Home>>In de media>>Boris in Wonderland (NRC)

Boris in Wonderland (NRC)

20 nov 2016
Boris in wonderland nrc

Politici? Acteurs! In het geval van Boris van der Ham is dat geen scherts of hoon, maar waar. Het oud-kamerlid voor D66 (2002-2012)werd opgeleid aan de Toneelacademie in Maastricht – de beste, benadrukt hij. Na zijn afstuderen in 1998 speelde hij een paar jaar toneel, bij onder meer Toneelgroep De Appel en Het Zuidelijk Toneel/Hollandia, waarna zijn politieke werk alle tijd opeiste. Maar nadat hij de politiek in 2012 op pauze zette, bewandelt Van der Ham de weg weer terug. En dat doet hij niet in de luwte, maar vol in de spotlights in het De La Mar theater: in de nieuwe versie van de populaire Stage-musical Ciske de Rat

DOOR HERIEN WENSINK

Hij zag de musical in 2007 en vond die schitterend. ‘Het verhaal ging verder dan de film die ik ooit zag. De muziek van Henny Vrienten was prachtig. En binnen de kortste keren raakte ik ontroerd. Het is zo’n rauw en tegelijk hoopvol verhaal.” Straatschoffie Ciske wil niet deugen en groeit op voor galg en rad, maar dankzij een paar toegewijde, behulpzame mensen in zijn omgeving ontspoort hij niet helemaal, en komt het toch nog goed met hem. “Min of meer”, benadrukt Van der Ham, want heel romantisch is het allemaal niet. “Ciske behoort tot het Nederlands culturele erfgoed, iedereen kent het verhaal. Dus toen ik hoorde dat er een nieuwe versie kwam, wist ik meteen: daar moet ik bij zijn!’  Van der Ham mailde hij Stage Entertainment, Of hij auditie kon doen. Hij had geluk, er was nog een rol onbezet.  De rol van kinderinspecteur Muysken (Rijk de Gooyer in de film): een rouwdouwer met een goed hart, die op een paar cruciale momenten helpt om Ciske op het rechte pad te houden. Van der Ham kon auditie komen doen.

Voor de auditie speelt hij een paar scènes, en ook zijn zangtalent wordt getoetst. ‘Ik zong het nummer Geknecht en gekooid, prachtig is dat, een bijna Brechtiaans nummer over vrijheid. ‘Zie je die hond daar met zijn vrouwtje/hij leeft zijn leven aan een touwtje/zijn vrijheid is twee meter lang.’ Zijn auditie overtuigt: Van der Ham krijgt de rol van Muysken. Daarnaast zit hij in het ensemble en speelt kleine rolletjes als pastoor, soldaat, kruier en bezoeker in Artis. Als nieuwkomer voelt hij zich in de musicalwereld vaak ‘een Alice in Wonderland’. “Het is magisch; ik kijk mijn ogen uit.”    

19 oktober, repetitie in studio’s Stage Entertainment, Amsterdam.

Van der Ham ziet er ontspannen uit, in wollen trui en spijkerbroek, en op gemakkelijke bergschoenen. Hij wurmt zich in het pand aan de Amsterdamse Boelelaan langs een twintigtal gillende kinderen om nog even koffie te halen – “er doen vijf teams kinderen aan mee”. Volgens zijn repetitieschema, dat de 24 castleden elke avond rond middernacht krijgen voor de volgende dag, is hij om 14.15 weer aan de beurt.  Vanmiddag repeteert Van der Ham drie scènes; in de eerste is hij soldaat. Het is 1940, oorlog dreigt, en een koor van vrouwen zingt over hun verloren liefdes die vechten voor het land. Dan marcheren hun mannen op, en zingen mee. Het loopje heeft een aparte, net iets slepende timing, en de acteurs moeten precies in de maat opkomen, in een vierkantje marcheren, invoegen en in hetzelfde ritme weer terug de coulissen in. Van der Ham maakt zich zorgen over de stappen . ‘Dat is lastig: zingen en tellen tegelijk.’

Beweeglijkheid was ook op de toneelacademie al niet zijn sterkste kant, lacht hij. Godzijdank hoeft hij niet te dansen. Desondanks is het repetitieproces fysiek zwaar. ‘Elke dag van tien tot zeven, 6 dagen per week, en straks komen de avonden daar nog bij.’ Dat vraagt om beheersing en discipline, merkt hij. Hij rookt niet en drinkt sowieso weinig, maar heeft voor de gelegenheid ook zijn sportregime flink opgevoerd. ‘Om het vol te kunnen houden. Ik ben tenslotte al 43.’ Als relatieve buitenstaander kan hij vrij snel constateren: er wordt ontzettend hard gewerkt in de branche. ‘Petje af, hoor, echt waar. Als iedereen het arbeidsethos had van mensen in de cultuursector, waren we in één klap uit de economische recessie.”

