Home>>In de media>>Ik pas niet makkelijk in een hokje (HP/De Tijd)

Ik pas niet makkelijk in een hokje (HP/De Tijd)

08 nov 2016
Ik pas niet makkelijk in een hokje hp de tijd

Het is ruim vier jaar nadat Boris van der Ham de deur van de Tweede Kamer achter zich dichttrok. Het leven van de voormalige D66-er leeft in niets meer op zijn haagse jaren. Hij werd vader en maakt zijn opwachting als acteur in de musical Ciske de Rat. 'Als ik de brandende noodzaak daartoe voel, keer ik weer terug in de politiek'

INTERVIEW: FRANK WAALS

Van Tweede Kamerlid naar acteur in de musical ‘Ciske de Rat’. Dat vraagt om uitleg.

Nou, dat is vrij simpel. Ik ben al best wat jaren uit de politiek. En voltooide ooit de toneelacademie, en stond voor mijn Kamerlidmaatschap een aantal jaar op de planken. Shakespeares enzo. Nadat ik besloot een tijdje een frisse neus buiten de politiek te gaan halen, heb ik een soort lapjeskatbestaan gekregen. Ik doe van alles en nog wat.  En nu dus een aantal maanden terug naar mijn eerste beroep. Voor mij is dat dus niet heel ecotisch. Ik heb bewust een aantal keren in mijn leven een flinke zwaai aan het stuur gegeven.’

 

Hoe heeft u de rol in Ciske in de wacht gesleept?

Door zelf een mailtje naar de producent te sturen met de vraag of ik auditie mocht komen doen, haha. Brutale mensen hebben de halve wereld en al je wilt dat wereld weet wat wil, dan moet je zelf kenbaar maken. Ik ben vervolgens gewoon in de normale procedure gerold en moest, net als ieder ander, laten zien dat ik geschikt was voor die rol. Een groot bedrijf als Stage entertainment gaat daar natuurlijk niet zomaar een gokje mee wagen. Mijn vaste rol is die van rechercheur Muysken, in de film gespeeld door Rijk de Gooyer, maar in de wereld die musical heet hoor ik ook ineens allerlei termen die ik voorheen niet kende. Ik ben iemand anders’ understudy en maak ook onderdeel uit van het ensemble, oftewel: pastoor of kruijer spelen met maar één zin tekst als mijn eigenlijke rol in het stuk eventjes uit beeld is. De combinatie van dingen, ook nu weer, maakt het extra leuk.’

 

En u gaat spelen met Danny de Munk, dichter bij Ciske kun je niet komen…

‘Ja, leuk! Danny is toch wel een beetje de jeugdheld van heel veel mensen van mijn leeftijd. Bovendien zitten er in de cast ook twee mensen die ik nog van vroeger. Ad Knippels, met hem speelde ik zestien jaar geleden al samen, en Bas Keizer met wie ik begon bij een amateurvereniging in Uithoorn. Voor acteurs die ik uit die tijd ken ben ik nog steeds een acteur die opeens in de politiek ging in plaats van andersom. Grappig hoe perspectieven dan ineens weer kunnen kantelen.

 

Zullen de meeste mensen, die u toch vooral uit de politiek kennen, dit niet gek vinden?


‘Tja, het hoort bij allebei mij. Ik ben ook op een leeftijd dat het me minder kan schelen of mensen iets ‘gek’ vinden. Als vijftienjarig jochie ging ik al naar het theater waar ik in de Stadsschouwburg van Amsterdam mijn eerste toneelstuk met Ellen Vogel zag. In die tijd werd ik ook al politiek actief. Na paar jaar geschiedenis studeren, werd het uiteindelijk toch de toneelacademie van Maastricht, Maar juist in die tijd werd ik  weer landelijk voorzitter van de Jonge Democraten. Ik ben dus niet makkelijk in een hokje te stoppen, maar wie wel eigenlijk? Mocht ik in de toekomst weer de politiek in gaan en heeft iemand daar moeite mee, dan moet zo iemand maar niet op mij stemmen. Blijkbaar zijn we dan geen match. Al die verschillende dingen kunnen elkaar ook versterken. Toneel vertelt verhalen over de samenleving, dat was al zo in de tijd van de oude Grieken. Nu wordt er vergaderd over straaljagers maar de discussies van toen waren in de kern hetzelfde.

