Home>>In de media>>Toespraak bij begrafenis Laura Kok

Toespraak bij begrafenis Laura Kok

02 sep 2008
Toespraak bij begrafenis laura kok

Op donderdag 28 augustus werd mijn moeder, Laura Kok begraven. Ze stierf op 24 augustus op 67-jarige leeftijd. Tijdens de herdenkingsdienst in de Remonstrantse Kerk te Nieuwkoop sprak ik het hieronderstaande verhaal uit.

Bij de begrafenis van mijn moeder, Laura Kok

Het schijnt normaal te zijn..

Maar veel jongens zijn als kind een beetje verliefd op hun moeder

Ik ook.

Ik kan me nog herinneren dat ik een jaar of acht was en haar vanuit een hoekje, heel lang aan bleef kijken, met mijn handen onder mijn hoofd. Hoe ze zat te werken, te tekenen, een sigaretje zat te roken

Ze werd er nerveus van en keek weg Even later zat ik achterin de auto, de Volkswagen Golf, en keek haar vanachter het raampje hoe ze buiten bij de auto stond.

Opnieuw keek ik haar weer met een zoetsappig gezichtje aan. Ze merkte het, en keek terug. En trok opeens een heel gek gezicht, waar ik vervolgens heel hard om moest lachen. En was natuurlijk nog verliefder.

Dat grappige, rare gezicht dat ze trok.. Daar moet ik de laatste dagen veel aan denken

Je bent doodziek, het einde is aangekondigd, maar "Het is zo", zei ze

"Het heeft weinig zin om daar nou heel erg over te gaan jammeren."

"Ben je dan niet boos?" , vroeg ik haar, " Ben je bang? Het is toch cynisch dat je altijd voor doodzieke mensen hebt gezorgd en nu al zo snel, al zélf..!"

"Nee", zei ze dan. "Is misschien m'n karakter. Het IS zo. Ik kan er toch niets aan doen."

Wanneer het mij nu dezer dagen wél aangrijpt en boos maakt, cynisch en bang, dan denk ik aan dat gekke gezicht. Want ze kon niet tegen zoetsappigheid, maar ook niet tegen overdreven ernst. Ze liet het niet toe, misschien heel even, maar niet te lang. Als ik haar de afgelopen maanden lang en veel aankeek, trots, bezorgd, soms hopend op iets wat ze me zou opdragen te doen, dan vroeg ze nog wel eens: "Wat is er? Ben je boos? Verdrietig?" Bijna verexcuserend. Terwijl ik aan haar dacht.

Toen ze langdurig met Joost, de dominee, over deze dienst had gesproken, haar wensen kenbaar had gemaakt en emotioneel was geworden, sloeg ze na een kwartier opeens op de tafel met de boodschap:"En nu hou ik op!"

Een beetje moeilijk pijlbaar soms, nuchter, zelfstandig maar liefdevol. Eigenschappen waar ze mij nog steeds mee inpalmde

Mijn moeder kwam uit een groot gezin. Ze zei dat ze dat fijn vond, omdat er altijd leven was, en altijd wel iemand waar je het mee kon vinden. Met ome Hans liep ze hand in hand naar de kerk, met tante Frieda maakte ze lol én ruzie. En zo had je met iedereen wat.

Ze hield van zingen, orgel spelen met klavescribo, handwerk. Van de oorlog -waarin ze geboren was- wist ze niet veel meer, behalve dat ze bij de voedseldroppings een stukje kokosnoot op haar hoofd had gekregen, en dat ze als klein kind door een motor was overreden.

Van de kleuterschool herinnerde ze zich de houten spijlen waar ze met een stokje langsging. Dat klonk zo mooi.

De familie Kok was een goed geolie Christelijk-gereformeerde familie, met schorten voor bij het eten en strikte regels. Mijn moeder had daar geen talent voor. Ze was een echte puber, beetje kattig, en wat druk. Dat botste soms, met haar moeder, minder met "pa", haar vader. Ook voor dominee Laman had ze respect. Maar voor de rest had ze niet veel met autoriteit, zeker niet als er iets met dwang erin gepropt werd..

Toen er een keer een gastdominee in de kerk sprak, ergerde mijn moeder zich aan hem. Hij stond daar maar te schreeuwen van de kansel. Haar vader vroeg na afloop van de dienst wat ze van de dominee vond, en mijn moeder antwoordde: "Hij schreeuwt zo, het is net Adolf Hitler". Waarna ze een enorme klap voor haar kop kreeg. Maar de volgende dag kwam haar vader er op terug. Hij zei dat je zoiets natuurlijk niet over een dominee mocht zeggen, maar dat hij er over na had gedacht, en hij wel begreep wat ze bedoelde.

In de rest van haar leven heeft ze altijd iets tegen klakkeloze volgzaamheid gehouden. Was een bazin, een hoofdzuster of een arts onredelijk, dan kregen die het te horen. Maar dat is een Kokken-gen dat meerdere hier aanwezig meedragen.