Na de soldatenscène volgt een van de slotscènes als Muysken, waarin hij afscheid neemt van Ciske na zijn tijd op de tuchtschool. Van der Ham heeft één zin tekst, een vaderlijk, bemoedigend: ‘Ik wist wel dat je het kon’. Als ze de scène één keer hebben gespeeld, grijpt regisseur Paul Eenens in. ‘Ben hier niet te bescheiden, Boris. Je hebt iets voor dit joch betekent, dat mag je best wel even oogsten. Pak dat moment!’    

Ze doen het nog een keer. Van der Ham treedt meer op de voorgrond  – de rug iets rechter, de borst breder. Ferm, trots, en met meer nadruk zegt hij: ‘ik wíst wel dat je het kón!’ Ter afscheid geeft hij nu ook een speelse boks tegen Ciske’s schouder. Eenens: ‘Da’s een goeie impuls, Boris! Het is een klein rotzakje, maar wel een om van te houden.’

Het is razendsnel repeteren op de millimeter. Van der Ham, later: ‘Het zijn korte scènes waarvan de lading meteen duidelijk moet zijn.’

25 en 26 oktober, montage en persdag Ciske, Theater aan de Schie, Schiedam

Na vier weken repeteren in een donker zaaltje, verplaatsen cast en crew (in totaal 85 man) naar een theater in Schiedam voor de ‘montage’: voor het eerst repeteren ze dan in het decor, met licht, met orkest en geluid erbij. Alle scènes zijn in principe af, maar nu wordt bekeken: waar staat of zit wie precies op toneel? En hoe gaat dat samen met belichting en decorwisselingen? Opkomst en afgang van de acteurs worden uitputtend doorgenomen. Regisseur Eenens waarschuwt de cast: de schuivende decorpanelen komen razendsnel naar beneden, als valbijlen. Acteurs moeten daarom tot op de centimeter precies weten waar ze staan - de juiste plek wordt gemarkeerd met tape. Hoe belangrijk die opmerking van Eenens is ervoer Van der Ham aan den lijve. ‘Tijdens een caféscène zag ik dat er een stoel ontbrak. Die moest ik toen snel zelf in de coulissen gaan halen. Daardoor lette ik even niet op, en kreeg ik bijna een decorstuk op mijn hoofd. De technici moesten het mechaniek stopzetten om dat te voorkomen.’

Na de eerste montagedag vindt in Schiedam de ‘persdag’ van de musical plaats. Daar komen 22 cameraploegen op af; waaronder ANP, Shownieuws en Telegraaf tv. De foyer van de schouwburg doet opeens denken aan het Binnenhof, en Van der Ham is zichtbaar in zijn element. Vier keer beantwoordt hij identieke vragen met in essentie hetzelfde verhaal, steeds even enthousiast. Hoe hij het vindt om terug te zijn in het theater? Eén grote snoepwinkel! Is het moeilijk? Och, hij heeft wel vier jaar toneelschool gedaan. De overeenkomst met de Kamer? Het is allebei hard werken, maar dit is vrolijker. Later: ‘Dit verschilt niet erg van mijn persoptredens als Kamerlid. Je kriigt steeds dezelfde vraag, maar het antwoord moet je wel elke keer menen. Net als bij acteren eigenlijk.” Buiten het theater wacht ondertussen nog een cameraploeg van Tijd voor Max. Na zijn Kamerlidmaatschap is hij bestuurder bij verschillende organisaties. Of hij als voorzitter van het Humanistisch Verbond even wil reageren op Schippers’ wetsvoorstel voor verruimde euthanasiewetgeving? Van der Ham trekt zijn  trui uit, hijst zich in blauw colbert -  zet een iets ernstiger gezicht op en steekt van wal. Moeiteloos. Na drie minuten is hij weer binnen: even snel een hap Ciske-taart, colbert uit, trui aan, en hup, het volgende lied repeteren.

‘Dit lijkt misschien een beetje schizofreen, maar ik ben niet anders gewend. Mijn hart heeft altijd bij het theater èn maatschappelijke onderwerpen gelegen. Ik ben een lapjeskat: dit zijn twee verschillende kleuren, maar het is wel hetzelfde beest.” Voelt hij zich met zijn bestuurlijke functies tussen de zeer geroutineerde musicalacteurs niet een vreemde buitenstaander? Soms. ‘Waar zij in hun vrije tijd een voice-over inspreken, leid ik even een congres.’ Maar de positie van nieuwkomer heeft ook voordelen. ‘Ik kan me enige onwetendheid permitteren; ik ben hier nu toch een beetje de stagiair. Dus ik schroom niet om advies of uitleg te vragen. Veel ken ik wel uit de toneelwereld, maar musical heeft weer zo zijn eigen discours. Heeft hij zijn preset op orde, vraagt bijvoorbeeld een collega. Van der Ham: ‘Mijn wát?’ Een andere collega schiet te hulp: presetten betekent dat je zelf achter de schermen je kleding, attributen en andere benodigdheden klaarlegt.  ‘Zo lief, mijn collega’s nemen me soms echt aan de hand.’

