Home>>In de media>>‘Onderwijs krijgt niet te weinig aandacht, maar verkeerde aandacht.’ (Democraat)

‘Onderwijs krijgt niet te weinig aandacht, maar verkeerde aandacht.’ (Democraat)

09 okt 2008

Hoe staat het met de kwaliteit van het onderwijs in Nederland? Een interessante en niet minder belangrijke vraag die wordt beantwoord door Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER) en Boris van der Ham, Tweede Kamerlid voor D66.

Beide heren maakten deel uit van commissies die verschillende problemen in het onderwijs onderzochten. Rinnooy Kan was voorzitter van de Commissie Leraren – beter bekend als de Commissie Rinnooy Kan – die in september 2007 haar bevindingen over het lerarentekort en de positie en kwaliteit van de leraar presenteerde. Van der Ham zat in de Commissie Dijsselbloem, een parlementaire onderzoekscommissie over de onderwijsvernieuwingen in het voortgezet onderwijs in Nederland. Hij bezigt duidelijke taal over de onderwijskoers die hem voor ogen staat. ‘Een beetje bijklussen is niet voldoende, het moet forser. We moeten echt een slag maken.’

            Gelijkheid van kansen

Eerst nog even een vraag over zijn ‘macht’. Rinnooy Kan voert voor het tweede jaar op rij de door de Volkskrant opgestelde lijst van invloedrijkste Nederlanders aan, maar blijft er nuchter onder. Een grapje is dan ook zo gemaakt. ‘Een willekeurige agent heeft meer macht dan ik heb en dat is maar goed ook.’ Hij wil in zijn functie als voorzitter van de SER ‘mensen bundelen en samenbrengen, in plaats van de verhoudingen aanscherpen’. Hij is spin in het web. Doordacht, eloquent, vriendelijk. Hoe is het volgens Rinnooy Kan gesteld met de kwaliteit van het onderwijs? Hij denkt kort na, een genuanceerd antwoord volgt. ‘Er zijn heel positieve berichten, maar ook heel zorgelijke.’ Rinnooy Kan meent dat een van de kenmerken van een goed onderwijssysteem de gelijkheid van kansen in het onderwijs is. ‘Dat betekent gelijke kansen op ontplooiing voor eenieder, ongeacht de vraag of je welvarende ouders hebt of waar je geboren bent.’ Rinnooy Kan stelt dat sociaaleconomische herkomst toch nog steeds een redelijke voorspeller is van waar iemand terecht komt in het onderwijssysteem. ‘Dat is vervelend, maar vooral heel zorgelijk. Dat moeten we ons zeer aantrekken’, beklemtoont Rinnooy Kan. Ook Van der Ham zag in de Commissie Dijsselbloem dat sociaaleconomische herkomst nog steeds speelt binnen het onderwijs. ‘Het bleek zelfs dat kinderen die het zelfde IQ hadden, toch andere schooladviezen kregen. Kinderen uit lagere sociaaleconomische milieus werden door zowel docenten als ouders lager ingeschat, en voorbestemd naar een lagere opleiding te gaan. Daar schrok ik van. Je mag toch verwachten dat individuele ontplooiing – los van iemands achtergrond – centraal staat?’

 

