Home>>In de media>>Een stad is altijd werk in uitvoering. (Stadskrant West)

Een stad is altijd werk in uitvoering. (Stadskrant West)

24 jan 2013
Een stad is altijd werk in uitvoering stadskrant west

Boris van der Ham was tien jaar Kamerlid voor D66. Met 43 duizend voorkeurstemmen en veel aangenomen voorstellen was hij buitengewoon succesvol en spraakmakend. Hij nam vorig jaar een ‘time out’. Van der Ham schreef onlangs een prikkelend geschiedenisboek, getiteld 'De vrije moraal'. Hij heeft 45 duizend volgers op twitter en woont met veel plezier in West.

Je woont in de Kinkerbuurt. Hoe kwam je hier terecht?

“Ik huurde eerst op de Spaarndammerdijk en daarna op Bickerseiland. Ik wilde mijn eerste huis kopen in een leuke buurt. En dit was een fijne woning waar ik nog veel aan kon doen. Ik kwam hier op 1 januari 2005.”

Wat vind je van de buurt?

“Het is hier niet zo gelikt en doorontwikkeld en daardoor wat rauw. Je hebt allerlei soorten woningbouw door elkaar. Er wordt veel opgeknapt. Er zijn nieuwe bedrijfjes en er is aardig wat groen, zoals de kinderboerderij waar ik pas met mijn zoontje voor het eerst kwam. De Kinkerbuurt heeft niet één soort mensen. Er wonen hier niet alleen maar bepaalde allochtonen of yuppen, maar van alles door elkaar. Dat is prettig. Vergeleken met Nieuw-West is de bebouwing afwisselend. Wonen, werk, alles zit door elkaar en dat versterkt ook de mogelijkheid voor jonge mensen om baantjes te vinden. Er is hier een arbeidsintensieve atmosfeer. In een stad moet je proberen dingen te combineren.”

Je groeide op bij je moeder in Nieuwkoop en je vader woonde in Amsterdam.

“Ja. Mijn vader was docent wiskunde aan de VU en woonde in de James Cookstraat bij het Mercatorplein. Ik woon nu tien jaar in West, maar kom er eigenlijk al dertig jaar. Mijn zusje en ik kwamen vaak bij mijn vader; ik fietste veel door de buurt. Het was destijds een gribusbuurt met veel criminaliteit. Jongeren zakten af naar ontoelaatbare zaken. Hoofdcommissaris Nordholt zette toen een politiepost midden op het Mercatorplein. Er zijn daar nog problemen, maar het is enorm ten goede veranderd. Alle inspanningen zijn niet nutteloos gebleken. Dat moet de bestuurders die daar mee bezig zijn, en de bewoners die hun stem verheffen, steunen bij wat zij doen. Maar je moet er aan blijven werken, het is nooit klaar. Een stad is levend en altijd werk in uitvoering.”

Merk je iets van het stadsdeel?

“Weinig. Ik heb wel gehoord dat beginnende ondernemers zeggen dat ze in West veel meer medewerking krijgen bij praktische dingen dan in het Centrum. West is er zich van bewust dat je ondernemers moet verwelkomen. Dat is goed. Je ziet bij het stadsbestuur wel dat ze melkkoeien hebben, zoals de parkeertarieven. Het verhogen van de parkeertarieven is te gemakkelijk. Het gaat in Amsterdam relatief goed, de crisis is minder dan in de rest van het land. Maar dat maakt sommige progressieve bestuurders lui. Amsterdam heeft een begroting van 6 miljard, en ik vind dat we voortdurend kritisch moeten zijn hoe je die euro het beste kunt uitgeven, met het meeste effect. Dan moet soms heel anders dan het nu gebeurt.”

Je was tien jaar Kamerlid. Was je betrokken bij Amsterdam?

“Voor de Centrale Stad en stadsdeel West was ik lijstduwer bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ik kreeg veel voorkeurstemmen, een grote eer, maar ik bleef in de Kamer. Vanuit de Tweede Kamer hield ik me ook bezig met Amsterdam. De stad heeft vanzelfsprekend een plek in mijn hart. Ik werd veel op straat aangesproken door buurt- en stadgenoten, maar ook via de e-mail, die me hun zorgen kenbaar maakten - dat is heel goed, dan kan je de naam ‘volksvertegenwoordiger’ echt waarmaken. Je hoort soms van verborgen leed en waanzinnig onrecht.”

Had je als Kamerlid een hoofdthema?

