Home>>In de media>>Minister speelt met vuur bij Passend Onderwijs (Volkskrant)

Minister speelt met vuur bij Passend Onderwijs (Volkskrant)

05 mrt 2012
Minister speelt met vuur bij passend onderwijs volkskrant

Hoe geef je les aan een klas van 30 leerlingen, met daarin 6 zorgleerlingen?' Minister Van Bijsterveldt lijkt niets te hebben geleerd van eerdere onderwijsvernieuwingen. 'Ze stapelt bezuiniging op bezuiniging, onder veel te grote tijdsdruk en docenten en ouders worden onvoldoende gehoord', dat vindt Boris van der Ham.

De Kamer besluit deze week over een nieuwe onderwijsvernieuwing: de invoering van het 'Passend Onderwijs'. De regering wil leerlingen met een fysieke- of gedragshandicap onder het reguliere onderwijs vallen. Op zich een mooi idee. Maar minister Van Bijsterveldt lijkt niets te hebben geleerd van eerdere onderwijsvernieuwingen. Ze stapelt bezuiniging op bezuiniging, het moet onder veel te grote tijdsdruk en docenten en ouders worden onvoldoende gehoord. De minister zet daarmee de kwetsbaarste leerlingen en de kwaliteit van onderwijs op spel.

In 2008 nam een parlementaire onderzoekscommissie het fenomeen onderwijsvernieuwingen onder de loep. De conclusies waren keihard. Bij de invoering van het vmbo, de Tweede Fase en de Basisvorming had de politiek haar rol als bewaker van de kwaliteit van onderwijs onvoldoende waargemaakt. De commissie stelde vast dat een grondige analyse vaak ontbrak. De onderwijsvernieuwingen stonden daarnaast onder grote tijdsdruk en van een goede voorbereiding was nauwelijks sprake. Bovendien werden docenten, ouders en leerlingen onvoldoende gehoord. Daarnaast werden de onderwijsvernieuwingen vaak gepaard aan forse bezuinigingen en doorkruist door andere grote veranderingen in het onderwijs, waardoor het beoogde doel te niet werd gedaan. De commissie vond dat er grote risico's genomen waren genomen met kwetsbare leerlingen.

Klassieke fout Nog geen vier jaar later dreigt het kabinet dezelfde fouten te maken. De coalitie wil 300 miljoen bezuinigen op zorgleerlingen, omdat ze de groei van deze groep wil stuiten. Maar hoe deze groei is veroorzaakt weet het kabinet alleen niet. Niettemin is het bezuinigingsbedrag heilig. Het systeem moet volgend jaar ingaan, terwijl de omscholing en ondersteuning van leraren die straks in het reguliere onderwijs met deze leerlingen moeten werken nog te kort schiet. Hier maakt het kabinet dus de klassieke fout waar de commissie Dijsselbloem zo voor waarschuwde; een cocktail van overhaastige invoering en blinde bezuinigingsdrift.

Intussen verliezen duizenden gespecialiseerde docenten hun baan; docenten met grote specialistische kennis van bijvoorbeeld gedragsstoornissen. Daar bovenop wordt het onderwijs geconfronteerd met veel meer bezuinigingen die zwaar drukken op het budget van de school. Scholen moeten vaak zoveel kunst en vliegwerk uithalen om de boel draaiende te houden, dat het vaak niet meer verantwoordelijk is, zoals het inrichten van veel te grote klassen. Hiermee neemt het kabinet niet alleen grote risico's met kwetsbare leerlingen, maar schaadt ook het onderwijs aan de andere leerlingen.

Het kabinet verschaalt de zorg voor leerlingen in het reguliere onderwijs, waardoor er meer uitstromen naar het speciaal onderwijs, wat per leerling veel duurder is. In plaats van geld te besparen kan de rekening juist fors gaan oplopen.

Veel scholen, ouders en docenten waren in eerste instantie positief over de invoering van het Passend Onderwijs. Maar door de opeenstapeling van bezuinigingen is van dat enthousiasme weinig meer over. Hoe moet een docent het straks bolwerken om les te geven aan een klas van 30 leerlingen, met daarin 6 zorgleerlingen? Het wetsvoorstel van het kabinet heeft bovendien de invloed van ouders ernstig beperkt. Als zij het niet eens zijn met het behandelplan van hun kind dan kunnen zij daartegen vrijwel niets ondernemen. Zowel docenten als ouders voelen zich niet gehoord.

Vertraagd Wat moet er dan wel gebeuren? Allereerst moeten we het nieuwe stelsel vertraagd invoeren, zodat scholen en docenten zich beter kunnen voorbereiden. Het kabinet zal bovendien terug moeten komen op de opeenstapeling van bezuinigingen in het onderwijs. Daarnaast moet de positie van ouders worden versterkt en voorkomen worden dat zorgleerlingen in een niemandsland van wachtlijsten verdwalen.

De komende dagen zal de Tweede Kamer zich buigen over de wet. Nu al liggen er vanuit veel oppositiefracties wijzigingsvoorstellen. Of die het halen, hangt zeer af van de minister en de coalitiefracties van de VVD, PVV en CDA. Gaan zij opnieuw de zelfde fouten maken, waarvoor al in 2008 is gewaarschuwd? Of is het zo ernstig gesteld met de politiek dat uitgerekend onderwijswoordvoerders niets meer willen leren van het verleden? Boris van der Ham is Tweede Kamerlid D66, woordvoerder Onderwijs

Lid van de Parlementaire Onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwingen 'Dijsselbloem'