Home>>In de media>>Het cynisme ga ik niet missen (Parool)

Het cynisme ga ik niet missen (Parool)

28 jul 2012
Het cynisme ga ik niet missen parool

Boris van der Ham (1973) zijn leven staat op zijn kop. Weg uit de Kamer, een zoon en een nieuw boek.

Hoe is de stemming?

‘Het is natuurlijk spannend om te stoppen met iets waar je zo lang mee bezig bent geweest. Met mijn tien jaar kamerervaring behoorde ik tot de 15 langstzittende Tweede Kamerleden. Gelukkig ben ik nog jong.’

Was de koek op?

‘Nee, integendeel. Sommige Kamerleden zijn verbitterd als ze afzwaaien, daar heb ik helemaal geen last van. En ik sluit ook helemaal niet uit dat dit alleen maar een sabbatical is. Maar ik heb wel even behoefte aan een frisse neus. Even niet het logische patroon te volgen. Ik heb zin in risico. Maar ik ben en blijf een vrijzinnig-liberaal in hart en nieren.’

Hoe vrij ben je zelf in je denken als je 10 jaar bij dezelfde club hebt gezeten?

‘Daar ben ik zelf ook benieuwd naar. Ik heb het idee dat ik redelijk vrij heb kunnen opereren binnen de marges van de politiek - maar misschien moet je me die vraag over een half jaar stellen, als ik er helemaal uit ben. Misschien dat ik dan denk: jee, dit is pas vrijheid, want ik heb natuurlijk ook wel eens gedacht: nu kan ik beter even mijn mond houden. Dat hoeft nu niet meer. Overigens vind ik het veel interessanter om te kijken wat je wél kan doen binnen de beperkingen van de politiek. Mij zal je niet zoals sommigen horen zeuren van: dit mocht ik niet en dat mocht ik niet.’

Jij worstelde daar niet mee?

‘Nee. Als politicus weet je toch van tevoren dat je compromissen moet sluiten, dat er voortdurende druk op je staat? Het zou toch gek zijn geweest als ik die niet had gevoeld. Maar je moet nooit je verliezen tellen, je moet kijken wat je wel voor elkaar krijgt.’

Je klinkt nog steeds als een jonge hond.

‘Dat ben ik in die zin ook nog. De tobberigheid die de laatste tien over de politiek is komen te hangen, van het overgeanalyseer tot het taalgebruik, die zie ik wel, maar er is ook veel om optimistisch over te zijn. Het maatschappelijke debat dat op straat en in het café wordt gevoerd, bijvoorbeeld over de Islam, of over integratie, of over Europa, die wordt nu ook in alle heftigheid in de Kamer gevoerd. Dat is winst.’

En toch…

‘Ja. Het begon te kriebelen nadat het kabinet viel. Ik riep gelijk: “Ik ben weer verkiesbaar.” Maar meteen daarna dacht ik: hmm, is dat eigenlijk wel zo? Wil ik dat wel? En toen dat zaadje eenmaal was geplant was het wel vrij snel helder. Ik dacht ineens: nu kan ik een bedrijf beginnen. Of een boek schrijven. Of totaal iets anders gaan doen.’

Eigenlijk wat elke dertiger op een gegeven moment denkt.

‘Ja, eigenlijk wel.’

Moet je dan niet eerst even ergens een half jaar op een berg gaan zitten voor je weer aan de slag gaat?

‘Nou, dat wordt lastig want ik houd het al niet eens een half uur liggend op het strand vol. Maar die vrijheid is er wel, dat alleen al staat me aan.’

Heeft het in korte tijd overlijden van je ouders invloed gehad op dit besluit?

‘Nou…. Je merkt wel dat als je beide ouders in één jaar tijd overlijden, dat het iets wezenlijks met je doet. Je wordt in een keer ouder, volwássener. Het feit dat mijn ouders relatief jong zijn gestorven, ze waren 67 en 69, doet je realiseren hoe kwetsbaar alles is.’

