Home>>In de media>>Interview SUM over studententijd

Interview SUM over studententijd

13 nov 2007
Interview sum over studententijd1

In het studentenblad SUM verscheen midden november 2007 een interview met D66-kamerlid Boris van der Ham. Het interview gaat over zijn studententijd in Maastricht en wat de overeenkomsten zijn tussen toneel en politiek. "Ik denk zelfs dat het eerste jaar hier in Maastricht het meest vormende jaar uit mijn leven is geweest. Je wordt op deze opleiding steeds uit evenwicht gebracht. Bij alles wat je laat zien, stellen ze de vraag: waarom doe je dat zó?"

Je moet alles geven

 

Voor veel studenten uit de Randstad, hoort Maastricht een beetje bij het buitenland. Boris van der Ham (34), opgegroeid in Nieuwkoop, dacht er net zo over toen hij er in 1994 aan de Toneelacademie ging studeren. "Het voelde de eerste weken alsof ik op vakantie was." Maar na een tijdje werd de stad een vertrouwd decor, een thuis in het Zuiden, waar hij nog steeds graag komt. "Zal ik de stad laten zien?" stelt Boris voor als we elkaar treffen op het Onze Lieve Vrouwe Plein.

 

Het is terrasweer, zoals dat hoort in het Zuiden. Boven de grote rivieren is de herfst deze ochtend met een spectaculaire stortbui begonnen, maar hier zomert de zon nog na. Vastberaden gidst Boris ons door het oude centrum tot aan een park buiten de stadsmuur. "Elke ochtend vanaf half negen hadden we de eerste lesuren fysieke training. Push-ups en buiten hardlopen in een lange rij, hier op het pad langs het water en dwars door de stad. Dat was bikkelen, zeker in het begin. Hoe laat je het de avond ervoor ook had gemaakt: je moest er stipt op tijd zijn. Lang uitgaan en zuipen was er voor ons door de week niet bij. Keihard waren ze op die toneelschool; je moest een ijzersterke conditie hebben. Terecht, want acteren is vaak fysiek uitputtend. Als je aan een theaterproductie meewerkt, kun je het niet laten afweten omdat je te moe bent. Veel mensen weten niet dat je als acteur discipline en lichamelijke kracht nodig hebt." Boris klopt op zijn buik en lacht: "Als je kamerlid bent, verslapt het allemaal een beetje. Je zit veel te vergaderen en achter de computer. Ik moet er eigenlijk weer eens wat harder aan trekken."

 

We lopen verder en Boris wijst naar een militair terrein naast het park. "Daar hebben we nog uniformen opgehaald toen we Ajax van Sophokles speelden. En hier bij dit bankje leerden we onze teksten." Boris koos er bewust voor om in Maastricht te gaan wonen en studeren, vanwege het klassieke karakter van de toneelacademie hier. "Wat ze je willen bijbrengen is vakmanschap, de klassiekers, kunde. De scholen in Amsterdam en Arnhem zijn veel vrijer. De mentaliteit is hier niet die van veel andere opleidingen: google je werk maar bij elkaar. Het type studenten is in Maastricht ook anders. Op de Amsterdamse toneelschool zag je mensen in zwarte truien lopen, in Maastricht droegen de meisjes hakken en de jongens colbertjes. Ik was destijds ook meer het type corpsbal.

 

Ik deed auditie met een monoloog van Shakespeare. Er waren in mijn jaar driehonderd aanmeldingen en daarvan mochten er maar 42 aan de propedeuse beginnen! Dat was dus erg spannend. Na het eerste jaar bleven er in mijn klas nog negen over. En dat heette dan een "grote" klas. De druk van zo'n afvalrace is enorm groot, maar dat weet je als je eraan begint. Je moet alles geven, er echt voor willen gaan." "Toch heeft me dat als mens gevormd", gaat Boris verder, terwijl we de stad weer inwandelen. "Ik denk zelfs dat het eerste jaar hier in Maastricht het meest vormende jaar uit mijn leven is geweest. Je wordt op deze opleiding steeds uit evenwicht gebracht. Bij alles wat je laat zien, stellen ze de vraag: waarom doe je dat zó? Het gaat erom dat je op het podium doet wat je zélf zou doen in de situatie waarin je personage zit. Toneel is dus niet "net doen alsof", het gaat erom dat je jezelf blijft in de meest absurde omstandigheden. Blijven ademen en nadenken. Je wordt je bewust van al je gewoontes, je moet leren niets meer als vanzelfsprekend te zien. Dat is een intellectueel proces.

 

Op een kunstopleiding train je om vrij te blijven redeneren. Sommige studenten werden daar erg onzeker van, maar ik had er juist veel lol in. Het is eigenlijk een soort oefentijd voor me geweest. Op school leerde ik wat het is om uit evenwicht te raken en om houvast aan jezelf te ontlenen. Daar heb ik als politicus nu nog steeds veel aan. Sinds de toneelschool schrik ik niet meer zo gauw als er iets niet gaat zoals ik verwacht had." We besluiten het gebouw van de Toneelacademie van binnen te bekijken. Enthousiast leidt Boris ons rond. Om de paar minuten komt hij een oude bekende tegen, met wie hij even bijpraat. Hij laat ons de fotogalerij zien, met groepsportretten van alle afgestudeerden, waaronder bekende namen als Halina Reijn en Fedja van Huêt. En de arena buiten, voor openluchtvoorstellingen, en de kleedkamers met theaterspiegels boven de kaptafels.

 

Boris" passie voor toneel is duidelijk nog niet verdwenen. Toch is hij na zijn studententijd en een aantal jaar bij het Zuidelijk Toneel en De Appel, de politiek ingegaan. "Voor mij is dat helemaal geen rare keuze. Ik kom uit een politiek nest en ben er altijd al bij betrokken geweest. Als je de acteursopleiding zou wegstrepen van mijn CV, heb ik zelfs een vrij klassieke politieke carrière doorlopen. Op dorpsniveau begonnen bij D66, later landelijk voorzitter van de Jonge Democraten, stage gelopen in het Europees Parlement, in de Kamer gewerkt als medewerker en toen Kamerlid geworden. Het klinkt gek, maar als politicus kan ik mijn creativiteit meer kwijt dan als acteur. In de politiek kun je er echt zelf van maken wat je wilt en ben je niet afhankelijk van een script of een regisseur."

 

Toch had Boris zijn studententijd in Maastricht niet willen missen. "De intensiteit van deze toneelopleiding zou ik elke student toewensen", zegt hij als we even later in zijn stamkroeg Café Tribunal een tosti eten. "Het hoger onderwijs in Nederland is wat mij betreft te passief. Studenten consumeren colleges en veel docenten draaien steeds dezelfde lesjes af zonder dat er een wezenlijke wederzijdse interesse is. Balkenende heeft het over de zesjescultuur, het gebrek aan gedrevenheid en ambitie. Van mij hoeven studenten niet voor élk vak negens en tienen te halen. Waar het mij om gaat, is dat ze op zoek gaan naar een onderwerp dat ze echt interesseert, waar ze alles van willen weten. Probeer op z"n minst voor één vak een tien te halen. En besef dat je op een hogeschool of universiteit dingen voor het leven leert. Dat klinkt een beetje opa-achtig, maar ik heb het zelf ervaren.

Als je achttien bent, denk je: ik heb de puberteit achter de rug, nu weet ik wie ik ben en hoe de wereld in elkaar zit. Maar geloof me: de grootste veranderingen moeten dan nog komen."