Home>>In de media>>Religie hoeft niet achter de voordeur (Trouw)

Religie hoeft niet achter de voordeur (Trouw)

28 jan 2013
Religie hoeft niet achter de voordeur trouw

In de media, de politiek en in het maatschappelijk debat wordt er wild gesproken over de vraag: Moet religie achter de voordeur. In dagblad Trouw gaf Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, een interview over deze kwestie. "Religie hoeft niet achter de voordeur. Maar religie hoeft ook geen voorkeursbehandeling"

RELIGIE HOEFT NIET ACHTER DE VOORDEUR

‘Kleinzielig christenpesten’, vond SGP-Kamerlid Roelof Bisschop, toen D66 recentelijk vragen stelde over het recht van kerken om gegevens in te zien van de gemeentelijke basisadministratie. In de beleving van veel behoudende christenen waait er een gure seculiere wind door het land die alles wat riekt naar religie uit het openbare leven wegblaast. Maar niet alleen zij maken zich zorgen. Ook andere gelovigen, of ze nu christelijk, joods of islamitisch zijn, hebben het gevoel in de verdrukking te komen. Van felle discussies rond rituele slacht en jongensbesnijdenis tot de controverse over weigerambtenaars, van een boerkaverbod tot het dichtdraaien van de subsidiekraan voor levensbeschouwelijke omroepen als de IKON en de Joodse Omroep: religie lijkt in de marges te worden gedrukt. Roel Kuiper van de ChristenUnie spreekt zelfs van een heuse 'kruistocht'.

“Onzin”, zegt schrijver en oud-politicus Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond en van 2002 tot 2012 lid van de Tweede Kamer voor D66. Vanavond gaat hij in De Rode Hoed over dit onderwerp in debat met onder andere rabbijn Tamarah Benima en filosoof Govert Buijs. “Sommigen zeggen dat we richting een Frans model van laïciteit evolueren, waarin religie krampachtig buiten de straat wordt gehouden. Het boerka-verbod is een van de weinig voorbeelden waar je dat van zou kunnen zeggen. Maar gek genoeg komt dat van het CDA, en bijvoorbeeld niet van Groenlinks en D66. Voor de rest zie ik die trend niet. Die zou ook haaks staan op onze Nederlandse cultuur: we zijn nu eenmaal niet op ons mondje gevallen en wensen onverbloemd voor onze mening uit te komen, religieus of niet religieus.”

Dus religie hoeft niet achter de voordeur?

“Nee, vrijheid van meningsuiting houdt juist in dat je je mening kunt uiten. Waar moet dat anders dan in het publieke domein? Dat is de arena waar meningen met elkaar botsen.”

U heeft het over vrijheid van meningsuiting, maar gaat het hier niet om vrijheid van godsdienst?

“Die twee liggen voor mij heel dicht bij elkaar. In een vrij land mag iedereen geloven, doen en zeggen wat hij of zij wil, zolang dit de vrijheid van de ander maar niet schaadt. Want die ander is er, en daar heb je rekening mee te houden. Zodra je de voordeur achter je dichtslaat en je je op straat begeeft, ben je aanspreekbaar op je gedrag en op je woorden. Dus: nee, godsdienst hoeft niet achter de voordeur te verdwijnen, maar gelovigen moeten ook niet klagen als ze kritiek krijgen. Dat geldt trouwens ook voor een humanist, een vrijzinnig-gelovige of atheïst. Mijn punt is dat je opvattingen of gebruiken niet kunt voortrekken vanwege het simpele feit dat die ‘religieus’ zijn. Waar religie een voorkeursbehandeling krijgt, kom ik in het geweer.”

Waar ziet u dit dan gebeuren, die voorkeursbehandeling?

“Neem nog maar eens die lastige discussie over rituele slacht. De afgelopen decennia groeide gelukkig het besef dat ook dieren recht hebben op een aantal welzijnseisen. Het is op zich heel raar dat je minder dierenwelzijn zou mogen betrachten, puur en alleen omdat jouw manier van slachten ‘religieus’ is. Alsof iets ‘religieus’ noemen je ontheft van de plicht argumenten te geven. Als een koe meer lijdt doordat hij ritueel geslacht wordt, dan hebben wij als samenleving toch op te komen voor die dieren. Dat een oud boek zegt dat je het zo moet doen, mag niet de discussie op slot gooien.”

U diende als Kamerlid ook een wet in om het godslasteringsverbod op te heffen.

“Dat klopt. Een wet die religieuze opvattingen onderscheidt van andere opvattingen en daar vervolgens speciale bescherming voor biedt, vind ik vreemd. Dan maak je dus een uitzonderingspositie voor religie. De SP sloot zich bij mijn initiatief aan, daarna de VVD.”