Relevante en irrelevante verschillen

Rinnooy Kan noemt herkomst en afkomst irrelevante verschillen, te onderscheiden van de relevante verschillen. De laatste zijn verschillen in talent, verschillen in de kwaliteiten die eenieder bezit. Rinnooy Kan: ‘Die relevante verschillen moeten we maximaliseren en uitvergroten zodat ieders ontplooiing en ontwikkeling zo groot mogelijk is.’ De irrelevante verschillen daarentegen moeten worden geminimaliseerd. ‘Wanneer we irrelevante verschillen signaleren, moeten we ze wegwerken. Wanneer ze op de loer liggen, moeten we ze vroegtijdig oppakken.’ Als voorbeeld noemt hij voorschoolse educatietrajecten met het oog op een goede beheersing van de Nederlandse taal. ‘Bijscholing in taalvaardigheid zorgt ervoor dat irrelevant verschillen, namelijk de herkomst en afkomst, worden geminimaliseerd.’ Enthousiasme maakt zich meester van Rinnooy Kan wanneer hij het over dit initiatief heeft. ‘Als je slaagt in bijscholing in taalvaardigheid bewijs je het kind echt een enorme dienst.’ Hij concludeert dat het Nederlandse onderwijssysteem nog niet voldoende presteert wanneer het gaat om het maximaliseren van de relevante verschillen en het minimaliseren van de irrelevante verschillen. Met andere woorden: het Nederlandse onderwijssysteem presteert nog niet voldoende wanneer het gaat om de individuele ontplooiing, geheel los van iemands sociaaleconomische herkomst. Rinnooy Kan is het met Van der Ham eens. ‘Dat is iets waar naar moet worden gestreefd.’

             Het gaat om eigen ambitie

De kwaliteit van het onderwijs in Nederland is dus voor verbetering vatbaar. Maar hoe doet Nederland het eigenlijk in vergelijking met de rest van de wereld? Van der Ham wil waken voor gemakzucht. ‘Op wereldschaal scoren we prima, er zijn weinig laaggeletterden en onze  universiteiten doen het okee.’ Ondanks die cijfers is hij kritisch. ‘Een vergelijking met de rest van de wereld telt niet, dan scoor je altijd wel goed. Het gaat om eigen ambitie.’ Wat hij met die eigen ambitie bedoelt, blijkt wanneer hij zijn betoog vervolgt. ‘Vergelijken we Nederland met gelijksoortige landen , dan is hier de schooluitval fors groter. Dat vind ik echt zorgwekkend. We halen niet uit hen wat erin zit.’ Van der Ham maakt een bevlogen indruk, de handbewegingen accentueren zijn betoog. ‘Ook leveren nog steeds te weinig beta-leerlingen af aan hogescholen en universiteiten. Zowel voor de kwetsbare leerlingen als voor de excelente, doen we het niet goed genoeg.We moeten niet de middenmoot willen zijn.’

 

Hoe ontsnappen we die middenmoot?  Van der Ham heeft wel een aantal ideeën. ‘Jongeren moeten excelleren binnen hun eigen kunnen, het allerbeste uit zichzelf halen Niet zomaar timmerman of jurist worden, maar een heel goede.’ Wat is daar voor nodig? ‘Een goede aansluiting van de middelbare school op het MBO en Hoger Onderwijs is essentieel. Universiteiten moeten nu vaak VWO-leerlingen bijscholen in pure basiskennis. Zonde van kostbare tijd. Kennis opdoen moet in ere worden hersteld.’ Voor alle soort leerlingen geldt dat  een inspirerende, goedopgeleidde  leraar goud waard is, meent Van der Ham. ‘Ook hoeveelheid leraren telt. Bij de meest kwetsbare leerlingen kan je zelfs stellen: hoe individueler het onderwijs is, hoe beter. In de New Yorkse probleemwijk Harlem zag ik een project waar de eerste paar jaar de sleutel 1 docent op 5 leerlingen werd gehanteerd. Radicaal, maar het werkte. Het taalniveau steeg als een rakket, schooluitval kelderde.’

             De leraar

Rinnooy Kan het het wat betreft de noodzaak van goede leraren alleen maar met Van der Ham eens zijn, gezien de conclusies van de gezaghebbende commissie die zijn achternaam droeg. Volgens Rinnooy Kan verdient minister Plasterk een ‘compliment zonder enig voorbehoud’, omdat hij besloot tot het instellen van de Commissie Leraren. Rinnooy Kan stelt in het voorwoord van het rapport van deze commissie dat de toekomstige kracht van onze samenleving staat of valt met de kracht van ons leervermogen, in de dubbele betekenis van kennisoverdracht en kennisverwerving. Rinnooy Kan: ‘Kennis overdragen enerzijds en kennis incasseren, je eigen maken anderzijds, is de kernindicator van een sterke samenleving.’ Het rapport van de Commissie Leraren riep op de positie van de leraar te versterken: een betere beloning, een sterker beroep, een professionelere school. Van der Ham vindt dat goede prestaties beter moeten worden beloond. ‘Wat mij betreft mag een effectieve 2de graads leraar op een problematisch VMBO meer krijgen dan een matige 1ste graads docent. Goed onderwijs valt of staat bij een goede docent.’ Rinnooy Kan is het eens met de stelling dat de kwaliteit van het onderwijs valt of staat bij een goede docent. Hij is dan ook blij dat de bevindingen van de Commissie Leraren ter harte worden genomen. ‘Er zijn al mooie dingen gedaan, maar er liggen ook nog uitdagingen.’