Bij uw vertrek uit de politiek kreeg u van toenmalig koningin Beatrix een lintje, uitgerekend de vrouw die u hoogstpersoonlijk haar rol bij de kabinetsformatie had ontnomen.
‘Ja, dat was wel heel sportief van haar! Die rol in de kabinetsformatie was een van de weinige politiek handelingen die er nog voor de vorst was. Het was tijd om daar mee op te houden. Ik denk dat een Koning of Koningin het ook maar beter kwijt dat rijk kan zijn, hoor. Er komt toch alleen maar gedoe van. Bovendien had ze ook geen andere keuze want als het parlement dit besluit in de constitutionele monarchie die we zijn, dan heb je je daar ook als vorst(in) gewoon bij neer te leggen. Beatrix’ rol was tijdens die formaties toch al klein. Toch verscholen veel politici zich vaak wel achter haar keuzes en dat was naar mijn idee niet helemaal eerlijk. Of je geeft het staatshoofd macht, waar ik overigens tegen ben aangezien we een democratie zijn, of je neemt als Tweede Kamer zelf de verantwoordelijkheid om een kabinet te vormen. In 2012 was dat nog een beetje een schimmig gebied. Dat is nu dus opgelost. Sowieso moeten rond het Koningshuis al dat soort schimmigheid worden weggenomen. Kijk nou ook naar die belastingdeal die de Oranjes ooit kregen. Of je nou Republkein of Koningsgezind bent – je verlost de monarchie van veel gedoe als je het voortaan netjes en openbaar regelt.’
 

U bent nu ruim 4 jaar weg uit de kamer. Staat u nog steeds achter die beslissing?
‘Ik mis het soms nog wel, hoor. Maar na 10 jaar lang 80 uur per week werken in de Haagse kaasstolp lijkt me niet ongezond. Kamerlid zijn, zeker als je twee keer met voorkeurstemmen bent gekozen, is mooi en eervol maar ik voelde dat ik weer nieuwe indrukken moest opdoen. Op een gegeven moment raak je versmolten aan die plek in Den Haag en na verloop van tijd zelfs een beetje verslaafd. Ik wilde voorkomen op de automatische piloot te gaan werken. Er is in de politiek altijd het gevaar dat je praat over miljarden euro’s en dan in abstracties blijft hangen. Het gaat dan te weinig over de mensen die er achter zitten. Ik heb bewust gekozen om veel verschillende dingen te doen. In het onderwijs, het bedrijfsleven, de media. Het schoont je hoofd om niet meer bezig te hoeven zijn met altijd maar meteen je mening klaar in quotes van twintig seconden en het partijpolitiek gehakketak. Daar had ik echt genoeg van. Nadeel is tegelijkertijd dat je ook minder invloed hebt, als je niet meer in de Kamer zit.‘

Een goed voorbeeld is uw voorzitterschap van het Humanistisch verbond. U dient nu jaarlijks een rapport over mensenrechtenschendingen tegen vrijdenkers met uw bevindingen in bij de kamer, maar daarna is het uit uw handen.
‘Dat klopt. Het rapport komt bij mijn oud-collega’s in Den Haag terecht en ik weet dat ik daar niet direct een antwoord op krijg. Het Humanistisch Verbond is de organisatie voor niet-gelovigen in Nederland, die ook aandacht vraagt voor de vaak penibele situatie van niet gelovigen in het buitenland, met name in streng-Islamitische landen. Maar het gevaar is dat zo’n verhaal in een onderste la eindigt. Als politicus kan je dat voorkomen, maar ook buiten de kamer kan je dat proberen.’

