Home>>In de media>>Nederlandse boer moet de wereld in (Financieel Dagblad)

Nederlandse boer moet de wereld in (Financieel Dagblad)

21 jun 2004

Op maandag 21 juni verscheen in het Financieel Dagblad een artikel van D66-kamerlid Van der Ham en Derk-Jaap Norde over een eerlijke landbouw. Zij zetten zich af tegen de gedachte dat het afschaffen van Europese Landbouwsubsidies slecht zou zijn voor Nederlandse boeren; er liggen namelijk grote kansen voor onze landbouw in de derde wereld.

De Europese Unie heeft een gewaagde stap gezet door te pleiten voor afschaffing van de exportsubsidies op Europese landbouwproducten. Dat is in ieder geval goed nieuws voor de Derde Wereld. Jammer dat in Nederland zo zuur wordt gereageerd door ondermeer het CDA en de landbouworganisatie LTO. Ze zouden beter moeten weten. Nog steeds wordt in Europa bijna de helft van de totale EU begroting van zo'n 100 miljard euro uitgegeven aan landsbouwsubsidies voor gewassen als suiker, maïs, graan en aardappelen. De productiesubsidies gaan hand in hand met exportsubsidies voor Europese overschotten: Brussel geeft alleen al aan suiker jaarlijks 1,3 miljard euro uit. Zo kan er kunstmatig geconcurreerd worden met de veel goedkoper geproduceerde suiker uit de Derde Wereld. Het is een understatement dat dit niet goed is voor de economische ontwikkeling van die landen. Al deze marktverstorende regels vormen een kleverig web van behoudzucht en ondoelmatigheid die de welvaart van de gehele wereld remt. De economische faculteit van de Universiteit van Adelaide heeft becijferd dat als alle landbouwsubsidies in de wereld met de helft zouden worden teruggedrongen, dit tussen de 200 en 1000 miljard dollar per jaar zou opleveren aan efficiencywinst. Dat is een astronomisch bedrag van tussen de 30 en 150 dollar per wereldburger. In 2001 zijn de landen die deelnemen aan de Wereldhandel organisatie (WTO) in Doha gesprekken begonnen om een einde te maken aan deze handelsbarrières. De partijen zitten elkaar nu al 3 jaar aan te kijken in de hoop dat de ander de eerste stap durft te doen. Gelukkig heeft de EU twee weken geleden getracht om uit deze impasse te komen door te verklaren bereid te zijn om de exportsubsidies af te schaffen, mits ook Noord-Amerika en Australië meedoen. Een prima actie, het werd hoog tijd. Maar als je Landbouworganisatie LTO mag geloven is dit allemaal slecht nieuws voor de Nederlandse boer. Ze stellen zelfs dat het voorstel tot afbouw exportsubsidies 's.rategisch een slechte zet is", met als cynische toevoeging: "we houden niet van eenzijdige ontwapening". Ook het CDA kon zijn zuurheid over de nieuwe koers onlangs nauwelijks onderdrukken tijdens een overleg met de minister van Landbouw. Als de Nederlandse landbouw echter creatief op de nieuwe situatie inspeelt, hoeft niemand zich zorgen te maken. Natuurlijk zullen er op korte termijn gevestigde belangen worden aangetast, maar daar staat veel tegenover. Het idee achter vrijhandel zou moeten zijn dat elk land zich concentreert op dat waar het echt goed in is. Nederland heeft veel kennis in zowel de handel als verwerkende landbouwindustrie en is Europees koploper als het gaat om bijvoorbeeld bloemen, cacao en fruit. Door samenwerking aan te gaan met lokale bedrijven in ontwikkelingslanden kan Nederlandse kennis over grondstoffen, verwerkende industrie en handel een bijdrage leveren aan het opzetten van nieuwe productielijnen en verwerkende industrieën in het buitenland. Op die manier kan Nederland ook zonder marktverstorende subsidies en beschermende maatregelen haar marktaandeel behouden en zelfs vergroten. Waarom moet bijvoorbeeld rood of tropisch fruit eerst worden verscheept naar Nederland om hier in een fabriek te verwerken tot fruitontbijt of aardbijenjam? Dat kan ook ter plekke gebeuren. Dit is des te aaantrekkelijker omdat veel van deze producerende landen zelf ook sterk in opkomst zijn als consumentenmarkt. Daarnaast zijn we goed in marketing en logistiek: zie het succesverhaal van de Nederlandse kastomaat waar geen cent subsidie bij hoeft. Ook in het buitenland kunnen Nederlandse bedrijven bijdragen aan een gezonde Europese economie. Het onderzoek Business in Development Survey 2004 geeft aan dat Nederlandse bedrijven met belangen in ontwikkelingslanden lokaal investeren steeds belangrijker vinden. Maar het is lastig is om in deze landen betrouwbare partners te vinden. Hier kan de EU een grote rol spelen, door bijvoorbeeld stimuleringsprogramma's op te stellen voor Europese bedrijven die joint-ventures oprichten met partners in de ontwikkelingslanden. Als aan bepaalde duurzaamheidvoorwaarden wordt voldaan zou de overheid een deel van het risico voor haar rekening kunnen nemen. Hiermee sla je twee vliegen in een klap: het draagt op een duurzame wijze bij aan ontwikkeling van nieuwe producten en het vergroot de hoeveelheid van Nederlandse en Europese ondernemingen in het buitenland. Dat hier behoefte aan is blijkt wel uit het succes van het PSOM programma. Daarbij draagt het Nederlandse bedrijfsleven expertise en kennis over aan de derde wereld. Wegens succes is het programma onlangs uitgebreid met 48 miljoen euro, met een toezegging van de regering voor meer. Wij pleiten echter voor uitbreiding van dergelijke heldere stimuleringsregelingen, ook in Europees verband. Om deze gedachte echt vleugels te geven moet de EU (en dus ook Nederland) een paar grote stappen zetten. Allereerst moeten de Europese landbouwsubsidies zo snel mogelijk worden afgeschaft. Hetzelfde geldt voor de exportsubsidies en de importtarieven op verwerkte landbouwproducten uit niet-EU-landen. De bespaarde kosten kunnen, samen met een deel van de 45 miljard EU Europees ontwikkelingsgeld, worden omgebogen naar stimuleringsregelingen voor samenwerking tussen Europese, kennisintensieve landbouwbedrijven en hun partners in ontwikkelingslanden. Een paar weken geleden waren in Kopenhagen tien van 's werelds topeconomen, allen Nobelprijswinnaars, bij elkaar om te praten over hoe de tien grootste mondiale problemen kunnen worden aangepakt. Het afschaffen van landbouwsubsidies en handelsbarrières stond hoog op hun prioriteitenlijstje. Laten we gevolg geven aan hun oproep en beseffen dat de EU alleen een gezonde economie kan blijven door slim in te spelen op kansen buiten Europa. Navelstaren en star vasthouden aan gevestigde belangen levert uiteindelijk ook de Nederlandse landbouw alleen maar verlies op. Boris van der Ham is Tweede Kamerlid voor D66 Derk-Jaap Norde is Directeur van Fair Ventures