En dat je nooit moet denken van: “O, dat komt wel als ik met pensioen ben.”

‘Ja, precies. Mijn moeder heeft letterlijk tot haar pensioen als verpleegkundige gewerkt, nog extra hard ook zodat ze daarna leuke dingen zou kunnen doen, en ze was nog geen jaar klaar of er werd een hersentumor geconstateerd. En binnen twee jaar was ze dood. Dus ja. Als je dat zo van dichtbij ziet gebeuren ga je toch even nadenken. Om een voorbeeld te geven: mijn zus en ik hebben mijn moeder de laatste paar maanden helpen verplegen. Op een maandag waarop ik normaal iets voor de partij zou doen, een werkbezoek of het land in, hielp ik nu mijn moeder met aankleden. En dan merk je dat het helemaal niet het einde van de wereld is dat ik niet op dat werkbezoek ben geweest.’

Dacht je dat eerst wel?

‘Tuurlijk: als je net in de kamer komt ben je alleen maar daar mee bezig. En dat is ook goed: die enorme onrust is de motor achter elke verandering. Je móet denken dat alles daarom draait. Net zoals je er later achter moet komen dat dat niet zo is.’

Wat ga je missen als kiespijn?

‘Cynisme. Politici die binnen- en buitenskamers laatdunkend over groepen mensen spreken. Maar ook het sarcasme van sommige journalisten en opiniemakers. Daar kan ik heel slecht tegen. Dan denk ik: als je steeds andermans activiteiten moet verslaan, ben je dan jaloers dat je zelf geen beslissingsbevoegdheid hebt ofzo? Is het minachting voor hun eigen vak? En als derde is er ook nog veel cynisme onder sommige mensen zelf. Mensen die alleen maar zeuren, die teren op argwaan, en bij voorbaat stellen dat het toch nooit wat wordt. Die drie versterken elkaar, die ballen samen tot één grote cynische klont, en dat zal ik absoluut niet missen.’

Altijd maar kritiek.

‘Ik vind de egalitaire brutaliteit van Nederland fantastisch, dat iedereen zegt wat ‘ie vindt en dat niemand daarbij wordt gespaard. Maar het wordt anders als negativisme wordt gecultiveerd. Daar word ik heel, heel kriegelig van.’

Je hebt net een boek uitgebracht: De vrije moraal: seks, drank en drugs in de tweede kamer. Hebben we zo’n vrije moraal in Nederland?

‘De vrije moraal was jarenlang een scheldnaam van de christelijke partijen richting alle partijen die niet christelijk waren. Als je niet religieus was, was je eigenlijk gewoon immoreel, dan had je geen normen en waarden. In het boek laat ik wat van die schokkende en soms ook grappige geschiedenis zien. In de jaren zestig werden alle daarbij passende wetten - van een verbod op voorbehoedsmiddelen tot het aan banden leggen van pornografie – afgeschaft, dat vonden we toen betuttelend. Maar inmiddels stoeien we met de dilemma’s van die nieuwe vrijheid: jongeren die teveel drinken, de nare kanten van porno, prostitutie, noem maar op. Alleen lijken de ‘vrije’ partijen bang geworden om iets te zeggen over moraal. Want dan betuttel je, en dat is het laatste wat je wil. Met als gevolg dat alleen de religieuze partijen dat debat claimen. In dit boek zeg ik: als je de vrijheid serieus neemt, moet je je juist de lead nemen in debat.’

Geef eens een voorbeeld.

‘Nou, het is opvallend dat onder studenten, in de grachtengordel of in het uitgaansleven mensen aan de ene kant heel bewust bezig zijn met biologisch vlees en Max Havelaarkoffie, en aan de andere kant coke snuiven. Terwijl cocaïne een van de meest schadelijke drugs zijn voor de derde wereld als het gaat ecologische voetafdruk: de boeren worden onderdrukt, er is een enorme bloederige lijn van maffia die van daar naar hier loopt… over ecologische voetafdruk gesproken. Kijk, als volwassene heb je de vrijheid en het recht om risico te nemen bij het gebruik van drank en drugs. Maar als je gelooft in die vrijheid, moet je ook de vraag durven stellen wat je ermee aanricht, of je onderdeel wil zijn van die keten.’

