Home>>In de media>>“Niemand heeft een bijzonder privilege boven de ander” (NieuwWij)

“Niemand heeft een bijzonder privilege boven de ander” (NieuwWij)

19 mei 2017
Niemand heeft een bijzonder privilege boven de ander nieuwwij

De Amsterdamse politie overweegt om hoofddoekjes toe te gaan staan bij agenten. Het Humanistisch Verbond reageerde hier kritisch op, om verschillende redenen. Theoloog Frank Bosman schoot meteen in de stress en pende een nijdige column op die op Nieuw Wij verscheen. Tegenstanders van religieuze symbolen bij de politie zouden volgens hem leiden aan ‘religiestress’. Met alle respect, maar hij maakt er een zooitje van.

Frank beweert namelijk nogal wat. Hij stelt dat de tegenstanders van hoofddoekjes bij de politie dit zullen vinden omdat ze de islam associëren met geweld, onderdrukking en terrorisme. Ook zouden tegenstanders van hoofddoekjes bij de politie miskennen dat religie nu eenmaal een onderdeel van iemands leven is.

Laat ik beginnen met het laatste argument. Natuurlijk kan religie of een andere (niet religieuze) levensbeschouwing, zoals het Humanisme, een belangrijk onderdeel zijn van iemands leven. In Nederland is daar ook veel vrijheid voor. En dat is mooi. In Nederland is er weliswaar scheiding tussen kerk en staat, maar dat wordt hier anders ingevuld dan bijvoorbeeld in Frankrijk. De overheid hanteert hier niet de methode om religie en levensbeschouwingen van zich af te duwen, maar door iedereen gelijk te behandelen, en gelijk zichtbaar te kunnen laten zijn. Ik vind die vorm van scheiding tussen kerk en staat te verkiezen boven de methode van Frankrijk.

Niemand heeft een bijzonder privilege boven de ander. Religie, maar ook politieke organisaties, kunnen niet een bijzondere plek claimen boven anderen.

Dan het verwijt dat ‘atheïsten’ alleen maar negatief denken over religie. Juist het Humanistisch Verbond probeert in het debat over schurende vrijheden precies te zijn. Alle moslims over een kam scheren is onzin, net zoals christenen niet allemaal gelijk handelen in hun religie. Ook zijn er grote verschillen tussen mensen die geen religie hebben. Vrijheid van religie en levensbeschouwing is voor ons iets dat ieder afzonderlijk toekomt, waarbij ieder individu zelf een keuze mag maken waarin hij of zijn wel of niet gelooft.

Maar in zo’n zeer diverse samenleving zijn ook spelregels nodig. De eerste is dat niemand een bijzonder privilege heeft boven de ander. Religie, maar ook politieke organisaties, kunnen niet een bijzondere plek claimen boven anderen.

Om een zo diverse samenleving te kunnen laten functioneren zijn er ook politie-agenten en rechters nodig. Zij hebben het straf- en geweldsmonopolie. En juist in die beroepen is het van groot belang dat er in de uitstraling zo veel mogelijk naar neutraliteit wordt gestreefd. Daarom is er al eeuwen gebruik gemaakt voor een uniforme aankleding. Op die manier wordt de toegang tot de politie zo laagdrempelig mogelijk gemaakt, en wordt de schijn van partijdigheid van een rechter in een rechtszaal zo actief mogelijk bestreden.

Mogen politieagenten of rechters dan niet religieus zijn? Natuurlijk wel. En daar zijn er ook veel van. Net zoals agenten en rechters ook politieke voorkeuren zullen hebben, of lid zijn van het Humanistisch Verbond. Maar tijdens het uitoefenen van specifiek deze functies moet hiervan zo min mogelijk blijken. Alleen al omdat het sommige mensen ook zal afschrikken om op een agent af te stappen die een bepaalde politieke of religieuze voorkeur uitstraalt.

hoofddoeken2
Beeld door: Wikimedia

Overigens is hierover al in 2011 een vrij uitgebreid debat geweest, dat heeft geleid tot nadere voorschriften bij de politie. Uitingen waarbij persoonlijke politieke of religieuze meningen of voorkeuren zichtbaar zijn, worden bij het politie-uniform niet toegestaan. Dat geldt ook voor bepaalde extreme haardracht, piercings of zichtbare tattoos. Het streven naar een uniforme uitstraling van de politie is dus breed, en is niet, zoals Bosman lijkt te beweren, een aanval gericht op specifieke religieuze of slechts islamitische uitingen.

Ten slotte, moet mij iets van het hart. Frank Bosman maakt in zijn stuk gebruik van een beproefde retorische methode door eerst van zijn ‘tegenstander’ een zeer onverdraagzaam beeld te schetsen, en vervolgens dat zelfgeschapen beeld te gaan aanvallen. Die retorische truc past hij uitgebreid op mij toe. Ik zou bijvoorbeeld iemand van de ‘seculiere grachtengordel’ zijn. Nou Frank, ik wou dat ik een pand in de grachtengordel kon betalen. Ik woon in een zeer multiculturele wijk, kan ik je zeggen. Frank suggereert vervolgens dat ik mensen die in een god geloven eigenlijk zou zien als ‘automatisch zwakzinnig, infantiel of gehersenspoeld’. Dat is een beetje vuil spel van Frank. Waar heb ik dat gezegd? Hij zal geen voorbeeld kunnen vinden.

Frank Bosman lijkt tegenwoordig iedereen die een volwassen debat wil voeren over een dilemma rond religie onmiddellijk ‘religiestress’ te verwijten. De overspannen manier waarop hij om zich heen slaat verraadt dat hijzelf wat leidt aan stress. Relax, Frank. En blijf bij de feiten.