Home>>In de media>>Weekblog: De Beurs en de Bühne

Weekblog: De Beurs en de Bühne

27 okt 2008

D66-Kamerlid Boris van der Ham houdt deze week een politiek blog bij voor Trouw. Een week lang zal hij de lezer een kijkje gunnen in het politieke centrum van Nederland. Vandaag bespreekt hij het schijnbare contrast tussen de financiële crisis en kunst en cultuur. De kunsten komen in de problemen door de malaise op de beurs. 'Een bescheiden bedrag kan toch wel richting de Bühne?'

De Beurs en de Bühne Vanmiddag bespreekt de Tweede Kamer de Cultuurbegroting. Terwijl de beurs verder inzakt, fondsen verdampen en de wereldeconomie tot stilstand lijkt te komen, gaat het vanmiddag een paar uur over Mozart, Van Danzig, Verhoeven en Shakespeare. Een groter contrast lijkt niet denkbaar. Juist in tijden van crisis en financiële vergankelijkheid steekt kunst en cultuur scherper af: de jachtige beurshandelaar heeft maar een vluchtige roem, een kunstenaar jaagt naar eeuwigheidswaarde. Toch heeft ook de kunst rechtstreeks last van de financiële malaise. In Nederland wordt een gedeelte van de kunst en cultuur via subsidies ondersteund. Dat is nodig omdat het taalgebied van Nederland beperkt is, en omdat we vinden dat de kaartjes voor iedereen betaalbaar moeten zijn. Die subsidies zijn overigens niet heel hoog. De cultuurbegroting beslaat maar een microscopisch gedeelte van de totale Rijksbegroting. In andere landen wordt veel meer geld uitgetrokken voor kunst en cultuur, juist omdat het wordt gezien als een investering in de eigen identiteit. Voor kunstinstellingen (zoals musea, toneel- en dansgezelschappen, filmmaatschappijen en orkesten) is het elk jaar weer buffelen om de eigen begroting rond te krijgen. En het wordt steeds ingewikkelder. De overheid verlangt namelijk sinds een aantal jaar dat de instellingen naast subsidies en de opbrengsten van de kaartverkoop, ook geld moeten aantrekken van "derden". Die "derden" zijn dan sponsors en private fondsen. Op zich is het natuurlijk goed dat kunstinstellingen worden geprikkeld om banden met hen aan te gaan: ze worden financieel onafhankelijker en de "derden" kunnen er voor zorgen dat er meer en nieuw publiek wordt aangetrokken. Cultuurminister Plasterk (PvdA) heeft in zijn begroting alvast een fikse bezuiniging ingeboekt op de kunstinstellingen, er van uit gaande dat bedrijven en fondsen dat gat wel weer dichten. Maar is het bedrijfsleven nu nog wel zo happig om bij te springen? De kunstinstellingen maken zich daar grote zorgen over. De kunst en cultuurfondsen hebben het lastig. Het vermogen van het VSB-fonds, een van de grootste sponsors van kunst en cultuur in Nederland, is ten opzichte van vorig jaar met naar schatting een miljard euro afgenomen door de nationalisatie van Fortis. Ook het Prins Bernhard Cultuurfonds kan op middellange termijn last krijgen, het Oranjefonds verwacht dit jaar een verlies van 10 tot 15% (minstens 20 miljoen euro) en ook het SNS Reaal Fonds kampt ook met tegenslagen. Nog erger is het gesteld met de sponsors. Het bedrijfsleven trekt zich terug, en er melden zich nauwelijks nieuwe. Kunstinstellingen zitten met de handen in het haar. Het wordt hoog tijd dat Plasterk zijn bezuiniging op de kunst herziet. Doet hij dat niet, dan dreigen gezelschappen in grote problemen te komen. Het gaat maar om een bedrag van 5 miljoen euro. Tussen de tientallen miljarden die de overheid nu richting de Beurs werpt, kan dat bescheiden bedrag toch wel richting de Bühne? Lees hier het artikel op de site van Trouw.