Home>>In de media>>Legaliseer Cannabis, maar dan niet zoals Uruguay (Volkskrant)

Legaliseer Cannabis, maar dan niet zoals Uruguay (Volkskrant)

18 dec 2013
Legaliseer cannabis maar dan niet zoals uruguay

In Uruguay is vorige week cannabis gelegaliseerd - zowel de verkoop, teelt als handel. Moet Nederland dat voorbeeld volgen? Ja, stel ik in een opinieartikel in de Volkskrant, maar wel op een slimmere wijze dan Uruguay

In Uruguay is vorige week cannabis gelegaliseerd - zowel de verkoop, teelt als handel. De Verenigde Naties reageerde ‘teleurgesteld’ maar zijn vooralsnog niet van plan in te grijpen. Tegelijk stak er onder voorstanders van gelegaliseerde cannabis een luid geweeklaag op over het Nederlandse beleid. Ook de Volkskrant melde, ten onrechte, dat Nederland nu mijlenver zou achterlopen op de rest van de wereld.  Het is om meerdere redenen verstandig cannabis te reguleren of zelfs te legaliseren, maar laat Nederland dat verstandiger doen dan Uruguay.

In 1961 besloten de Verenigde Naties tot het Verdrag van New York  en werden alle drugs wereldwijd verboden. Meteen was er al kritiek op deze ‘one size fits all’ benadering . Toen in 1963 het Verdrag in de Nederlandse Tweede Kamer werd behandeld werd door de Kamer het medisch tijdschrift ‘The Lancet’ geciteerd dat stelde dat cannabis vanuit wetenschappelijk opzicht cannabis niet op de lijst van verboden middelen thuishoorde. De Abraham Kuyper-stichting, de denktank van de Anti Revolutionaire Partij (een van de voorlopers van het CDA) kwam begin jaren zeventig zelfs met het advies cannabis daarom geheel te legaliseren. Die visie paste overigens uitstekend in het beleid dat Nederland al voor de Tweede Wereldoorlog op het gebied van verdovende middelen voerde. Zowel liberalen als christendemocraten stelde dat een ‘regiestelsel’ rond drugs beter was dan een algeheel verbod.  Door drugs bovengronds te houden konden misstanden en verslaving beter worden bestreden, was de gedachte. Toen in 1976 werd besloten het gebruik en de verkoop cannabis te ‘gedogen’ (geheel legaliseren kon niet meer vanwege het VN-verdrag uit 1961) werd dat als revolutionair gezien, maar feitelijk was het dus een voortzetting van een al veel ouder beleid.

Het Nederlandse gedoogbeleid heeft sindsdien een grote verandering doorgemaakt. Mensen mogen voor eigen teelt maar 5 cannabisplanten bezitten. Aan coffeeshops zijn harde eisen gesteld: Er wordt streng gehandhaafd op de minimumleeftijd van 18 jaar, er mag geen alcohol worden geschonken, geen reclame worden gemaakt en ook de uitbaters worden onderworpen aan strenge integriteiteisen. Door al deze pseudoregelgeving kan eigenlijk niet meer worden gesproken van een ‘gedoogbeleid’: De overheid knijpt immers geen oogje toe, maar heeft de ogen juist wijd opengesperd.  Ook is er tegenwoordig gelukkig veel aandacht voor de gezondheidsproblemen die bij frequente, kwetsbare en jonge gebruikers optreden. Cannabis is geen harddrug, maar zeker niet onschadelijk.

Uruguay heeft niet veel anders gedaan dan het meeste van het Nederlandse beleid overnemen, maar die formeel te legaliseren. Zelfs de in Nederland fel bekritiseerde ‘wietpas’ wordt in Uruguay toegepast: cannabis mag alleen aan de eigen inwoners verkocht worden.  Wel gaat Uruguay verder rond de teelt van cannabis. De illegale teelt heeft in Nederland tot veel georganiseerde criminaliteit en overlast gezorgd. Bovendien is er weinig zicht op de kwaliteit van de wiet, en worden goedwillende coffeeshopeigenaars gedwongen zaken te doen met criminelen. Uruguay legaliseert de teelt nu door  individuele gebruikers een vergunning te geven om zelf, of in groepsverband, cannabis te telen en te leveren aan een soort cannabisclub. Die methode wordt echter al in verschillende Amerikaanse staten toegepast voor zogenaamde medicinale cannabis, maar is kwetsbaar gebleken voor misbruik. Illegale telers kunnen zich makkelijk mengen in deze leveringen aan de cannabisclubs, en omdat de teelt in handen blijft van amateurs is de kwaliteit ervan instabiel. We maken cafés toch ook niet afhankelijk van door amateurs gebrouwen bier? De weg van Uruguay moeten we als Nederland dus niet inslaan.

Geheel in lijn met het aloude Nederlandse regiestelsel zouden we een aantal professionele telers moeten certificeren om de coffeeshops te voorzien van cannabis. Zo kan de kwaliteit worden gegarandeerd , de sterkte van de cannabis worden bepaald, en tasten de coffeeshophouders niet in het duister met wie er zaken wordt gedaan.

Minister Opstelten (VVD) stelt bij voortduring dat zo’n stap internationaal ‘niet kan’, maar de reactie van de Verenigde Naties op het besluit van Uruguay laat zien dat het verbod niet zo heet gegeten wordt als het in 1961 werd opgediend. Laat Nederland dus ook overgaan tot regulering of zelfs legalisering van de teelt van cannabis. Maar dan goed.

Boris van der Ham

Schrijver van het boek ‘De Vrije Moraal’ over de geschiedenis van het vrijgevochten Nederland. Bestel het HIER