Home>>In de media>>Meer geld voor filmsector

Meer geld voor filmsector

27 aug 2008

D66-kamerlid Boris Van der Ham wil dat de regering meer geld uittrekt voor de Nederlandse filmsector. De sociaal-liberaal pleit er tevens voor dat minister Plasterk van Cultuur zijn financieringsplannen voor de sector snel kenbaar maakt.

Hoog niveau Van der Ham: "De Nederlandse Filmfestivals zoals het Rotterdams filmfestival, het Nederlands filmfestival in Utrecht maar ook het Documentaire festival IDFA zijn van een hoog niveau en bekend in binnen en buitenland. Minister Plasterk heeft nog steeds niet aan de sector laten weten hoe de financiering er voor de komende jaren uit ziet. Daardoor kan de sector moeilijk plannen maken." Games en Animatie Van der Ham vraagt de regering specifiek naar de inzet op de animatiefilm waar in Nederland zeer veel potentieel voor bestaat. Van der Ham: "Dit is een internationale en innovatieve tak van de Nederlandse filmsector en spreekt een zeer breed publiek aan, van jong tot oud. Animatie heeft ook overlap met de game-industrie. De minister moet oog hebben voor deze nieuwe ontwikkeling." Lees hieronder mijn kamervragen over de filmindustrie aan de minister van onderwijs Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 1. Kunt u aangeven op welke wijze de vijf Rijksgesubsidieerde filmfestivals worden gecompenseerd voor het teruglopen of wegvallen van de mogelijkheden een beroep te doen op HGIS- of andere internationale middelen, in navolging van het aanvullend advies van de Raad voor Cultuur dd 8 juli 2008, zodat er wordt voorkomen dat de festivals hun toegezegde matching gelden uit het Media Programma van de Europese Commissie moeten terugbetalen? 2. Klopt het dat het Filmfonds heeft bij de overdracht onvoldoende HGIS-cultuurmiddelen gekregen om dit structureel op te lossen maar slechts incidenteel. Kunt u uw antwoord toelichten? 3. Hoe zijn de taken en functies die nu door het Nederlands instituut voor Filmeducatie (NIF) , de Filmbank en Holland Film worden uitgevoerd gebudgetteerd voor de komende vier jaar? 4. Wat is de stand van zaken ten aanzien van het sectorinstituut voor de film en hoeveel extra middelen zijn hiervoor is gereserveerd, daar de beoogde functies en taken veel breder zijn dan de bestaande instellingen op dit moment uitvoeren? 5. Waarom legt u de inhoudelijke beoordeling en prioritering van het Raadsadvies van 15 mei naast u neer terwijl de consequentie daarvan is dat bij een terugkeer naar niveau 2006 betekent dat de filmsector een budgetverhoging van bijna 60% misloopt. 6. Wat verstaat u onder cultureel ondernemerschap, in de wetenschap dat bij niveau 2006 de filmfestivals in het slechtste geval een Rijksbijdrage van 10% van hun omzet krijgen en in het beste geval 17%, terwijl de Raad onderschrijft dat zij een basis van ten minste 40% aan publieke middelen nodig hebben? 7. Kunt u aangeven waarom u volgens de documentaire en animatie brief van 3 juli 2008 heeft besloten dat het filmfonds het teledoc project mee moet financieren uit eigen middelen, terwijl dit helemaal niet voor de bioscoop is bedoeld? 8. Waarom resulteert het onderzoeksrapport van Berenschot over de animatiefilm enkel in goede inhoudelijke voornemens maar niet in financiële ruimte?