Home>>In de media>>Niet anti-religie, maar vóór de vrijheid (JOOP)

Niet anti-religie, maar vóór de vrijheid (JOOP)

21 mrt 2016
Niet anti religie maar voor de vrijheid joop

Met zijn blog ‘Humanisten, stop die obsessie met de islam’ uitte journalist Jorg Kennis op opiniesite Joop.nl kritiek op humanistische organisaties en het Humanistisch Verbond. Helaas is de aandacht voor de radicale islam geen 'obsessie' maar bittere noodzaak, vindt voorzitter van het Humanistisch Verbond Boris van der Ham. Hij stelt: 'Wij strijden niet tégen godsdienst, maar vóór de vrijheid!'

------

Niet tégen godsdienst, maar vóór de vrijheid!

Het Humanistisch Verbond werd 70 jaar geleden opgericht met twee redenen. Allereerst was de reden: het emanciperen van de ‘buitenkerkelijken’. Onder hen vielen zowel mensen die zich niet meer thuis voelden bij een georganiseerde religie, maar met name mensen die helemaal niet meer godsdienstig waren. In het Nederland van net na de Tweede Wereldoorlog was je daarmee een uitzondering en werd je zowel juridisch als sociaal achtergesteld. De oprichters van het Humanistisch Verbond streden voor gelijke behandeling. Daarbij werden religieuze privileges bekritiseerd.

De tweede reden om destijds tot een organisatie van humanisten te komen was om een dam op te werpen tegen ‘nihilisme’ en kortzichtigheid. Immers: als je alleen maar ‘niet-godsdienstig’ bent, dan omschrijf je niet wat je dan wèl bent. Humanisme laat zich inspireren door wetenschap, kunst, oude en nieuwe denkers, bijvoorbeeld. Het streven naar medemenselijkheid (een eenvoudige vertaling van het woord humanisme) is daarbij het uitgangspunt.

In het stuk van Jorg Kennis spreekt hij zijn waardering uit voor dit laatste streven. Terecht houdt hij in zijn stuk een pleidooi voor een ‘verrijkend humanisme’, een humanisme dat benadrukt welke positieve bijdrage humanistische waarden kunnen leveren  aan de samenleving. Zowel niet-gelovigen als gelovigen kunnen daar baat hebben.

Het Humanistisch Verbond is de afgelopen jaren bijvoorbeeld opgekomen voor het recht op een waardig levenseinde en gelijke behandeling in liefde en vriendschappen. Kennis noemt daarnaast ook het goede werk dat humanisten doen die mensen bijstaan in gevangenissen. Dat soort humanistische bijstand is er ook voor mensen die werken bij defensie en voor patiënten in de gezondheidszorg. In het onderwijs gaan humanisten met leerlingen in gesprek over dilemma’s van vrijheid en over normen en waarden. Het is een mooi dat in Nederland – waar de ontkerkelijking steeds verder doorzet – er ook op een niet-godsdienstige wijze over levensvragen gesproken kan worden. Ik ben erg trots dat onder meer door inspanning van het Humanistisch Verbond dat de afgelopen decennia is gelukt.

De kritiek van Kennis richt zich echter op de bijdrage die het Humanistisch Verbond levert aan het debat over de islam. Het is waar, de laatste jaren hebben Humanistische organisaties wereldwijd nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de vaak levensbedreigende situatie voor ‘afvalligen’ en ex-moslims in streng islamitische landen. In 55 landen is afvalligheid of godslastering strafbaar, en in 13 landen kan je hier zelfs de doodstraf voor krijgen. Kennis schrijft in zijn stuk dat hij zich afvraagt ‘of deze overmatige aandacht voor (ex-)moslims zo’n prominente plek in moet nemen binnen de humanistische instituties.’

Hij stelt dat door die focus in ‘in de beeldvorming’ bij gelovigen het humanisme wel eens als een ‘one-issue’-beweging zou kunnen worden gezien, die vooral de ‘kwalijke kanten van religie’ onder de aandacht willen brengen. Kennis redeneert dat humanisme zich vooral niet als antireligieus moet opstellen, ook uit vrees dat daarmee ‘rechts-radicale kringen’ in de kaart worden gespeeld.

Ik kan Kennis op een punt onmiddellijk geruststellen. Het Humanistisch Verbond heeft niet als identiteit om te strijden ‘tegen godsdienst’. De karikatuur die hij daarover in zijn stuk schetst klopt gewoon niet. Wij strijden immers vóór vrijheid. Dus als mensen uit eigen beweging kiezen om christen, moslim, orthodox of liberaal gelovig te zijn – het staat mensen vrij. Sterker nog: wij komen ook op voor dat recht om religieus te mogen zijn. Waar bijvoorbeeld christenen, moslims of joden worden bedreigd in het uiten van hun opvattingen, nemen wij het ook voor hen op. Ook in Nederland werken we, waar dat kan, samen. Met vrijzinnige geloofsgemeenschappen hebben we zelfs heel veel overlap in opvattingen en zelfs soms in leden.

Maar in dat positieve, inclusieve verhaal ligt ook besloten dat we dus kritisch zijn als mensen onder de vlag van religie anderen diezelfde vrijheid niet gunnen. 70 jaar geleden was die ongelijke behandeling een van de redenen om de humanistische beweging op te richten, en helaas is die reden nog steeds actueel. Vroeger was sociale uitsluiting voor ‘afvalligen’ in het Christendom nog een groot probleem in Nederland, maar tegenwoordig zien we dat net zo hard in streng islamitische gemeenschappen. Nee, dat is geen ‘obsessie’; Het is vaak bittere realiteit. Juist voor mensen die daarmee worstelen wil het Humanistisch Verbond (nog steeds) een vrijplaats zijn.

Ik ben het daarom ook niet eens met Kennis dat met het aandacht schenken aan de intolerante kanten van de islam ‘rechts-radicalen’ in de kaart worden gespeeld. Integendeel. Juist als je dit soort zaken onbenoemd laat, wordt de vrijheid uiteindelijk het slachtoffer, zowel van ongelovigen als van gelovigen. Radicale islamitische groeperingen zien namelijk zelfs moslims die maar een fractie anders denken dan zijzelf als ‘ongelovigen’. Daarom moeten we samen pal staan voor het recht op individuele vrijheid en om ‘ongelovig’ te mogen zijn in de ogen van iemand anders . Dat recht dient namelijk iedereen: Links, rechts, vrijzinnig, orthodox, religieus of humanist.

Boris van der Ham, voorzitter Humanistisch Verbond

Steun het Humanistisch Verbond op www.humanisme.nu