Denk je dat mensen zich die vraag ook daadwerkelijk stellen op vrijdagavond?

‘Ja.’

Ga weg.

‘Nee, echt. Dat meen ik. Natuurlijk niet iedereen, maar ik ken mensen die wel eens coke hebben gebruikt en die het een nare drugs vinden, niet alleen omdat het totaal geen sociale drug is, maar ook om dit maatschappelijke aspect, om deze morele vraag. Overigens ben ik zelf zeer maagdelijk op dit gebied, ik ben nooit verder gekomen dan een jointje en toen werd ik nog misselijk ook.’

En hoe zit dat met seks?

‘Nou, met porno moet je jezelf de vraag stellen: naar wat voor porno kijk ik precies? Wat is de positie van de vrouw? Hoe is het gemaakt?’

Dat neemt wel een beetje het plezier weg, hè.

‘Helemaal niet. Ook hier mag je best van genieten, als je je kop maar niet in het zand steekt voor het ethische dilemma dat er aan vast zit. Als je niet wil dat alles door een overheid wordt dichtgeregeld, móet je dus zelf nadenken. De vrije moraal is een arbeidsintensief iets. Overigens blijkt de pornoindustrie steeds meer wordt weggeconcurreerd door mensen die zelf wat gaan aan klooien. Dat kan juist weer goed zijn om het industriële er een beetje af te halen. De seksualiteit moet weer terug veroverd worden.’

Blijf je deze zendingsdrang houden, ook als je straks geen politicus meer bent?

‘Ik vind de dilemma’s van een vrije samenleving –zowel ethisch als economisch-fascinerend. Aan dat debat wil ik graag mee blijven doen.’

Moet je daar een groot ego voor hebben?

‘Ach, dat vind ik altijd zo’n flauw verwijt. Kijk, als je een debat op gang wil krijgen moet je zelf wel eerst een goed openingsbod doen. En open staan voor kritiek. Het is niet zo dat je aanbelt en een ei neerlegt en daarna keihard weg rent. Nee, je moet vragen: hier is mijn ei, wat vind je ervan? En dan kan dat ei ook weer teruggegooid worden. Moet je dan een groot ego hebben? Ik denk dat je dan een bestendig ego moet hebben.’

Vind je het irritant als mensen die vraag stellen?

‘Ja, nou ja… Je kan net zo goed vragen: “Moet je een groot ego hebben om als journalist vragen te stellen aan een politicus?” En dan is het antwoord ook: “Ja, daar moet je wel een beetje een ego voor hebben want jíj stelt die vragen als journalist, jíj roept iemand ter verantwoording.’

Ik kwam erop omdat in het biografietje van je Twitteraccount heel nadrukkelijk staat vermeld dat je 42.296 voorkeursstemmen hebt gehaald.

‘Omdat ik dat ook bijzonder vind! Veel Kamerleden komen de kamer binnen zonder eigen mandaat. Op mij hebben deze mensen persoonlijk gestemd en vertrouwen gesteld als hun volksvertegenwoordiger. Daar ben ik trots op.’

Op jouw website staan de speeches die je destijds tijdens de begrafenis van je ouders hebt gehouden. Dat heeft niet zo veel met volksvertegenwoordiging te maken.

‘Nee, dat is waar. Maar op mijn website zet ik niet alleen politieke dingen, daar zet ik ook levensbeschouwelijke zaken op. En een van de vragen die je je daarbij kunt stellen is: hoe ga je in een seculiere samenleving om met de dood? Daar werd bij mij thuis vroeger veel over gesproken. Wij worstelden daarmee. Het past bij mij om ook dat soort persoonlijke dingen te delen.’

