Home>>In de media>>Kamerspel (Volkskrant)

Kamerspel (Volkskrant)

16 apr 2014
Kamerspel volkskrant

Naar aanleiding van het uitkomen van 'De Koning Kun Je Niet Spelen' gaf Boris van der Ham een interview aan de Volkskrant.

----

Theater en politiek, het zijn twee werelden die volgens Boris van der Ham, oud-D66-Kamerlid en afgestudeerd acteur, dicht bij elkaar liggen. Hij schreef er een boek over

Door Ariejan Korteweg

Een autobiografie heeft hij er niet van willen maken; zijn politieke ervaringen komen heus nog wel eens van pas. Voor een tv-serie, een boek, een toneelstuk – wie zal het zeggen. Boris van der Ham kan namelijk putten uit twee werelden die elkaar lijken te raken: die van de politiek (hij was tien jaar Kamerlid voor D66) en die van het toneel (hij heeft een opleiding als acteur, speelde in Shakespeares).

Vorig jaar werd Van der Ham gevraagd voor de Kees Lunshoflezing, over de omgangsvormen tussen politici, media en aanverwanten. Dat zette hem aan tot een boek, De koning kun je niet spelen, waarin nooit eerder gelegde verbanden tussen politiek en toneel worden ontvouwd. Zoals die tussen Pim Fortuyn en een kind op de bühne; tussen method acting en werkbezoeken, tussen Macbeth en de hypotheekrenteaftrek, tussen commissies en een deus ex machina, tussen - vooruit, een laatste nog – Agnes Kant, Fleur Agema en goed theater.

‘Ik heb twee jaar geschiedenis gestudeerd, was voorzitter van de Jonge Democraten, en politiek medewerker geweest’ zegt Van der Ham. ‘Toch is er vaak wat verwijtend naar m’n toneelachtergrond gevraagd: toneel en politiek, klopt dat eigenlijk wel? Dit was een gelegenheid om te laten zien dat daar veel over te zeggen valt.’

Democratie en theater ontstonden zo’n beetje tegelijk, in het Athene van vijf eeuwen voor Christus. De democratie was een manier om besluiten te nemen en daarbij het volk te betrekken. Het theater maakte de drijfveren zichtbaar: hoe kwamen mensen tot hun daden? Van der Ham ervoer aan den lijve hoe dicht die twee werelden tegen elkaar aanliggen. ‘Ik heb als student lange avonden boven Sophokles en Shakespeare gehangen. Dan moet je tot je laten doordringen wat daar staat over het uitoefenen van macht. Dat vormde voor mij een fantastische bedding voor later.’

Vaak werd Van der Ham de afgelopen jaren de vraag gesteld of hij als Kamerlid baat had van zijn opleiding aan de Maastrichtse Toneelacademie. Het antwoord is praktisch. ‘Het belangrijkste zijn de spraakoefeningen. Op de toneelschool leer je dat je geen stomme dingen moet uithalen met je stem. Politici zijn soms zenuwachtig zodat ze te hoog in hun adem zitten. Spraakoefeningen lijken me belangrijker dan mediatraining.’

Om dergelijke praktische tips is het hem dit keer niet te doen. Van der Ham wil de raakvlakken van politiek en toneel verkennen, en bezien of er lessen te trekken zijn. De voornaamste overeenkomst schuilt volgens hem in de kwetsbaarheid. ‘Wat is er nou puurder dan je eigen lichaam’, had regisseur Carol Linssen hem na een naaktscène gezegd. ‘Acteur en politicus moeten het beiden doen met zichzelf, stelt Van der Ham vast. Hun stem, hun lichaam, hun hersens, hun taal, hun zintuigen - dat is het materiaal waarmee ze werken. Waarbij er voor de politicus nog bij komt dat hij niet kan repeteren, en altijd voor een groot publiek staat, vaak in meerdere rollen tegelijk.’

Zowel de politicus als de acteur wordt geacht onder druk zichzelf te blijven’, zegt Van der Ham. ‘Dat leer je vooral door veel uren te maken. Toen Bolkestein als politicus begon, gaf niemand een stuiver voor hem. Mensen hebben de tijd nodig zich uit te vinden. Dat zie je nu bij Pieter Omtzigt. Je moet eerst butsen oplopen.’

Van der Ham constateert dat de politiek zich steeds vaker op andere podia afspeelt  dan in het Haagse parlement: lokale overheden, het Europese parlement, de rechtszaal, de media. ‘De intensiteit lijdt daaronder. Je moet het publiek laten zien waar en wanneer beslissingen worden genomen. Het theater van de politiek moet herkenbaar blijven.’

