal mijn inspiratie en zingeving uit mijn medemens, die worstelt, jaloers is, angsten heeft, haatdragend is of juist vergevingsgezind. Die stomme dingen zegt tegen z’n vrienden om het vervolgens weer goed te maken.”

De mens vormt de kern

“Het woord humanisme zegt het al: de mens vormt de kern. Er is solidariteit door de verschillende generaties heen. Je voelt je verbonden met iemand die 400 jaar geleden iets over de liefde zei. En waarom is dit nuttig? Omdat wij vrije mensen voorstaan, die je niet beknot met onzinnige dogma’s. Tegelijkertijd heb je die vrijheid ook richting te geven. Wat ga je ondernemen? Wat zijn doelen die je binnen je leven kunt stellen? Hoe verhoud je je tot elkaar? Daar hoopt het humanisme als levensbeschouwing handvaten voor aan te reiken, en dan moet je er zelf mee aan de slag gaan. Wij vullen dit in door over filosofie te spreken, de canon van het denken te publiceren en lezingen te geven over levensbeschouwelijke onderwerpen. Ook in het onderwijs verzorgen wij lessen over normen en waarden, vrijheid versus onvrijheid. Je mag alles, maar wat wil je? En waar ligt de harde grens tussen jouw vrijheid en die van een ander? Mijn inspiratie haal ik dus niet uit een alziende God, want daar geloof ik niet in.”

“Het lijntje dat ik met mijn ouders heb een ‘energie’ noemen, vind ik te vaag. Van zo’n woord  word ik heel kriebelig. Binnen het humanisme wordt hierover overigens verschillend gedacht: sommigen houden van dat soort woorden. Prima, tot je dienst en ga je gang. Maar ik kom uit een gezin waar een allergie is gekweekt voor dit soort kreten. Ik heb ook moeite met het woord ritueel, omdat dit iets buiten jezelf suggereert. Juist het vinden van de dingen binnen jezelf vind ik zo mooi. Hiervoor wil ik geen term gebruiken die iets verheffends in zich draagt. Voor mij zit het verheffende juist het kleine, in de eenvoudige handeling, zoals het wateren van de plantjes op het graf. Op het moment dat je daar een gouden rand omheen waaiert, of rept van een energie of ritueel, is de innerlijke ervaring verbroken.”

Rouwen zullen ze!

“Uiteindelijk is het ‘t mooiste als je zelf de logica ervaart van wat anderen beweren. Dat je niet alleen leest dat het verzorgen van een graf troost kan geven, maar dat je dit daadwerkelijk voelt. Of juist niet. De mens is een voorspelbaar wezen, ook als het gaat om lijden en de dood. Toch moet je proberen om het zelf uit te vinden en daarbij kun je prima een cliché volgen. Maar als mensen zeggen: ‘Mijn begrafenis moet een feestje zijn’, kan ik me daar persoonlijk niets bij voorstellen. Het mag wel gezellig zijn, er mag leuk gesproken worden, maar de dood is een ernstige zaak, alhoewel er allerlei redenen te bedenken zijn waarom onze eindigheid goed is. Maar het is ook erg, er gaan dingen verloren, er zit onrecht bij. Onlangs bezocht ik de begrafenis van een jongen van 27 die was doodgereden op vakantie. Vreselijk. Daar niets feestelijks aan. Dat is doodzonde. Ik houd daarom vast aan het gegeven van de treurige bijeenkomst. Voor mij geen dankdienst voor mijn leven, maar een rouwdienst: jammer dat het over is. En ik hoop dat er flink gerouwd wordt!”

“Ik houd het meeste van gebouwen zonder opsmuk. Niet al die frutsels die afleiden, maar een witte, kale ruimte. Ook het doodgaan wil ik het liefste vereenvoudigen, want doodgaan is eigenlijk heel simpel: op een gegeven moment stopt je hart met kloppen. Ik vind toeval een veel troostrijker idee dan het vooraf bedachte lot of de wil van een opperwezen. Want anders zou je dat opperwezen eigenlijk steeds voor de rechter moeten dagen. Mijn moeder is jarenlang verpleegkundige geweest op de oncologieafdeling. Een jaar na haar pensioen krijgt ze kanker. Zij!? Dat is oneerlijk. Pijnlijk. Maar toeval. En zo zag zij dit zelf ook. Als iemand dat bedacht zou hebben, dan zou ik het lastiger te dragen vinden.”

