Home>>In de media>>Voorkom uitval studenten in het Hoger Onderwijs (NRC)

Voorkom uitval studenten in het Hoger Onderwijs (NRC)

20 aug 2010
Voorkom uitval studenten in het hoger onderwijs nrc

In NRC-Handelsblad en NRC-Next verscheen een artikel van D66-Kamerlid Boris van der Ham over uitval van studenten in het Hoger Onderwijs. Te veel studenten beginnen aan een studie waar ze niet voldoende voor gemotiveerd zijn, of onvoldoende van weten. Gevolg is dat al in het eerste jaar veel studenten uitvallen. 30% van de studenten haalt zelfs helemaal geen diploma. Van der Ham wil dat onderwijsinstellingen, maar vooral studenten zelf, meer doen om dit te voorkomen.

Studeer verstandig, schrijf je uit.

Studentensteden en collegebanken lopen deze weken weer vol met een nieuwe lichting eerstejaars. De bekostiging van de universiteiten en hogescholen blijft al jaren achter bij de groeiende hoeveelheid studenten die zich elk jaar meldt. Cynisch genoeg lost dit probleem zich grotendeels vanzelf op: na een half jaar is ongeveer eenvijfde deel van de studenten alweer afgehaakt en is het een stuk comfortabeler zitten in de uitgedunde collegebanken. Maar voor de onderwijsinstellingen, de afgehaakte studenten en de overheidsfinanciën is dit doodzonde.

De cijfers zijn zorgwekkend. 30% van de studenten die dezer weken beginnen aan hun studie zullen nooit een diploma halen. In veel van die gevallen heeft dat te maken met een verkeerde studiekeuze. Ook studenten die uiteindelijk wel afstuderen stappen vaak tussentijds over. Tussen de 20 en 25 procent van de studenten switcht binnen twee jaar van opleiding. Brede studies als rechten en economie dragen in grote mate bij aan deze percentages. Maar ook bij studies als psychologie, sociologie en politicologie vallen onevenredig veel studenten uit.

Dat heeft voor een deel te maken met de motivatie van studenten. Voor studies als rechten en economie wordt ook vaker om strategische redenen gekozen. Studenten denken daarmee een beter uitzicht te hebben op een goedbetaalde baan. Daarnaast beschouwen studenten – wanneer ze eigenlijk nog niet weten wat ze willen – deze studies als ‘veilige gok’. Al snel komen studenten er achter dat ze de moeilijkheidsgraad of de mate van abstractie verkeerd in hadden geschat. Dat levert veel frustratie op, zowel bij deze jongeren als bij hun ouders. Immers, een verkeerde studiekeuze betekent studievertraging, en hogere kosten. Studenten zullen er sowieso financieel op achteruitgaan als ze de nominale studietijd overschrijden. Deze week becijferde het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) dat de indirecte kosten voor de samenleving bovendien oplopen tot 6 miljard euro per jaar.

Het is duidelijk: het kiezen van een studie vraagt om meer aandacht en zorgvuldigheid. Daar ligt, zoals ook het ROA meent, een belangrijke taak voor universiteiten, hbo’s en middelbare scholen. Het is van groot belang dat zij potentiële studenten beter informeren over wat hen te wachten staat tijdens hun studie. De folders en oriëntatiedagen moeten het hoge glossygehalte verruilen voor meer ernst en feiten. Ook is het verstandig als hogescholen en universiteiten kiezen voor motivatiegesprekken met nieuwe studenten. De praktijk leert dat die veel waanbeelden kunnen wegnemen. Het kan daarbij helpen als de inschrijfdatum wordt vervroegd, zoals de koepel van universiteiten heeft aangeraden.

Maar de belangrijkste verantwoordelijkheid ligt bij studenten en hun ouders. Ouders moeten er niet aan denken dat hun kind de voorspelbare lijn van basisschool, middelbare school en hoger onderwijs onderbreekt. Ook de meeste jongeren willen zelf vaak niets liever dan meteen van het studentenleven genieten. Als jongeren nog niet weten wat ze willen, of hun keuze onvoldoende inhoudelijk hebben doordacht, is dat niet verstandig. Het risico op voortijdige uitval en mogelijk volledige uitval is daarvoor te groot. Met alle gevolgen – en kosten – van dien.

Op dit moment kiest 10 tot 15% van de ongeveer 80.000 leerlingen die eindexamen havo of vwo heeft gedaan er al voor om niet direct te gaan studeren maar een ‘tussenjaar’ te nemen. Als je ziet hoe groot de uitval onder de overige studenten is, zou een verdubbeling van dat aandeel zeer wenselijk zijn. Om dat te bereiken moet de cultuur worden doorbroken om koste-wat-kost meteen aan een studie beginnen. In Nederland bestaat nog altijd een te strikte scheiding tussen leren en werken: eerst studeren, dan pas werken. Van die scheiding moeten we af. In Amerika en de Scandinavische landen is het veel gebruikelijker om voor aanvang van een studie – of tussen bachelor en master – te gaan werken of naar het buitenland te gaan. Het kan aankomende studenten helpen meer zelfinzicht te ontwikkelen en levenservaring op te doen. Ook bieden steeds meer onderwijsinstellingen in binnen en buitenland ‘liberal arts’-programma’s aan, waarmee een student gedurende een jaar een brede algemene vorming krijgt en zich zo beter kan oriënteren op studiemogelijkheden.

Dus, beste aankomende eerstejaars: Als je heimelijk twijfelt over je keuze of slechts een oppervlakkige afweging hebt gemaakt, schrijf je dan snel weer uit. Volg een liberal-arts programma, ga een tijd werken,leer er een taal bij, schroef je wiskunde op, of trek de wereld in,, En kom dan volgend jaar weer terug. Voorkom in elk geval dat je gaat behoren tot de kille statistieken.

Boris van der Ham is Tweede Kamerlid voor D66.