Nog erger vindt hij het als het debat zich terugtrekt in de coulissen. In het boek noemt hij het voorbeeld van het Europese referendum van 2005, waar in de wandelgangen dissidente meningen klonken, terwijl de fracties de rijen gesloten hielden. ‘Afwijkende meningen worden als een bedrijfsongeval gezien. De betere debatten worden soms achter de schermen gevoerd.’

Wie wel eens in het parlement is geweest, weet dat politici na afloop van een fel debat heel gewoon met elkaar in gesprek gaan. Alles daarvoor lijkt toneelspel. Voor Van der Ham is dat juist een cruciale waarde in de Nederlandse politiek. Hij beroept zich op historicus Johan Huizinga die dat spelelement het wezen van de democratie noemde. ’Het heeft een dempend effect. Politici zijn in een debat soms te trots om zich te laten overtuigen – ik ken dat van mezelf. Maar als de strijd achter de schermen doorgaat, is er geen ruimte meer voor reflectie. In een colatieland heb je elkaar nodig.’

Verrassend is de parallel die Van der Ham trekt over de deus ex machina. Als een politieke partij van standpunt wil veranderen, biedt een ’’commissie’ soms uitkomst, zegt Van der Ham. Die kan een alibi verschaffen om een draai te maken. Dat lijkt op wat toneelschrijver Vondel aan het slot van de Gijsbrecht van Aemstel doet. De hoofdpersoon kan in dat stuk niet worden overtuigd om zijn strijd te staken, maar dan daalt plots de engel Rafaël uit de hemel neer en, hup, is hij meteen om. ‘Slappe truc’, het is belangrijk een wijziging van standpunt zelf uit te leggen. Je moet de weg naar het compromis kunnen meemaken. Zo’n olifant die het verhaaltje uitblaast, dat werkt in de politiek net zo min als op het toneel.’

Voor Van der Ham is het verhaal niet uit. Zijn afscheid van de politiek noemt hij een time-out. ‘Ik kijk met plezier en mildheid terug op het Kamerwerk. De politiek oogt vaak rommelig en morsig, maar ze doen het toch allemaal maar. Door de onzin heen zie je de oprechte pogingen.’

Boris van der Ham: De koning kun je niet spelen. Prometheus Bert Bakker.

Op www.dekoningkunjenietspelen.nl zijn veel van de in het boek genoemde fragmenten te zien.

Drie favoriete politici van Boris van der Ham

‘Politici die lak hebben aan discipline, hebben vaak een sterke aantrekkingskracht, Fortuyn was zo iemand, Van Mierlo ook. Berlusconi is het in optima forma. Tegen dat onvoorspelbare is amper verweer. Denk maar aan de klassieke beelden uit 2002 van Melkert en Dijkstal met Fortuyn. Die zaten goed in hun rol, maar moesten ineens tegen een kwispelend hondje opboksen. Frits Bolkestein paart eruditie aan onvoorspelbaarheid. Hij kan heel goed met de conventies op de loop gaan. Bij het protest tegen kunstbezuinigingen in 2011 wist hij in één toespraak de elite te knuffelen en tegen zich in het harnas te jagen. En dat telkens weer.’

Bill Clinton weet net als Reagan met vrouwelijke kwaliteiten intimiteit te creeeren.. Hij zet niet alleen de beleidslijnen uiteen, maar laat zien wat het is een droom na te streven. Actrice Ellen Vogel zei me: grote politici hebben net als acteurs iets vertederends, maar ook iets ongenaakbaars. Iets dierlijks. Dat moet je bij jezelf vinden.’

‘Bij Diederik Samsom kieren de driften en het gedram er nu soms wel erg doorheen. Maar in de campagne van 2012 was hij zó sterk. Hij was de perfecte tritagonist: niet de baas, niet de uitdager, maar de derde in het spel, de koningmaker. Dat deed hij heel bescheiden en ijzersterk, en tegelijk volstrekt eerlijk. ’

Boris van der Ham (1973) was voor D66 Kamerlid van 2002 tot 2012. Voordat hij Kamerlid werd, studeerde hij aan de Toneelacademie van Maastricht, hij speelde onder meer bij toneelgroep De Appel. Als Kamerlid werd hij tweemaal met voorkeurstemmen herkozen. Zijn boek De Koning kun je niet spelen is een uitvloeisel van de Kees Lunshoflezing, die hij eind 2013 in perscentrum Nieuwspoort hield. Van der Ham is ondernemer, voorzitter van het Humanistisch Verbond en juryvoorzitter van het Nederlands Theaterfestival.