Op haar zeventiende ging ze uit huis, werken in de verpleging. Ze sprak altijd vol liefde over die tijd. Het werk gaf zingeving. Je kon iets voor mensen doen. Maar het gaf ook vrijheid. De lol die ze trapte met de andere zusters, de sigaretjes op het balkon. De liedjes van Pat Boone, fifties popmuziek. Toneelstukjes opvoeren, oekelele spelen. Ze had een zorgvuldig ingericht kamertje, met mooie spullen, waar ze zuinig op was. Ze ging op vakantie naar Ons Centrum in Driebergen.

Eindelijk was ze zelfstandig, niet meer thuis

Toen ze met mijn vader trouwde ging ze in Amsterdam wonen en werken. Ze kwam bij mensen thuis, bijvoorbeeld in de Jordaan. Vreemdsoortige mensen soms, zoals een mevrouw waar ze de spinazie voor moest koken, maar eerst alle steeltjes moest verwijderen. Later kwam ze in Nieuwkoop werken, toen het nog een arm, afgelegen dorpje was. Ze moest met bootjes het water op. Ze deed de kraamzorg, maar ook verpleeg- en gezinszorg. Mijn moeder opteerde altijd voor de "lastige gevallen". Die vond ze het meest interessant. Bij mensen thuiskomen die geen behang aan de muur hadden, maar er kranten op plakten.

Ze stelde mensen gerust, begeleidde ze. Het was de laatste jaren een hele ervaring met haar door het dorp te lopen

Dan wees ze mensen aan: Dié heb ik nog op de wereld geholpen. En -haar- man heb ik nog afgelegd

Ze had een ijzersterk geheugen.

Waar ik mijn vader beter leerde kennen door in zijn boekenkast te duiken

Was het bij mijn moeder de platenkast Klassieke muziek, een voorliefde voor Wim Sonneveld, die ze nog met mijn vader als Henry Higgings in My Fair Lady had gezien en politiek cabaret van Wim Kan.

Ze stimuleerde Wendy en mij om op ballet te gaan, te dansen, toneel te spelen, te zingen, te schilderen, muziek te maken.

In het interviewboek van Cornald Maas waarin mijn ouders twee jaar geleden waren geïnterviewd concludeerde Maas dat moeders doorslaggevend zijn in ambities van hun kinderen; Dat was bij Wendy en mij zeker zo!

Ook politiek was mijn moeder een voorbeeld

Nuchter, niet dogmatisch, vrijzinnig

Over de gezondheidszorg had ze veel ideeën

Waar mijn moeder moedeloos werd van striktheid en ingesleten paden, was ze op haar best bij schijnbaar chaotische omstandigheden: Rommelmarkten. Mijn moeder hield ervan.

Zij was in staat om op een rommelmarkt, in een bak vol meuk, dat ene unieke lepeltje te vissen. Bruinig bestek werd dan zorgvuldig opgepoetst, en lepel voor lepel, vork voor vork verzameld tot complete cassettes. GeroZilmeta, dat merk verzamelde ze bij voorkeur, en ze verkocht ze vervolgens. In een grote berg kleding zag ze opeens een heel waardevol pakje. Een grote berg waardeloze potten en pannen? Zij haalde er een unieke Keulse pot uit, mét oorspronkelijke houten deksel.

Waar een ander moedeloos zou worden bij de aanblik van al die hopeloze rommel, dook zij erin en met engelengeduld ontdekte ze iets moois.

Zo deed ze dat ook in haar werk.

Ze wilde heel graag met de ziekste patiënten werken. Mensen in de donkerste periode bijstaan, humor brengen, iets onorthodox doen; iets waardevols ontdekken in iets dat schijnbaar moedeloos en hopeloos is. Ze bleef vaak langer in het ziekenhuis om nog wat met de patiënten te kunnen praten. En ze had er een goede band mee. Kordaat, praktisch, met een plezierig soort plagen en een niet kinderlijke, maar volwassen soort bezorgdheid.

Onnodig leed bestrijden.

Zo ergerde zich aan het feit dat mensen soms erg misselijk werden van medicijnen, terwijl er allerhande trucs waren om dat te voorkomen. Ze werkte thuis dagenlang aan een puntenlijstje met oude en nieuwe boerenslimheden tegen de misselijkheid en prikte dat door het hele gebouw op de borden.

Niet opgeven, er is altijd nog een onbedachte mogelijkheid, een kans, er is nog iets moois wat we kunnen doen, zelfs op het laatste moment. In haar eigen ziekteproces deed ze hetzelfde. Toen ze eind februari te horen kreeg dat ze nog maar kort te leven had, kocht ze twee dagen later op een rommelmarkt een fraai bord. Dat prijkte recht boven haar bed. Een teken van hoop

Een ander teken was een gedichtenboek dat ze bijhield. In alle jaren dat ze werkte met doodzieke patiënten verzamelde ze vertroostende gedichten over sterven, het leven, en verwerking. Met de hand schreef ze gedichten over die haar raakte, en plakte er soms ook plaatjes bij. Dat boek leende ze regelmatig uit aan mensen die troost nodig hadden. Ook zijzelf putte er troost uit

Opnieuw een teken van hoop in duisternis

Dan mijn vader

Hij was belangrijk voor haar.

