Home>>In de media>>Korthals moet internationale bluf trotseren (Het Parool)

Korthals moet internationale bluf trotseren (Het Parool)

06 nov 2000

Dit artikel schreef ik als voorzitter van de Jonge Democraten. Samen met Jelmer Uittentuis hekelde we de halfslachtige wijze waarop VVD-minister Korthals omgaat met softdrugs. Wij pleitte ervoor om een nieuwe stap te zetten in de riching van het legaliseren van softdrugs. Dit artikel verscheen op 6 november 2000 in Het Parool.

De komende week staat de begroting van het ministerie van justitie op het programma. Onder andere zal het soft-drugsbeleid van minister Benk Korthals worden behandeld. Er kan met reden worden gevreesd dat Korthals weinig zal veranderen aan het huidige halfslachtige gedoogbeleid. Terwijl een meerderheid van de Tweede Kamer pleit voor een verdere versoepeling van het beleid en een groep van vooraanstaande Nederlandse burgemeesters hebben gesteld dat het huidige beleid niet handhaafbaar is, houdt Korthals verdere verbreding van het gedoogbeleid systematisch tegen met het internationale verdragen als argument. Ten onrechte, menen wij. Het huidige gedoogbeleid creeert zowel juridische als politieke onduidelijkheid die niet wenselijk is. Coffeeshophouders mogen wel hash en wiet verkopen, maar het is illegaal hun hash en wiet in te slaan. Door dit totaal tegenstrijdige beleid dwingt de overheid coffeeshops om zich in een illegaal en crimineel circuit te begeven. Terecht pleitte een aantal burgemeesters van grote gemeenten voor het legaliseren van de toevoer van de softdrugs. Door het toestaan van deze toevoer voorkom je dat de coffeshophouders zich in een illegaal circuit hoeven te storten, kan de overheid een oogje in het zeil houden wat betreft de kwaliteit van de soft-drugs en kan er een gebruiksaanwijzing bij geleverd worden. Ook worden de uitbaters en bezoekers van coffeeshops minder afhankelijk van de willekeur van de verschillende lokale overheden: In de ene plaats zijn de regels nu strenger dan in de andere. Als de overheid duidelijker regels maakt, komt ook aan die rechtsongelijkheid een eind. Tweede Kamerlid Apostolou heeft een motie ingediend die een dergelijke verbreding van het gedoogbeleid mogelijk maakt. De teelt en de toevoer van soft-drugs wordt ontdaan van criminele karakter. De motie is inmiddels gesteund door een meerderheid in de Tweede Kamer. Ondanks de kamermeerderheid verklaarde minister Korthals dat hij de motie niet zou uitvoeren. De voornaamste reden die Korthals gebruikt om de motie van de kamer naast zich neer te leggen, is de vrees voor internationale problemen. Landen als Frankrijk, de Verenigde Staten en Duitsland zouden op hun achterste benen gaan staan en hetzou Nederland in een isolement kunnen brengen. Korthals vergeet echter dat hij de motie van Apostolou slechts het 'gedogen' van de teelt en de aanvoer regelt, niet de legalisatie ervan. Hierdoor zou Nederland formeel binnen de marges van de internationale verdragen blijven. Korthals heeft gelijk wanneer hij voorziet dat ondanks die formele juistheid het te verwachten is dat een aantal landen protest zullen aantekenen. Het is de vraag of Korthals zich daar iets van aan hoeft te trekken. De opvattingen die bijvoorbeeld de Franse president Chirac over het Nederlandse drugsbeleid debiteert zijn inderdaad niet mis te verstaan en uiterst negatief. Maar in hoeverre kan een land als Frankrijk deze grote woorden hard kan maken? Veel Franse burgemeesters voeren op lokaal niveau een soft-drugs beleid dat inwisselbaar is met dat van hun Nederlandse collega's. In een stad als Parijs, aan de voeten van de President dus, wordt een soft-drugs beleid gevoerd dat allerminst wordt gekenmerkt door de harde repressie die Chirac voorstaat. Het zelfde geldt voor een aantal grote plaatsen in de Verenigde Staten. In een aantal deelstaten van Duitsland worden onderdelen van het Nederlandse softdrugsbeleid zelfs openlijk gekopieerd. Met andere woorden: het Nederlands parlement heeft niet alleen het gelijk, maar ook de internationale praktijk aan haar kant. Het zou de minister van Justitie sieren het buitenland daar fijntjes op te wijzen en de internationale bluf zou trotseren. Het huidige gedoogbeleid is alleen te verdedigen wanneer het daadwerkelijk als 'overgangssituatie' wordt gehanteerd. Het 'open-einde' karakter dat het gedoogbeleid nu heeft is onjuist. Een gedoogbeleid waar duidelijke toetsingsmomenten en evaluaties ontbreken , verliest het karakter van 'overgangsmaatregel' en neigt naar politieke laf- laksheid. De legalisering van softdrugs moet uiteindelijk het doel zijn. Alle stappen die tot die tijd in die richting kunnen worden ondernomen, dienen gezet te worden. De overheid krijgt de burger niet meer van de joint af, en moet dat ook niet willen. Met de uiteindelijke legalisatie wordt het beleid realistischer, veiliger, beter te handhaven en duidelijk. Daarom: Korthals, wees verstandig. Voer de motie Apostolou uit, trotseer de internationale grootspraak en zet de volgende stap richting de legalisering van softdrugs. Boris van der Ham voorzitter Jonge Democraten, de jongeren gelieerd aan D66. Jelmer Uittentuis DWARS, Groenlinkse jongeren.