Heeft u het gevoel als ex-politicus vrijer te kunnen spreken?
‘Een politicus kan wetten veranderen, maar heeft weer andere middelen niet tot z’n beschikking en sommige dingen verander je ook niet bij wet. Het verkondigen van je ideaal is mooi maar belangrijker is dat ideaal ook dichterbij te brengen. Zonder dat laatste is het maar een beetje luchtfietserij. Neem nu de vrijheid van meningsuiting. Bij wet is dat allemaal mooi geregeld. Maar zelfs in Nederland staat dat onder druk. Begin december kom ik samen met documentairemaakster Dorothee Forma met de documentaire Ongelovig – Vrijdenkers op de vlucht over de positie van atheïstische asielzoekers. Wettelijk hebben die de vrijheid voor hun ongeloof uit te komen, maar in de praktijk geeft dat problemen. Een aantal andere (gelovige) asielzoekers accepteren niet dat zij niet-religieus zijn. Juist als voorzitter van het Humanistisch Verbond kan ik dat aan de kaak stellen, maar ook heel praktisch helpen hen een podium en een ontmoetingsplek te bieden. Op zo’n moment maak je veel meer het verschil dan maar weer eens een verontwaardig kamervraagje te stellen. Op papier is het in Nederland best goed geregeld – ook wat betreft de scheiding van kerk en staat – maar de werkelijkheid is vaak anders. De documentaire is het vervolg op de documentaire ‘Onder Ongelovigen’ die ik vorig jaar met Forma maakte. Hierin lieten we onder meer een atheistische organisatie in Turkije zien, die steeds meer onder druk staat onder het bewind van Erdogan. Maar ook hoe slecht het bij de Verenigde Naties werkt om mensenrechten te verdedigen.  In landen als Saoedi Arabië en Soedan kun je zelfs de doodstraf krijgen voor afvalligheid. En Saoedi Arabie is nota bene aanvoerder van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Ik heb veel vrijdenkers uit dit soort landen ontmoet als voorzitter van het Humanistisch Verbond. Maar ook mensen die het sociaal zwaar te verduren hebben in Nederland. Om samen met hen op te komen voor vrijheid – ja, dat heeft en geeft zin.’

 

Vindt u het terecht dat mensen vrij kunnen krijgen voor bijvoorbeeld het Suikerfeest of deels tijdens de Ramadan?
‘We moeten ernaartoe dat je zelf bepaald wanneer je vrij wilt nemen. Dan mag iedereen het zelf uitmaken, voor welke religie of feest je je vrije dagen gebruikt. Het is prima om voor al die stromingen ruimte te maken maar leg je eigen keuzes niet op aan een ander.’


Op welke termijn verwacht u ooit terug te keren in de politiek?
‘Toen ik zei dat ik een frisse neus buiten de politiek ging halen, zei ik er meteen bij dat ik ooit nog wel terug de politiek in wil. Maar wanneer? Als ik weer de brandende noodzaak daartoe voel, denk ik. Maar echt timen kan je het niet, daar is de politiek te grillig voor. Zo kan ik me herinneren dat ik eens tegen mijn medewerkers zei: ‘jongens, dit gaat een rustige week worden die we even moeten doorkomen.’ Juist in die week viel het kabinet. Iets wat we totaal niet hadden zien aankomen. Opeens hadden we weer verkiezingen. Aan de verkiezingen van 2017 doe ik in ieder geval niet mee.’

