Home>>In de media>>Een ondragelijke waarheid

Een ondragelijke waarheid

20 apr 2018
Een ondragelijke waarheid

Op een dag weet je het zeker: de God van je ouders bestaat niet meer. En dat moet je ze vertellen. Want jouw ongeloof is voor hen een doodzonde, en soms reden voor een hartverscheurende breuk. Boris van der Ham en journalist Rachid Benhammou spraken met twaalf voormalige moslims over hun geloof, hun keuzes en hun familie. Zij bundelden deze verhalen in het boek Nieuwe vrijdenkers.

Ik besloot wel mee te bidden, ik deed alle bewegingen, maar mijn hart was er niet meer bij. Ik voelde niks meer en ik dacht: er is geen God, er is niemand.” Aan het woord is
de uit Somalische ouders geboren Waris. Ze vertrouwde haar levensverhaal toe aan Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, en Rachid Benhammou, journalist en ondernemer.

Een andere weg

Wat gebeurt er met je als je van je geloof afvalt, en, heel belangrijk, hoe vertel je het aan je familie, aan je omgeving? Over deze en andere dilemma’s spraken Van der Ham en Benhammou met twaalf jonge mannen en vrouwen die als moslim zijn grootgebracht, maar die een andere weg hebben gekozen. De interviews met onder anderen de schrijvers Said el Haji en Celal Altuntas, verschijnen in het boek Nieuw Vrijdenkers dat 10 april bij uitgeverij Prometheus verschijnt.

Van der Ham bekommert zich al langer om ex-moslims. Zo werd een paar jaar geleden speciaal voor hen het Platform Nieuwe Vrijdenkers opgericht. Hierin komen jongeren
samen die in Nederland als moslim zijn opgevoed, maar ervoor kozen humanist, agnost of atheïst te zijn. Een andere aanleiding voor het boek was dat Benhammou in zijn omgeving steeds meer mensen zag die het islamitisch geloof achter zich lieten, alleen spraken ze er niet openlijk over. Het leek hem en Van der Ham zinvol om deze gevarieerde groep een stem te geven, onder de aandacht te brengen en te laten zien dat ze niet alleen zijn.

Worsteling

Benhammou, zelf zoon van een gastarbeider, begrijpt de worsteling die zijn generatiegenoten doormaken, al heeft hij zelf geen groot gevecht hoeven leveren. Hij kwam als baby met zijn moeder en zes broers en zussen vanuit Marokko naar Nederland om zich bij hun vader te voegen. ??“Ik heb een standaard islamitische opvoeding gehad, maar mijn ouders waren redelijk liberaal. Religie was thuis zeker belangrijk, maar onderwijs net zo goed. Mijn vader hamerde er vooral op dat ik kritisch zou leren nadenken.”

Benhammou bracht dat in de praktijk toen hij als puber zijn ouders in een gesprek bedankte voor alles wat ze hem hadden meegegeven, maar hun tegelijkertijd meedeelde dat hij vanaf dat moment zelf de koers van zijn leven wilde bepalen - óók als het om religie ging. Ze stonden niet te juichen, maar hebben het geaccepteerd. Bij veel van de geïnterviewden ligt dat ingewikkelder. Ouders vinden het vaak onverdraaglijk als hun kind opbiecht niet langer tegeloven. Wat zullen de buren zeggen? En de rest van de familie? En zie ik je nog in de he-mel? Uit compassie met hun ouders houden ex-gelovigen hun opvattingen vaak voor zich.


Zoals Waris in het boek uitlegt: “Mijn ouders weten nog niet dat ik atheïst ben geworden. Als ik bij hen ben, dan doe ik alsof ik bid en draag ik een hoofddoek. Ik wil mijn moeder geen hartaanval bezorgen. Ik vermoed dat mijn vader eigenlijk wel weet dat ik niet meer geloof. Hij staat ook wel open voor een debat over de islam. Alleen als het te confronterend is, haakt hij af.”

Sociale omgeving

Van der Ham: “Hoewel de geïnterviewden bijna allemaal in Nederland zijn opgegroeid, is bij een aantal de invloed van de sociale omgeving groot. Een aantal ouders is door de drukvan buitenaf conservatiever geworden. Zo waren de ouders van Waris vroeger veel vrijzinniger, maar tegenwoordig staan ze erop dat ze een hoofddoek draagt.” Ondertussen was Waris juist tot de ontdekking gekomen dat God voor haar niet langer bestaat. Ze legt uit hoedat voelde: “Ik zat in een soort doos opgesloten, nu is het licht aangegaan en zie ik oneindige mogelijkheden. Het universum is voor mij een inspiratiebron.”

Van der Ham: “Onze gesprekspartners zijn vechters, maar tegelijkertijd willen ze hun ouders beschermen tegen de kwaadaardige tongen in de buitenwereld, ze willen voorkomen dat in de moskee wordt gezegd dat je je kind niet goed opvoedt. Ze willen hun ouders geenverdriet bezorgen. Het dilemma is dat ze van hun ouders houden, hun het geloof gunnen, maar zelf een eigen weg willen gaan. Openlijk zeggen: ik geloof niet meer, vinden sommigen daarom niet nodig. Anderen stellen het uit. Of ze denken: ik zeg het als ik uit huis ben, als ik afgestudeerd ben of als ik financieel onafhankelijk ben. Wij hebben in Nederland een bekenteniscultuur. Je bent iets en daar sta je voor. In meer zuidelijke culturen worden zaken vaker onbenoemd gelaten. Een aantal van de geïnterviewden zit precies tussen twee culturen in.”

Soms valt de reactie mee als mensen ervoor uitkomen, bij Hamid bijvoorbeeld was er geen probleem. Maar de familie van Halima heeft met haar gebroken. Van der Ham: “Van die breuk heeft ze veel verdriet van gehad, maar inmiddels heeft ze er vrede mee.”  Van je geloof afvallen hoeft niet te betekenen dat je met je Marokkaanse of Turkse of Somalische roots breekt. Identiteit wordt door zoveel meer dan alleen religie bepaald, benadrukken Van der Ham en Benhammou.

Acceptatie

De laatste ging zich pas op zijn dertigste in zijn rijke Berberse afkomst verdiepen, een cultuur die al ver voor de islam geworteld was in Marokko. Ook Van der Ham viel de toegenomen belangstelling voor de pre-islamitische periode op. “Het is te vergelijken met de Europese humanisten die verwijzen naar de voorchristelijke Griekse en Romeinse cultuur.” “Acceptatie van afvalligheid moet in eigen kring beginnen”, zegt Benhammou.

Waarop Van der Ham reageert: “Wie is dan die eigen kring?” Hij vindt dat Nederlanders er vaak te automatisch vanuit gaan dat iemand uit Marokko of Turkije islamitisch is, met de daarbij behorende vooroordelen. Gemakzucht? Van der Ham: “Ik vind het meer een blijk van onverschilligheid.”

Benhammou, instemmend: “Ik ervaar dat zelf bijna dagelijks. Omdat ik een Marokkaans uiterlijk heb, denken Nederlanders: die zal wel moslim zijn. Ze zijn verbaasd als ik een biertje neem.” Dat Marokkanen, Turken, Somaliërs en anderen niet alleen moslim maar ook humanist, agnost of atheïst kunnen zijn, moet van zelfsprekender worden, vinden Behammou en Van der Ham.

Halima, een van de geïnterviewden die jarenlang een dubbelleven leidde, is opgelucht nu ze zichzelf niet langer moslim noemt. En alsof ze anderen een hart onder de riem wil steken: “Hou vol, er is altijd een uitweg, blijf positief.”