 4 november, generale repetitie, Theater aan de Schie, Schiedam

 Vanavond wordt de voorstelling voor het eerst in één stuk door gespeeld, compleet met decors, kostuums, licht en orkest. In het begin is het zoeken naar Van der Ham; in deze scène was hij toch soldaat? O, dáár: het karakteristieke kale hoofd blijkt plots schuil te gaan onder een donkerblonde pruik. ‘Ik heb haar daar, ja. Erg goed gemaakt.’ Even later duikt hij weer op als pastoor, in kerkelijk gewaad, compleet met bonnet. En als bezoeker in Artis is hij opnieuw onherkenbaar in zomers pak, met donkere pruik en plaksnor. In totaal verkleedt hij zich in de voorstelling negen keer. Eén keer heeft hij daar slechts twee minuten de tijd voor, een zogenaamde ‘snelverkleding’. ‘Dan staat er iemand in de coulissen die je helpt.’ Onder zijn soldatenuniform draagt hij alvast de broek van inspecteur Muysken. Overhemden hebben een sluiting van klittenband. En kijk: zijn schoenen hebben elastieken veters, dan schop je ze zo uit. ‘Het is achter de schermen echt rennen om te zorgen dat je op tijd bent. Soms zingen wij als koor vanuit de coulissen nog een lied mee. Dan sta je dus echt in je onderbroek met een halve snor op je gezicht te zingen.’ Moet de pruik af, dan gaat dat weinig zachtzinnig, met aceton – elke avond twee keer. De witte lijm van de plaksnor moet hij er keer op keer afboenen met alcohol. De acteurs worden nu ook ‘gezenderd’ – Van der Ham krijgt het microfoontje op zijn wang getaped - dus vloeken of geinen achter de schermen is er niet meer bij;  de microfoon kan aan staan. ‘Heel gevaarlijk: je moet echt je muil houden. Dat gaat bij de repeties nog wel eens mis. Dan moet de techniek echt roepen: koppen dicht!’ De generale gaat goed. Het publiek – veelal vrienden, familie en relaties, is enthousiast. Van der Ham zijn zus komt kijken. ‘Zij vond het vooral leuk om mij weer te horen zingen. Dat was voor het laatst in de schoolmusical.’

10 tot 13 november , try-outs, Theater Delamar, Amsterdam. (Eén week voor de première).

Bij try-outs zit er voor het eerst ‘echt’ publiek in de zaal. ‘Dan voel je pas goed hoe teksten vallen.’ Van der Ham benut de tijd om bijvoorbeeld een grap te testen over inspecteur Muysken’s  liefde voor kanaries. ‘Als ik dat te vet breng, stort die grap te pletter. Ik merk nu: hoe droger ik het zeg, des te guller is de lach.’ Van der Ham vertelt dat een kennis na afloop van een voorstelling iets opmerkte over dat hij in een bepaalde scene te uitgelaten was. ‘Ik heb dat met Paul Eenens besproken, en dat ook aangepast.  Muysken is wel een goeiige, maar ook stugge man, dus ik speel dat nu wat hoekiger.’ Het soldatenloopje is inmiddels onder de knie – een collega uit het ensemble had daar een handig trucje voor.

Dezer dagen komen ook Stage-bazen Albert Verlinde en Joop van den Ende kijken, en die spreken de cast achter de schermen enthousiast toe. ‘Ze vonden het mooi, ja, gelukkig.’

Voormalige collega’s uit de politiek zijn nog niet geweest. Zou hij zich generen, als Pechtold opeens in de zaal zat? ‘Integendeel! Dit is óók mijn vak. En een prachtvak bovendien. Mensen die minnetjes doen over theater, beseffen vaak nauwelijks wat het inhoudt. Terwijl ik juist veel overeenkomsten zie: de energie, de overtuiging, de motivatie, het doorwerken tot diep in de nacht. In beide werelden heersen grote toewijding en engagement.’

Hij wil zijn betrokkenheid bij de musical niet „politiseren”, maar een serieuze maatschappelijke lading heeft Ciske wel. „Ciske is een kansarm kind dat het zwaar heeft, en er komt geen romantische verlossing, zoals in Annie of Oliver Twist , waarin zo’n kind opeens rijke ouders blijkt te hebben, of door een miljardairskoppel wordt geadopteerd. Het onheil wordt niet bij toverslag afgewend, en het blijft gewoon heel hard werken, door Ciske zelf en mensen om hem heen die dat belangeloos doen. Geen rijke mensen, maar een leraar, een pater, een agent. Dat laat zien dat het loont als je je met zo’n kind bemoeit.”
Valt er uit zijn theaterervaring nog een politieke boodschap te destilleren? Uiteraard. „ Ciske is compleet van eigen bodem, voor een groot publiek en van grote kwaliteit. Er moet veel meer ruimte komen om nieuwe Nederlandse theaterteksten op de planken te brengen.”
Opeens weer helemaal de politicus: „Nederlands drama zou zich veel meer op het buitenland kunnen richten! Ja, de taalbarrière, zegt men dan, maar met Deense series kan het toch ook? Echt, we hebben hier goud in handen.”