“Mijn moeder heeft dit pijnlijke toeval omarmd. Zij heeft zoveel gezelligheid beleefd in haar laatste zes maanden, zoveel bezoek verwelkomd, zoveel dingen nog een laatste keer ondernomen. Met recht kun je spreken van een goed afscheid, maar om nu te zeggen: dit is de bedoeling van het lijden, nou nee. Nee, dit vind ik te ver gaan. Je moet er een bedoeling aan geven. Lijden heb je te leren omarmen, want al heerste er een goede sfeer, tegelijkertijd was het een rotsituatie.”

Wow, dit is mijn familie

“Ze takelde steeds verder af. Raakte zwaarlijvig door de prednison, en voor haar geen mooie bos haar na afloop van de bestraling, maar her en der een raar plukje. Ze leek echt niet meer op wie ze  was. Het was ellende, maar ze had in ieder geval geen pijn en we maakten er het beste van. Duwde ik haar rolstoel voort op weer een rommelmarkt, gewoon omdat ze daarvan genoot. Als een kopje of een bord haar in vervoering bracht, kocht ze het gewoon, hoewel ze er niet lang meer van zou genieten. Er werd niet te veel over nagedacht. We stonden in het moment.”

“Tussen mijn moeder en mij ontstond meer intimiteit dan ooit tevoren. Ik participeerde in de verzorging en verschoonde haar luiers. Door haar beroep had ze een heel zakelijke houding: leg me sus, kantel me zo voor een goede hygiëne en het behoud van je rug. Ik vind het fijn dat ik kon en mocht bijdragen en heb het als een heel mooie afronding ervaren. Ook door de aanwezigheid en gezelligheid van de familie eromheen. Ondanks al de verschillen in mijn familie waren we altijd al een hechte familie, en dat werd nu alleen nog maar bevestigd. Tijdens deze periode dacht ik nog sterker: wow, mijn familie.”

“Tijdens de laatste levensdagen van mijn vader, hield ik af en toe zijn hand vast. En volgens mij vond hij dit fijn. Maar toen ik de hand van mijn moeder pakte en enigszins weifelend aaide, zei ze: ‘Hou es op’. En eigenlijk is dit ook intiem. Ze gaf aan: ‘Ik mag dan ziek zijn, maar wens nog altijd geen polonaise aan mijn lichaam’. Natuurlijk was er zachtheid, maar daar binnen is iemand wel zichzelf. Je hebt te accepteren hoe iemand is. Mijn vader overleed vrij snel. Ik heb hem bepaalde dingen niet kunnen zeggen, waar deze gelegenheid zich bij mijn moeder wel voordeed door haar aangekondigde dood. Toch heb ik hiervan in mindere mate gebruik gemaakt dan gedacht. Kennelijk is het makkelijker om sommige dingen pas te zeggen als iemand dood is, of echt stervende. Ik ontmoette mijn eigen tekortkomingen en was me er tegelijkertijd van bewust, dat ik beter had kunnen weten en doen.”

Het sterven valt me een beetje tegen

“Ik denk daarom dat het goed is niet teveel verwachtingen te koesteren rondom het sterven. Vergeef jezelf op voorhand dat je het niet perfect zult doen, wees mild. Soms is onverschilligheid een fijn instrument. Gooi het op het ‘laat maar-hoopje’, zodat het van je af kan glijden. Voor je het weet, krijg je een ideaalbeeld van het sterven: hier moet het aan voldoen. Alles moet uitgesproken zijn en met zachtheid worden omgeven: het doodgaan-to-do-lijstje. Door deze verwachtingen ga je bij wijzen van spreken op je sterfbed nog verzuchten: het valt een beetje tegen. Zo krijgt sterven iets onwaarachtigs. Misschien moet je juist wel zeggen: ‘Ik heb een tyfushekel aan jou gehad. Jij mag niet op m’n begrafenis komen’. Waarom zou je dat niet kunnen zeggen? Kan een enorme opluchting voor iemand betekenen. Waarachtig is het in ieder geval wel.”