Die wet kon er ooit komen vanwege een christelijke meerderheid. Nu schaft een seculiere meerderheid die weer af. De rollen zijn omgedraaid.

“Nou, die ‘christelijke meerderheid’, dat is een romantisering van het verleden. Zo uniform was het toen allemaal niet. Toen het wetsvoorstel in 1932 naar de Kamer ging, lagen veel partijen dwars, waaronder de Christelijk Historische Unie en buiten de Kamer de vrijzinnige protestanten. En de SGP? Die stemde tegen! Zij waren bang dat ze niet meer zouden kunnen fulmineren tegen verderfelijke roomse opvattingen als Mariaverering en hostiegebruik. Anno 2013 hebben ze het wetsartikel ironisch genoeg verheven tot kroonjuweel van christelijke politiek.”

Ook over jongensbesnijdenis woedt een felle discussie. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Eigenlijk is dat helemaal geen religieus debat. Vroeger dacht iedereen dat besnijden medisch beter was, en daardoor werd er bijvoorbeeld in Amerika om niet-religieuze redenen veel besneden. Maar nu veranderen de medische ideeën daarover. Dat debat is om die reden ook schoorvoetend onder moslims en joden op gang gekomen.”

Voor veel gelovigen lijkt dit wél een religieuze kwestie. Zij besnijden hun kinderen in eerste instantie niet op medische, maar op religieuze gronden. Mag dat?

“Welke reden je ook hebt, het moet altijd medisch verantwoord zijn. Ik heb niks met hysterische pleidooien om het te verbieden. Alleen al omdat het medisch debat nog woekert, maar ook omdat bij zo’n pleidooi mensen uit schrik stoppen met nadenken. De vraag is: in hoeverre heb je het recht om je kind iets te laten ondergaan met zulke ingrijpende consequenties? En waar het niet zelf voor kan kiezen?”

Hoe komt het dat al deze kwesties juist nu onderwerp van debat zijn? Waar komt het groeiende ongemak met religie in de publieke sfeer vandaan?

“Ik weet niet of ongemak het juiste woord is. We zoeken naar een nieuw evenwicht en dat hoeft niet te verbazen: de samenleving is nu eenmaal drastisch veranderd. Kerken en christelijke partijen hebben flink ingeboet aan invloed. Mensen voelen zich minder verbonden aan instituties en winkelen in levensbeschouwingen. De Islam in Nederland geeft nieuwe spanningen rond kwesties van kerk en staat. En er zijn heel veel mensen die niet-religieus zijn, maar wel nadenken over kwesties van leven en dood. Zoals humanisten. Soms is het debat ongemakkelijk. Alleen al omdat mensen zich eigenlijk niet willen verdiepen in andermans mening. Hoe pluriformer de samenleving wordt, hoe consequenter je als overheid moet zijn in het bieden van een gelijk speelveld. De overheid benadrukt haar neutraliteit, niet om religie uit te bannen, maar om diversiteit te kunnen waarborgen. Mijn uitgangspunt is altijd: religie is een individueel recht. Wat je denkt mag je uiten, ook buiten de voordeur. Maar het is geen collectief recht: alsof je, zodra je het een religie noemt, een muurtje om je gemeenschap mag bouwen waarbinnen de overheid niks meer te zeggen heeft en waar de individuele rechten van mensen niet meer zouden gelden.”

Maar juist met zo’n individualistische opvatting kunnen veel traditionele gelovigen niet uit de voeten. Dwing je religieuze minderheden nu niet zich te conformeren aan een nogal beperkte visie op religie?

“Integendeel, het is juist een heel principiële visie op geloofsvrijheid. Ik dwing niemand zich te conformeren, ik verzet me juist tegen groepsdruk. Zoals sluipend conformisme op het schoolplein. Als meisjes uit vrije wil een hoofddoek willen dragen, prima. Dat is hun recht, ook op straat of in de winkel of op school. Maar als op het schoolplein andere moslima’s, die er voor kiezen geen hoofddoek te dragen, onder druk worden gezet die ook te dragen, dan staat dat haaks op individuele geloofsvrijheid. Ik vind het mooi als bijvoorbeeld Andries Knevel als orthodoxe christen toch de vrijheid voelt om de evolutietheorie aan te hangen. Ik ben niet tegen religie, ik ben vóór vrijheid.”

Interview afgenomen door Wilfred van de Pol voor Dagblad Trouw

Boris van der Ham schreef onlangs een boek over de morele dilemma's van de vrijheid 'De Vrije Moraal'. Te koop in de boekwinkel en HIER online.