Ze heeft veel van hem geleerd. Ze trokken zich ook aan elkaar op

Mijn moeder voelde zich sterker en begrepen, en vond het studentenleven interessant. En mijn vader durfde meer met die stadse juffer aan zijn zijde

Ook na hun scheiding bleven ze elkaar trouw,

Mijn vader zorgde voor haar als ze ziek was

En mijn moeder voor hem

In 1961, in een liefdesbrief, vergeleek mijn vader Laura met een sterretje.

Hij schreef dat er drie soorten sterren zijn. Hij schreef: "Allereerst: De pronk-ster, zoals je die in het leger hebt. Zulke sterren is de wereld vol van. En ik draag ze op mijn borst. Ten tweede zijn er de sterren waar ik bij astronomie, bij sterrenkunde over leer. Deze sterren hebben een temperatuur van dertien miljoen graden. Als je daaraan komt verbrand je. En het heelal is er vol van. En dan is er nog een ster, die ook een pronkster is, maar waar niet alles mee gezegd is. Een ster met een temperatuur van.. nou, als je die aanraakt, word ik verwarmd tot 38 graden. Ik draag haar op de borst en mijn hart is er vol van. Voor de eerste soort ster leg je een eed, voor de tweede een tentamen, en voor de derde alles af. De eerste soort ben je trots op, de tweede bewonder je en de derde bewonder ik met trots." Op die brief antwoordde mijn moeder, als zuster in opleiding: "Je schreef over drie soorten sterren. Wat die laatste soort betreft: daar zou ik maar niet mee op straat gaan, vooral niet met dit weer. Want als je die op je borst draagt, dan zou je met die temperatuur van 38 graden wel eens kou kunnen vatten. En als je je hart er van vol hebt. Nou dan krijg je een hartvergroting en daar krijg je het benauwd van." Maar, concludeerde ze. "Ik hoop dan maar dat jouw ster, dicht bij mijn ster zal staan, zodat ik dikwijls naar je kan kijken. En dan kan ik je ook een beetje in de smiezen houden."

Vorig jaar begroeven we mijn vader

Zo'n 40 kilometer hier vandaan. Veertig kilometer lijkt ver, maar dat is het niet.

Sterrenkundig gezien is 40 kilometer zelfs zeer dichtbij.

Van deze afstand kunnen ze zelfstandig fonkelen en elkaar toch een beetje in de smiezen houden. Zoals ze dat deden in hun huwelijk, en daarna.

In haar dagboek uit 1960 herinnerde ze zich dat haar amandelen werden geknipt, dat ze onder narcose was gebracht, en hoe ze ontwaakte uit een diepe slaap.

Met enige trots schreef ze in haar dagboek. "Onder narcose droomde ik van hele mooie muziek. Toen hoorde ik ineens roepen: "Laura wordt eens wakker." Het was gebeurd. Door de zuster werd ik weer naar Pa en Moe gebracht. Je zult het geloven of niet, maar er stond maar één traan in mijn oog, en meer heb ik niet gehuild." Maar één traan gehuild. Toen ze ziek werd heeft ze er wel meer gelaten, en ik ook. Maar ik moest er aan denken, dat, net toen ze stierf, na het wegglijden in de dood, wat rustig ging, er één traan uit haar oog liep. Moedige vrouw, ze heeft zich goed gehouden.

Wat ben ik blij dat ik je heb kunnen zeggen hoe trots ik op je was. Wat was je eigenwijs, soms wat stug en onhandig

Maar wat was je goed

Wie moet ik nu bellen als ik denk ik iets te hebben, een bultje of een pijntje, waarover jij me dan adviseert of geruststelt.

Wat kon je lachen, wat konden we huilen

Je tong uitsteken als het je allemaal te serieus werd

Niet wachten totdat anderen hun nek uitsteken

Maar het zelf doen, natuurlijk!

Opstandig bij inflexibele mensen: die regels boven menselijkheid stellen. Je genieten van een sigaret, waarbij je met je ringvinger tevreden kringetjes rond je mond maakte.

Je koffiemolen, je sigarettenschuifapparaat.

De vakanties in Driebergen , in Dikirch

Onze ruzies

Dat kleine lachje als er iets lekkers of moois was.

Je neuriede mee met klassieke muziek of een liedje

Warm als we een probleem hadden, je bezorgdheid

Hoe bescheiden en verinnerlijkt je een compliment kon geven

Hoe ontroerd je kon zijn van een gedicht of vol van een film

Als je Wendy hoorde zingen, of mij. 

Hoe je bijna verliefd naar Jorrit keek.

Je stille trots op ons. 

Hoe je je ogen niet van Gaia kon afhouden

Toen ik je een paar weken geleden "volgens mij voor het eerst- zei: "Ik hou van je".. zei je er meteen "Ik ook van jou" achteraan, bijna gehaast. Geen gek gezicht dit keer, waarmee je me aan het lachen bracht.

Je keek me diep aan en bleef me aankijken.

Wat een lieve, zorgzame moeder ligt daar.

De laatste woorden die ik zondag tegen je zei, herhaal ik hier:  "Laat het maar gaan, het ga je goed."