Vertel eens over je persoonlijke leven. Hoe is het met de liefde?

‘Anderhalf jaar geleden is een relatie na elf jaar geëindigd. Dat heeft me veel verdriet gedaan. Maar inmiddels heb ik een nieuwe relatie. En vorig jaar november is mijn zoon geboren. Die woont bij zijn twee moeders, die vriendinnen van mij zijn.’

Hoe heet je zoon?

‘Dat houden we voor onszelf. Kijk, die mensen hebben er niet voor gekozen om in de publiciteit te komen. Wat ik wel kan wel zeggen, is dat het ontzettend leuk joch is, een enorme blonde, blauwogige Hollandse koning. Nu al.’

Hoe vaak zie je hem?

‘Ik ben vader op enige afstand, maar ik zie hem regelmatig.’

Elke week?

‘Dat zeg ik niet. Nee, echt niet. Die dingen zijn van ons.’

Mensen willen dat wel graag weten, naast het politieke verhaal en de boekpromotie. Het is tenslotte weekend.

‘Nou, dat weet ik niet, of ze dat liever willen weten. Journalisten dénken vaak te weten wat mensen willen lezen.’

Ik denk inderdaad dat veel mensen het leuk vinden om te lezen hoe jij je kind op gaat voeden.

‘Ja, oké, dat snap ik. De moeders zijn in charge bij de opvoeding. Maar goed, ik ben natuurlijk zijn vader, dus op een gegeven moment gaat hij ook dingen aan mij vragen. En dat gaat al snel gebeuren ook, want hij verandert per week.’

Heeft het jou veranderd?

‘In het dagelijks leven valt dat wel mee, omdat hij dus bij zijn moeders woont, maar alleen al de gedachte dat er iemand rondkruipt die een directe band met jou heeft verandert je. Het maakt alles minder vrijblijvend. Er is iemand voor wie ik in tot in lengte van dagen iets wil betekenen, iets moet zíjn. Ik móet nu wel nog 40 of 50 jaar blijven leven. En gezond ook, dus dat betekent net effe vaker naar de sportschool.’

Man weg, baan weg, nieuwe man, nieuw kind. Spannende tijden.

‘Ja zeker. Soms word ik wel eens midden in de nacht wakker en dan denk ik: pff, hoe ga ik het allemaal doen? Tuurlijk. Op de toneelacademie werd een toneelwet geleerd, dat je bij twijfel beter niet kan praten, maar het beter kan omzetten in een handeling. En dat doe ik ook. Als ik bibberig in mijn lijf ben, ga ik zwemmen. Als ik twijfel heb, ga ik bij iemand te rade. Als ik me niet goed voel, ga ik een salade eten. Ik zeg maar wat. Maar ik dóe in ieder geval iets, ik trek me dan als een soort Baron von Münchhausen aan mijn eigen haar uit het moeras.’

Ga je naar de Gay Parade?

‘D66 heeft altijd een boot dus misschien dat ik daar even op ga. Overigens heb ik heel lang een weerzin tegen de Canal Parade gehad. Ik haat camp, en ik verzette me ook tegen de opvatting dat er één soort homogemeenschap zou zijn. Die bestaat namelijk niet, net zoals er geen heterogemeenschap bestaat. Daarvoor is het veel te divers. Nu ik er een paar keer zelf ben geweest is dat beeld veranderd, binnen de Parade is er juist aandacht voor diversiteit. Maar ja, dan zet je ’s avonds het nieuws aan en dan zie je alleen weer beelden van enorme extravagante homo’s op een boot. Alsof er geen homo’s en lesbiennes zijn die rechter zijn. Of militair. Heel irritant.’

Hoe ziet jouw dag er uit op 12 september?

‘Ha! Ik heb al een paar klusjes, wat lezingen enzo. Kleine dingen. Maar ik sta open voor veel nieuwe dingen, dus dames en heren lezers en lezeressen: belt u mij vooral.’