Home>>In de media>>De dood zit ons op de hielen (Nederlands Dagblad)

De dood zit ons op de hielen (Nederlands Dagblad)

27 aug 2014
De dood zit ons op de hielen nederlands dagblad

Wat is uw houvast in leven en sterven? Dat is de kern van de eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus. In de serie 'Houvast' van het Nederlands Dagblad geven bekende Nederlanders – christenen en niet-christenen – antwoord op deze vraag die zicht geeft op het perspectief in hun leven. Vandaag: Boris van der Ham (40), voorzitter Humanistisch Verbond, schrijver, voormalig Tweede Kamerlid.

-------

Houvast: Rommelen op een graf geeft troost

‘Mijn ouders zijn vrij jong overleden, kort na elkaar. Troost is dan onontbeerlijk. Bij mijn vader ging het heel snel, zijn dood overviel me. Mijn moeder kreeg kanker en had daardoor een aangekondigde dood. De manier waarop ze er zelf mee omging, gaf me troost. Tot het einde slaagde ze erin te genieten van het moment. Ik herinner me dat ze kort voor haar dood naar een rommelmarkt wilde. Ik reed haar daar in een rolstoel naartoe. Terwijl ze wist dat ze er over een paar maanden niet meer zou zijn, kocht ze er een bord dat ze mooi vond. Zo tegen de stroom in leven, dat inspireert me. Als je weet dat je morgen sterft, moet je vandaag nog iets moois doen.’

Kracht


‘Ik ga nog regelmatig naar het graf van een van mijn ouders. Ze liggen apart begraven, mijn vader in Amsterdam, mijn moeder in Nieuwkoop. Ik ben blij dat ze begraven zijn, zodat er een plek is waar ik naartoe kan. Ik geloof niet dat hun geest daar nog rondwaart, maar vind het toch troostend een beetje te rommelen op dat graf. Wat plantjes poten, een bloemetje neerleggen. Ik ga er naartoe op de momenten dat ik zelf ergens mee zit. Normaal zou ik dan een van mijn ouders gebeld hebben, maar dat kan niet meer. Door naar het graf te fietsen en even die plek aan te doen, zet ik het gevoel om in een handeling. Anderen zouden het misschien een ritueel noemen, maar ik houd niet zo van dat woord. Het doet me denken aan wierook en groene thee en dat is me te zweverig. Voor mij is de handeling heel concreet.’

‘Ik ben niet godsdienstig, maar het mooie van een oud boek als de Bijbel is dat er verhalen in staan waarin je jezelf herkent. Daar kun je kracht uit halen. Dat geldt voor alle literatuur, net als voor films en toneelstukken. Als juryvoorzitter van de Toneelprijzen woon ik veel toneel bij. Of je nu een stuk ziet van Tsjechov (woorden van 100 jaar oud), van Shakespeare (400 jaar oud) of van Sophocles (2500 jaar oud), er worden soms dingen gezegd waarvan je denkt: dat heb ik gisteren nog meegemaakt.

Verliefdheid


Afgelopen week bezocht ik in Londen het toneelstuk Shakespeare in love. Dat is geen stuk van Shakespeare, maar over hem. Op een gegeven moment heeft hij geen ideeën meer om over te schrijven, en dan ontmoet hij een meisje op wie hij stapelverliefd wordt. Tegelijk begint hij aan Romeo en Juliet, een verhaal over twee tieners die verliefd worden. Op een gegeven moment speelden de acteurs in Londen een echte scène uit Romeo en Juliet, waarin beide personages als jonge kalfjes op het toneel staan te springen en in prachtige taal vertellen hoeveel ze van elkaar houden.

Die vierhonderd jaar oude taal van Shakespeare is zo mooi, en het werd zo goed gespeeld, dat ik dat troost gevend vond. Na een lange periode van een relatie ben ik weer alleen. Dat kan je bitter maken en de vraag oproepen of verliefdheid je ooit nog zal overkomen. En dan word je tijdens zo’n toneelstuk ter plekke verliefd op ‘verliefd worden’. Je voelt weer in je buik hoe dat is. Dat geeft hoop. Als een toneelvoorstelling dat kan oproepen, zal het in mijn leven misschien ook weer gebeuren.

Spanning

We vinden onszelf als mensen heel ingewikkeld, maar eigenlijk is het vrij simpel. We willen gelukkig zijn, zoeken geborgenheid en veiligheid. Dat te herkennen in andere mensen door de eeuwen heen geeft troost.

Een gedicht over het eerste vliegtuig is niet zo interessant vanwege het apparaat, want over tweehonderd jaar hebben we weer andere vervoermiddelen. Maar de spanning om een vliegtuig voor het eerst te betreden is van alle tijden. Datzelfde gevoel hadden mensen honderd jaar geleden bij de trein. Ik heb een zoontje van bijna drie. Hij heeft twee moeders en op moederdag kwam ik langs met een enorme bos bloemen. Ik riep mijn zoontje apart, en vertelde hem op samenzweerderige wijze dat de moeders nog niet mochten weten dat hij die bloemen zou geven. De blik in zijn ogen op dat moment, die spanning, dat is eeuwig. Als je die basale gevoelens herkent in een toneelstuk, in een boek of in een liedje, dan ben je minder alleen.’

Positief

‘Mijn ouders zijn allebei in een christelijk-gereformeerde familie opgegroeid, maar hebben dat losgelaten. We gingen naar de Remonstrantse Broederschap, een heel vrijzinnig kerkgenootschap. Daar heb ik ook catechisatie gevolgd. Daar heb ik goede herinneringen aan. Ook al ben ik voorzitter van het Humanistisch Verbond, ik ben nog steeds Vriend van de Remonstranten. Op catechisatie kreeg ik les over protestantisme, katholicisme, jodendom en islam. Soms bekeken we levensbeschouwelijke films. Mijn wereldbeeld is erdoor verbreed, niet verengd.

Ik ga ervan uit dat er geen leven na de dood is. Dat is ook niet nodig. Ik zou het heel leuk vinden om mijn ouders weer eens te zien en andere mensen die gestorven zijn. Maar voor eeuwig ...? Het feit dat de dood ons op de hielen zit, geeft kracht aan ons leven. Je moet niet eindeloos blijven treuzelen. Ik hoorde ooit een strenge dominee op een begrafenis zeggen: wij stonden nimmer dichter bij de dood dan vandaag. Een waarheid als een koe. Hij zei het behoorlijk pessimistisch, maar je kunt het ook positief invullen. Laten we er dan nu het beste van maken. Leven na de dood zie ik in de boeken die ik schrijf en nog wil schrijven, het doorvertellen van verhalen die mij zelf kracht geven. En natuurlijk leef je voort in kinderen, dat is mooi en tastbaar. Dat we steeds dichter bij de dood staan motiveert mij om nu alles er uit te halen. Wat dat betreft neem ik het leven ernstig.’
 

Interview verschenen in het Nederlands Dagblad, afgenonen door Aaldert van Soest

Lid worden van het Humanistisch Verbond - de vereniging die atheisten, agnosten, humanisten en vrijzinnigen verbindt- dat kan HIER