Home>>In de media>>'Mijn eerste baan' (Trouw)

'Mijn eerste baan' (Trouw)

10 mei 2014
Mijn eerste baan trouw

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Voormalig D66-Tweede Kamerlid en acteur Boris van der Ham (40) begon als kokshulp. Onlangs kwam zijn boek 'De koning kun je niet spelen uit', over het theater van de politiek.

"inktvissen vond ik heel vies, maar ik heb er wel duizenden schoongemaakt: met je hele hand erin, en dan de ingewanden eruit trekken. Ik was zestien jaar, en werkte in de keuken van restaurant Tijsterman aan de Nieuwkoopse plassen. Ik deed wat me werd opgedragen: kilo's mosselen wassen, saté's rijgen, dessertborden opmaken, het putje schoonmaken.

Het werk moest altijd meteen, nu, gedaan worden. Snel schakelen was belangrijk. Eerst sta je nog in de standby-stand wat met je collega's te ouwehoeren, maar als er een bon binnenkomt, moet je meteen 'aan' springen. Later bleek het in de politiek net zo te werken. Je zit uren met een half oor naar een debat te luisteren, maar ineens hoor je dat ene zinnetje - 'Wat zegt ie nu?' Dat is het moment dat je in actie moet komen. 

Als je in de keuken ook maar iets fout deed, werd je verrot gescholden. De chef, souschef en andere koks waren veel ouder dan ik. Ze konden je ontzettend op je lazer geven. Achteraf besef ik dat het heel waardevol is als mensen de moeite nemen je in de ogen te kijken en je eens flink uit de zak te geven.

In het begin moest ik wennen aan die directe manier van communiceren, maar ik leerde al snel dat conflicten niet erg zijn. De keuken was typisch een mannenwereld: even keihard tegen elkaar tekeer gaan, en daarna hebben we het er niet meer over. Het was dan ook vooral heel gezellig. Toen ik later als politicus bekend werd, kreeg ik geregeld van alles naar mijn hoofd geslingerd. Daarvan raakte ik dus niet meer van slag: dat rauwe was ik intussen wel gewend.

In mijn tijd als kokshulp zat ik ook al bij de lokale jongerenafdeling van D66. Hoewel D66 in de jaren '90 erg populair was, waren er in de keuken opvallend weinig collega's die mijn partij aanhingen. Er was een communist, wat VVD'ers, een Groenlinks'er - maar eigenlijk hadden ze geen partijpolitieke standpunten. Zelfs toen al merkte ik het gevaar van een politieke cocon: onderwerpen die wij in de partij heel belangrijk vonden, bleken helemáál niet te spelen bij iemand die de hele dag biefstuk staat te bakken. Stond ik een verhaal op te hangen, zei één van de koks gewoon keihard in mijn gezicht: 'Saai!' En de chefkok: 'Ja, ja, professor Van der Ham, ga nou maar weer gewoon ijs draaien.'

In de politiek en nu daarbuiten komt die ervaring goed van pas. Je moet in een intellectuele discussie je praktische blik bewaken, en niet uit het oog verliezen wat er écht toe doet. Wanneer ik tijdens fractievergaderingen ontnuchterende  opmerkingen maakte over een in mijn ogen wereldvreemd idee zei Alexander (Pechtold, red) wel eens: 'Ah, daar hebben we de afdeling Nieuwkoop.' Stiekem heb ik dat altijd als een compliment beschouwd."

Voor meer informatie over het boek 'De Koning Kun Je Niet Spelen', ga naar de site

Tekst: Catrien Spijkerman, Trouw