Home>>In de media>>Kleine landen geven europa stuwkracht (Volkskrant)

Kleine landen geven europa stuwkracht (Volkskrant)

01 jun 2005

In de Volkskrant van 1 juni 2005 stond een artikel waarin ik pleitte voor kleine landen en regio's in Europa. Het verscheen op de dag dat er voor de eerste keer een referendum werd gehouden in Nederland. Dat referendum kwam er door een initiatief van mijzelf, Farah Karimi (GL) en Dubbelboer (PvdA) en ging over de Europese Grondwet.

Dat een groot land als Frankrijk "Nee" heeft gezegd tegen het grondwettelijk verdrag is voor ons een goede reden om "ja" te stemmen. De toekomst is immers aan de kleine lidstaten en de regio's.

De regio's en de kleinere landen beleven in Europa een bloeitijd. Een mooie illustratie hiervan kreeg ik toen ik enige tijd geleden in Barcelona een enorme manifestatie bijwoonde voor meer zelfstandigheid van de regio Catalonië in Spanje. Verschillende politieke en maatschappelijke organisaties, van links tot rechts (en allemaal voor een zelfstandiger Catalonië) kwamen bijeen enorm plein. Een dame besteeg daar het spreekgestoelte en sprak met groot gevoel voor ironie en overtuiging over de zelfstandigheid van Catalonië: "Eerst werd Portugal onafhankelijk van Spanje, toen Nederland, en straks ook Catalonië!"�. Een opmerkelijke rol was weggelegd voor de Europese vlag die de hele tijd een prominente plaats had naast de Catalaanse vlag. De Europese Unie werd gezien als welkome vervanging voor de macht vanuit Madrid die hen jarenlang hun identiteit ontzegde. De vreedzame wijze regio's steeds meer eigen positie krijgen in Europa is opmerkelijk.

Een verklaring voor deze ontwikkeling kan worden gevonden in het boek "The Size of Nations" van Alberto Alesina en Enrico Soplaore. De auteurs stellen dat door de ontwikkeling van het internationaal recht en de wereldwijde vrijhandel steeds minder druk is om grote politieke unies aan te gaan, zoals in aan het begin van de vorige eeuw wel het geval was. Als we deze analyse doorredeneren naar de schaal van de Europese Unie gaat die analyse ook op.

Ook veel van de nationale staten waar Europa uit bestaat zijn de afgelopen eeuwen immers begonnen als noodzakelijke, maar vaak ook geforceerde politieke unies. Een land als Duitsland, Spanje maar ook Groot Brittanië zijn eerder samengeraapte constructies van verschillende regio's. dan echte nationale eenheden. Ze ontstonden omdat er samengewerkt moest worden om oorlog te voeren en een afzetmarkt te vormen voor de eigen industrie. Onder die druk werden de regionale identiteiten vaak weggedrukt. Door de Europese samenwerking is deze krampachtige insnoering in (met name de grote landen) losser gemaakt, waardoor regio's en kleine landen steeds meer ruimte hebben gekregen zichzelf te zijn; De voorwaarden voor behoeften als vrijheid, vrede en welvaart waren immers door de Europese samenwerking verzekerd.

De gevolgen van deze ontspanning zie je door heel Europa. In Duitsland hebben de deelstaten een grote beleidsvrijheid; Binnen Groot Brittanië heeft Schotland sinds enkele jaren, na lang aandringen, een eigen parlement, en ook Wales heeft hier uitzicht op. In Frankrijk heeft Bretagne een groeiende eigen positie. België (een "geconstrueerde" land bij uitstek) heeft door Europa eindelijk een vreedzame splitsing tussen Vlaanderen en Wallonië kunnen vormgeven.

De kleinere landen zullen een steeds belangrijker rol vervullen in Europa. Bijvoorbeeld door elkaars steun te zoeken. Maar ook met de steeds zelfstandiger wordende regio's binnen grote landen, zullen coalities gevormd worden. Een aantal regionale en lokale overheden in Duitsland en Frankrijk, bijvoorbeeld, omarmen nu al delen van ons softdrugsbeleid. De Benelux (de samenwerking tussen België, Nederland en Luxemburg) was in het verleden dè stuwende kracht achter de Europese opbouw. Die rol moet zij hervinden. Nog steeds zijn er enorm veel contacten tussen de Benelux en andere regio's. zoals de Baltische Staten, de Scandinavische landen (De Noordse Raad) en met de Visegrad-landen (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije). Europese regio's hebben vaak gemeenschappelijke thema's die ze belangrijk vinden en waarop ze initiatief nemen. Zo hielden de Benelux, de Noordse Raad en de Baltische Staten in 2004 nog een conferentie over duurzaam energiegebruik. Kleine landen en regio's zullen steeds vaker kopgroepen vormen om beleid te versnellen en bijvoorbeeld meer te doen aan een gemeenschappelijk milieubeleid. Kleinere landen zijn slagvaardiger en sneller in staat zich te verhouden tot nieuwe omstandigheden. De europese grondwet geeft hen daar alle ruimte voor.

De flexibiliteit en vernieuwende kracht van kleine landen en regio's voelt voor een log, groot land als Frankrijk echter als een bedreiging. Het feit dat kleine landen via de europese grondwet de 40 miljard kostende landbouwsubsidies onder democratische controle willen brengen zagen invloedrijke conservatieve boerenlobby's als één van de voornaamste redenen om tegen de grondwet te pleiten. Reden te meer voor de eigenwijze Nederlanders om op 1 juni vóór het grondwettelijk verdrag te stemmen.

Kleine landen en regio's worden door de Europese samenwerking versterkt. Dat biedt grote kansen voor Nederland als golfopwekker van verandering.

Boris van der Ham is Tweede kamerlid voor D66 en is een van de initiatiefnemers van het referendum over de Europese Grondwet.