“Daarom: romantiseer het sterven niet. Sterven heeft ook iets zakelijks. Uiteindelijk komt het meestal neer op bedlegerigheid in een naargeestig, ongezellig ziekenhuis, waar je drie uur na het uitblazen van je laatste adem dient te vertrekken, omdat het bed nieuwe, levende patiënten te dragen heeft. Ook als je thuis sterft, heeft het iets steriels, al is het maar vanwege dat rare ziekenhuisbed, omdat de thuisverpleegkundige je anders niet kan helpen. Ziek zijn is onromantisch, het leven neemt af, je gaat langer slapen, je krijgt steeds meer pillen, vaak in een opbouw naar de dood.”

“En dan nog iets: wat als je niet in een warm gezin bent opgegroeid? Hoe doe je het dan? Misschien wil mijn zoon er helemaal niet bij zijn als het mijn tijd is. Of mist hij het moment suprême, zoals ik het miste bij mijn vader. ’s Ochtends om een uur of vier werd ik gebeld door het ziekenhuis met de mededeling dat hij was overleden aan een hartstilstand. Hij is alleen gestorven en dit voldeed bepaald niet aan mijn hoop en verwachtingen. Ik was er graag bij geweest en meen dat hij dit ook prettig had gevonden. Hier heb ik enorm mee gezeten, en dat is goed, maar erna is het de kunst om het los te laten en er vrede mee te krijgen. Want zo is het nu eenmaal gegaan. Je kunt zeggen dat ik ’s avonds de verkeerde beslissing heb genomen door naar huis te gaan, maar aan de andere kant: zijn conditie leek te verbeteren. De realiteit is dus niet ideaal.”

Een ideaal: pijn beperken

“Laten we vooral kijken hoe we de pijn kunnen beperken. Dat is ook een ideaal dat je kunt hebben en goed wilt regelen. Zo van: pomp me maar vol met allerlei middelen, zodat ik de pijn niet hoef te voelen. En als dit m’n leven verkort, vind ik het helemaal oké. Zo bereid je je ook voor op de dood.”

“Binnen het humanisme is een waardig levenseinde essentieel. Wat deze waardigheid inhoudt, ligt voor iedereen anders. Er zijn mensen die zeggen: ik vind dat lijden waardigheid in zich draagt. Ik wil daarom niet platgespoten worden, maar voelen dat ik ziek ben en elk uur ervan ervaren. Een ander is van mening dat hij de pijn van de laatste dagen niet wil meemaken. Weer een ander zegt: als ik verpleegd moet worden door m’n eigen kinderen, grijpt dit in op mijn gevoel van waardigheid en het beeld dat ik wil achterlaten.”

“Een waardig levenseinde houdt in dat je er op elk moment zelf mee kunt ophouden en hiervoor de mogelijkheden aanwezig zijn. Als je je leven voltooid acht bijvoorbeeld, of als je hulp bij zelfdoding wenst. Het is zaak dat je hierbij niet tegengewerkt wordt. Deze zelfbeschikking is een van de pijlers binnen het humanisme. Je moet je leven zo kunnen inrichten zoals je dit zelf wilt, maar dus ook je sterven. Niemand weet immers beter wat waardig is dan jijzelf.”

Euthanasie is geen laffe keuze

“Er zijn veel ethische dillemma’s die schuren tussen het zelfbeschikkingsrecht van verschillende individuen. Bij euthanasie is er soms ook dat dillemma. Je kunt bij euthanasie  tegenwerpen dat je dat misschien zelf kunt willen, maar er wel een arts mee opzadelt. Maar ook de arts beschikt zelf. Als hij het niet wil doen, is dit zijn goed recht. De ultieme zelfbeschikking is natuurlijk dat je zelf het einde bewerkstelligt, of met hulp van een naaste. Als Humanistisch Verbond hebben wij hierover ruime opvattingen. Op de achtergrond hebben wij Albert Heringa dan ook gesteund in het proces dat het Openbaar Ministerie tegen hem had aangespannen. Hij hielp zijn moeder bij zelfdoding en verdiende uiteindelijk geen straf volgens het Hof Arnhem-Leeuwarden, omdat hij uit nood handelde en zorgvuldig en transparant te werk was gegaan. Daarnaast zetten wij ons samen met de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) in om het wetboek van Strafrecht aan te passen. Wij willen graag dat hulp bij zelfdoding door een andere persoon dan een arts legaal wordt.”