“Ik deed veel onderwerpen, zoals onderwijs en economie. Maar daarnaast ook het debat over de grenzen van vrijheid. Ik geloof erg in vrijheid. Maar om dat ideaal te bereiken moet je ook streng durven zijn. Sommige jongeren moet je echt strak houden om te voorkomen dat ze hun toekomst verpesten. Op school moet er discipline zijn. Mijn drijfveer is dat mensen het beste uit zichzelf kunnen halen. Maar hoe bereik je dat? Hoe ga je ook om met de vrijheid van religie, en met de intolerante kanten daarvan? Dat is een ongelofelijk interessant debat.”

Voor Amsterdam was de moord op Theo van Gogh wat dat betreft de grote mijlpaal.

“Die moord is een landmark in de Nederlandse geschiedenis. Het ging om de vrijheid van meningsuiting en religiekritiek. Dat was in Nederland altijd al heftig. En nu leidde dat tot een zichtbare moordpartij. In een land als Nederland ben je vrij om te zeggen wat je wilt, en sommigen drinken die beker helemaal leeg, zoals Theo van Gogh. Je moet daar pal voor staan. Als zo iemand vermoord wordt is dat een moord op de vrijheid. Het is verschrikkelijk dat zo’n extremist zo religieus verblind is dat hij zijn pistool leegschiet en vervolgens een mes trekt. Zo’n moord snijdt door de ziel van de stad. Maar Nederland en Amsterdam zijn veel te sterk voor zo’n jongen als Mohammed B., die staat machteloos tegenover de traditie van vrijheid. Discussies over religie, over het christendom en over de islam horen bij een vrije samenleving. Ga in debat, geef je mening, dat is gezond. En als mensen zich niet aan de regels houden en alleen hun mening bestaansrecht vinden hebben, denk dan aan wat Ahmed Aboutaleb ooit zei: Elke dag gaan er vliegtuigen naar landen waar maar één mening geldt, zoals Saoudi-Arabië.”

In de Badr moskee werd onlangs een debat angstaanjagend verstoord door Sharia4Belgium.

“Oud D66-leider Jan Terlouw schreef ooit: 'Je moet uitkijken voor mensen die denken alles zeker te weten.' Dat soort gelijkhebbers zijn heel bedrei- gend. Je hebt ze binnen elke ideologie. Maar je ziet dat zeer weinig mensen zich aansluiten bij zo’n Sharia4Holland en Belgium. Veruit de meeste Amsterdamse Marokkanen en Turken hebben helemaal niets met die schreeuwers. Iedereen moet zich aan de wet houden; vrijheid is dat iedereen zijn leven zo kan inrichten als hij zelf wil, zonder anderen lastig te vallen. Als mensen zich daaraan houden dan zijn we al een heel eind. En mensen moeten zich ook vrij voelen om een overstap te maken, naar en uit de islam of het christendom, of om vrijzinniger te gaan geloven, maar ook om te besluiten niet meer religieus te willen zijn. Het recht op die individuele keuze is een fundament van onze democratie.”

Je schreef een boek over de ‘vrije moraal’. Wat is je hoofdstelling?

“Je hebt veel discussie over vrijheden rond drank, drugs en seks. Ik ben de geschiedenis ingedoken; typisch Nederlandse vrijheden ontstonden vaak in Amsterdam. Het is interessant hoe de discussies in Nederland de afgelopen 150 jaar zijn gevoerd. Over voorbehoedsmiddelen, softdrugs, alcoholmisbruik. Maar ik ga ook in op de huidige discussies. Ik stel dat onze vrijheid nooit mag vervallen tot vrijblijvendheid; als je vrijheid echt serieus neemt moet je haar steeds ondervragen op haar consequenties. Prostitutie is daarin een groot dilemma. Het kan soms vrijwillig lijken maar dat toch niet zijn, en dan staat het haaks op de vrijheid. Dan moet je hard ingrijpen en hulp aanbieden. Ook bij alcohol en drugs is de grens tussen vrijheid en onvrijheid, tussen genot en verslaving, vaak een grijs gebied. Ik vind dat we dus veel meer moeten doen aan voorlichting en hulpverlening om eerder mensen te helpen. Daar moet je dus niet op bezuinigen. Vrijheid is hard werk, een arbeidsintensief ideaal, zowel bij het opvoeden, op school, en zelfs als je volwassenen bent. Verstandig omgaan met vrijheid gaat niet vanzelf.”

 

Het boek van Boris van der Ham 'De Vrije Moraal' is te koop in de boekhandel en online.

 

Tekst: Serge Markx

Foto: Paul Fennis