U bent nu 43. Wanneer bent je te oud om in de politiek terug te keren?
‘Nooit! In het buitenland is het helemaal niet zo raar wanneer mensen pas na hun zeventigste een politieke loopbaan beginnen, misschien juist omdat ze zoveel levenservaring meebrengen. In Nederland zijn mensen er echter vaak negatief over maar van een aantal oud-politici zou je bijna wensen dat ze nu in de politiek terugkeren. Jan Terlouw bijvoorbeeld, dat zou ik echt geweldig vinden. Ik zag hem onlangs weer een toespraak geven. Zet hem eens tussen een aantal huidige fractievoorzitters en kijk wat er gebeurd. Of wat te denken van Hans Wiegel. Hij is tegenwoordig een beetje een kletsmajoor aan de zijlijn, maar ik zou zeggen: stel je maar weer verkiesbaar, ga er zitten en ga het doen! Ook iemand als Els Borst zou, bij leven, ook in deze tijd nog heel goed kunnen meedraaien. De kamer heeft juist behoefte aan wat meer leeftijd, zodat er een mix kan ontstaan tussen jong en oud. Of dat generatieproblemen oplevert? Dat zal wel meevallen. Ik ken oude politici die nog heel scherp kunnen redeneren en jonge politici die zich gedragen als oude lullen waar je tegen zou willen roepen: vent, ga eerst eens een boomhut bouwen!’

Heeft u genoten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen?

‘Ik vond de strijd Trump tegen Clinton eigenlijk heel saai. Aan de buitenkant was er veel herrie, maar er zat eigenlijk geen echte ontwikkeling in. Debatten werden voorspelbaar en je kreeg wat je verwachtte. Het enige interessante was dat de strijd tussen Trump en Clinton zo extreem was dat zowel Democraten, maar zeker ook Republikeinen er van achter hun oren zullen gaan krabbelen. Hopelijk geeft de hysterie van deze campagne reden voor wijzigingen in die partijen.’


Maar het is toch spannender dan de Nederlandse verkiezingen?

‘Trump riep van alles maar als je een muur op de grens met Mexico wilt bouwen, gaat het Congres dat natuurlijk tegenhouden. Gelukkig. We kunnen in Nederland weleens zeuren dat wij teveel partijen hebben, maar als je in de praktijk maar slechts twee partijen hebt, is het ook wel heel armoedig. De opkomst van kiezers bij de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen is ook vele malen hoger dan bij de presidentsverkiezingen in Amerika. Dat komt onder andere omdat er voor elke smaak wel een partij te vinden is. Dat maakt het lastiger regeren misschien, maar het heeft tenminste wel zin om te stemmen ’

 

Heeft u zich tijdens uw politieke loopbaan weleens anders naar buiten toe gepresenteerd dan u werkelijk was?
‘Toegegeven: natuurlijk. Maar dat heeft niet zoveel met de toneelschool te maken, maar veel meer met de leeftijd. Ik was nog best jong, 28, toen ik de kamer binnen kwam en dan ben je nog een beetje op zoek naar jezelf. Moet ik wel of niet een stropdas omdoen, dat soort dingen. En ik heb weleens een heel scherp debat moeten voeren, vlak nadat ik hoorde dat een van mijn ouders ernstig ziek was. Verschrikkelijk natuurlijk, maar de knop moet op zo’n moment toch om. Ik denk dat alleen mensen die je dan heel goed kennen zien dat er wat met je aan de hand is. Maar dat moet een bakker ook die na een nare avond toch weer vrolijk een brood moet verkopen. Ervaring en ouder worden heeft mij dichter bij mijzelf gebracht. In de politiek zie je ook dat veel beginnende Kamerleden daar naar op zoek zijn. Jesse Klaver van GroenLinks is daar met z’n 30 jaar een goed voorbeeld van. Sinds hij in de politiek zit heeft hij zich altijd heel ouwelijk gekleed en praat hij soms alsof hij iets of iemand wil imiteren. Maar ook mensen op leeftijd die de kamer binnenkomen zie je vaak plotseling heel ingewikkelde, saaie taal gebruiken. Dat moeten ze echt afleren. Er wordt wel eens gezegd dat je in de politiek jezelf moet blijven, maar volgens mij moet je juist jezelf worden. Onder al die druk van debatten en camera’s moet je overeind blijven, of weer op kunnen krabbelen en met alle ogen op je gericht, blijven ademen en nadenken. Wat wil je nou eigenlijk zeggen?’