“Bisschop Eijk heeft een aantal jaren geleden iets gezegd als: ‘Euthanasie is een laffe keuze’. Een verschrikkelijke, abjecte uitspraak wat mij betreft. Als je ziet hoezeer mensen vaak al geleden hebben, voordat ze uiteindelijk geholpen worden!  De analyse: het euthanasiecijfer stijgt, we kunnen niet meer lijden, vind ik daarom ook te makkelijk. Je mag wel een discussie voeren over pech, en hoe hiermee om te gaan. Niet alles is maakbaar tenslotte. Maar euthanasie is niet het antwoord van mensen die niet durven lijden, daarmee doe je hen echt tekort. ”

“De vraag bij euthanasie is veel meer: wil je de beker van het lijden helemaal tot aan de bodem leegdrinken? En als een bepaald soort pijnstiller niet meer werkt, vind je het dan een verplichting om door te gaan? Daarvan zeg ik: nee. Het mag wel, natuurlijk, maar het hoeft niet. Ik vind het nogal hoogmoedig om te suggereren dat je iets mist als je het lijden iets bekort.”

Waarvoor heb ik eigenlijk geleefd?

“Lijden valt sowieso niet uit te bannen, er is zoveel leed dat niet medisch te indexeren valt. Denk aan liefdesverdriet, aan de gebroken carrière, die leed veroorzaakt. En luister maar eens naar het geklaag bij het koffiezetapparaat. Vaak komt het neer dat mensen zich tekort gedaan voelen, dat ze niet gezien worden.”

“Er is een psalm over de dood, die in orthodoxe kringen veel gezongen wordt, die eindigt met de zin: men kent en vindt zijn standplaats zelfs niet meer. Als mens kun je je afvragen: ik ga nu dood, waarvoor heb ik eigenlijk geleefd? De kans dat je over 1000 jaar nog herinnerd wordt, is miniem. De kans dat je over 50 jaar herinnerd wordt, is zelfs al klein. Je hebt gelachen, ruzie gemaakt, gevochten voor een carrière en wat heeft het uiteindelijk voor een zin gehad? Sommigen hopen alleen al op die reden in op een God, op een hiernamaals.. Dat heb ik niet.”

“Ik denk dat je de meerwaarde binnen het leven zelf moet vinden. Vraagt een spreeuw zich steeds af waarom hij op aarde is? Hij doet z’n ding en plant zich voort. Dat wil niet zeggen dat mensen zonder kinderen geen zin ervaren, natuurlijk wel. Zij dragen op een andere manier bij, en hierom gaat het: een ieders bijdrage. Iedereen bouwt mee aan een volgende generatie. Hieraan moet je zin ontlenen.”

“Voor mij is het belangrijk dat ik aan het eind van m’n leven kan zeggen: ik heb een paar goede dingen gedaan en een paar slechte nagelaten. Ik heb een maatschappelijk bijdrage kunnen leveren door mensen goed te vertegenwoordigen als politicus of voorzitter, of door woorden en visies te formuleren als schrijver, waaraan mensen wellicht iets hebben. Dat zou ik mooi vinden.” 

De dood komt dichterbij

 “Hoewel ik nog redelijk jong ben, worden steeds meer mensen om me heen ziek. De dood komt dichterbij. Ook een goede vriendin en leeftijdgenoot van mij heeft kanker, weliswaar met een positieve prognose, maar toch. De dood leeft bij mij vooral in praktische zin, zoals het maken of bijwerken van een testament: ex-partner eruit, kind erin, vrienden erin opnemen. Ik speel ook met de gedachte om een bedrag te reserveren, waarmee mijn website nog 50 jaar in de lucht gehouden kan worden. Deze vertegenwoordigt mijn gedachtengoed in de vorm van video’s, interviews en artikelen: mijn nalatenschap.”

“Ik vermoed dat het me moeite gaat kosten om het leven los te laten. Ik vind het gewoon te leuk. Ik wil er bij zijn. Mijn moeder liet het toe, die was er niet bang  voor en had natuurlijk veel stervende mensen zien gaan. Ik heb haar overgang als indrukwekkend ervaren. Of ik zelf voor euthanasie zou kiezen, weet ik niet. Ik zie het nu nog als een te vastgesteld moment. Maar als ik echt stik van de pijn, mag het proces versneld worden.”