[BORIS: ik be zelf helemaal niet zo blij met Plasterk rond leraren, anders dan Rinooy Kan. Hier nog een citaat van me waar je misschien wat mee kan:

 

Van der Ham is kritischer op Plasterk: “Dat de vacatures in het onderwijs nu slinken, heeft veel te maken met de economische crisis. Plasterk doet feitelijk te weinig. Als straks de arbeidsmarkt weer krapper wordt, houd ik mijn hart vast.”


             Onderwijs en politiek

Kamerdebatten, de Commissie Rinnooy Kan, de Commissie Dijsselbloem: aan aandacht voor onderwijs in de politiek heeft het de laatste jaren niet geschort. Toch? Rinnooy Kan: ‘Onderwijs krijgt niet te weinig aandacht, maar verkeerde aandacht. Er is nu sprake van incidentenpolitiek.’ Van der Ham bevestigt dit. ‘Er zijn veel debatten over onderwijs, maar met name als er een relletje is of als het over geld gaat. Maar wanneer gaan we het nou eens hebben over onze kerndoelen of het tegengaan van zwakke scholen?’ Volgens Rinnooy Kan is niemand tegen onderwijs. ‘Onderwijs heeft dus geen vijanden, maar ook geen fanatieke vrienden. Dat is een probleem, want de politiek moet met oplossingen komen.’ Doet het huidige kabinet genoeg? Van der Ham vindt van niet. ‘De oplossingen en maatregelen van het kabinet zijn vooral noodverbanden, maar geen constructieve oplossingen.’ Hij vindt het bespottelijk dat de ‘gratis schoolboeken’ en de invoering van een maatschappelijke stage worden verkocht als bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs. ‘Ik zie liever dat er meer aandacht komt voor de kwaliteit van lerarenopleidingen, zorgleerlingen, dat MBO’s, HBO’s en Univeristeiten beter met het bedrijfsleven gaan samenwerken. Dat is essentieel voor onze kenniseconomie.  Links en rechts een beetje bijklussen, zoals nu gebeurd, is niet voldoende. Het moet forser. We moeten echt een slag maken.’

             De toekomst van onderwijs

Hoe ziet Rinnooy Kan de toekomst van het onderwijs? ‘We staan er helemaal niet zo heel beroerd voor’, meent hij. ‘Wat je wel ziet, is dat de financiële crisis ervoor heeft gezorgd dat de Nederlandse financiën weer op orde gebracht moeten worden. Nederland moet een duurzame kenniseconomie nastreven, een lastige opgave, maar daarmee vergroten we de overlevingskansen van Nederland in een grote wereld.’ En hoe moet D66 zich profileren in het onderwijsdebat? ‘D66 stelt altijd scherpe vragen in debatten over onderwijs en ik hoop dat dit in de toekomst evenzeer het geval zal zijn, nu goede aandacht voor onderwijs harder nodig is dan ooit.’ Zijn conclusie blijft er een van nuance met een hoofdletter N. ‘Het beeld over de kwaliteit van het onderwijs in Nederland moet niet te somber zijn, maar het beeld moet ook niet zijn dat alles op rolletjes loopt. We moeten dus optimistisch zijn, maar tegelijkertijd realistisch over de inspanningen die het nog zal vergen.’ Van der Ham wil daar voor knokken. ‘Dat is D66 aan zijn idealen verplicht’