 

Is het als acteur een voordeel dat u ook als politicus lange dagen heeft gemaakt?
‘Absoluut, maar het helpt ook dat ik redelijk gezond leef. Ik rook en drink nauwelijks, probeer minstens twee keer per week naar de sportschool te gaan en val ’s avonds redelijk gemakkelijk in slaap. Daarmee kan ik mijn batterij weer opladen als dat nodig is, om daarna weer te kunnen presteren.’

 

Hoe kan je als acteut met maatschappelijke issues bezig zijn?

‘Door ze letterlijk te spelen. Het verhaal van Ciske de Rat is veelzeggend, vind ik. Het gaat over een straatjoch dat niet wil deugen. Daar heb je er in de wereldliteratuur wel meer van, zoals Oliver Twist. Maar in die buitenlandse verhalen komt alles steeds goed omdat zo’n kind dan opeens aan het einde van adel te zijn, of een steenrijke miljardair ontmoeten. Bij het verhaal van Ciske de Rat, en Ciske de Man – waar de voorstelling over gaat – is dat radicaal anders. Hij krijgt niet te maken met mensen van adel maar met heel gewone schoolmeesters, politieagenten en de nieuwe vriendin van zijn vader. Hij krijgt het niet in zijn schoot geworpen, hij moet er voor vechten. Dat maakt het verhaal veel realistischer, Hollandser.’

 

Het Holland van nu?

‘Kijk, het speelt zich af in de jaren ’20  en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. We spreken de taal van toen. Heel rauw, hoekig, geestig, en een beetje bonkig. Echt een gespierd Amsterdams taaltje. Maar je zal er onmiddellijk dingen in herkennen die ook nu spelen. Kinderen die voor galg en rat opgroeien.  Hoe geef je dat soort jongens een goeie draai, en hoe gaan ze hun plek weer vinden? En er valt veel te lachten. De teksten van Andre Breedland en de muziek van Henny Vrienten (Doe Maar) is prachtig. Het is echt een verademing om met zoveel mooie taal en muziek te mogen werken. Tijdens de repetities zie je scenes die je daarvoor al tien keer zag, maar je nog steeds ontroeren. Dan zit je opeens met een traan in je oog. Tja, dat is wel een enorme tegenstelling met de politiek, waar er vrij rechttoe rechtaan gesproken wordt. Vaak heel lelijk. Dat stompt je zintuigelijk af. ’

 

I

Tot slot, u bent in 2011 vader geworden van een zoon. Dat moet uw leven ook flink hebben veranderd.
‘Ik wilde altijd al graag kinderen maar dacht lang dat het vaderschap niet voor mij was weggelegd. Toen vroegen twee vriendinnen, een stel, mij. Ik heb goed nagedacht over welke consequenties een kindje met zich meebrengt maar uiteindelijk besloten er vol voor te gaan. De twee moeders van mijn zoon zijn verantwoordelijk voor de opvoeding en ook ik maak onderdeel uit van zijn leven. Nu is hij alweer bijna 5 en zodra er mensen over de vloer komen dan stapt hij erop af en stelt hij zichzelf voor. Ik vind het grappig te merken hoe ook hij mijn wereld verruimd. Ik heb de afgelopen jaren weer heel wat geitjes geaaid en spring graag mee op een trampoline. Je herleeft je eigen kindertijd. Het is heel fascinerend om iets wat heel klein is te zien uitgroeien tot een zelfstandig individu dat tegelijkertijd ook heel kwetsbaar is. Ik denk ook vaak aan mijn ouders – die al bijna tien jaar dood zijn – en hoe ik zelf ben opgevoed. In de dingen die ik intuïtief tegen hem zeg, herken ik soms formuleringen die ook mijn ouders gebruikten. Dat duikt dan ineens op van de harde schijf.’

 

 

 



NIEUWE REVU ONTMOET BORIS VAN DER HAM

Waar?In brasserie Stanislavski, Leidseplein 26, Amsterdam. Wanneer? Op het randje van de herfst om half 11 ’s ochtends. Boris doet het interview tussen zijn 1001 andere jobs in. Nog wat gedronken? Een cola en een cassis, alsof het nog niet koud genoeg was.