Home>>In de media>>Kent Vogelaar de Verlichting? (NRC-Next)

Kent Vogelaar de Verlichting? (NRC-Next)

18 jul 2007
Kent vogelaar de verlichting nrc next1

Op woensdag 18 juli 2007 verscheen er een artikel van mijn hand in NRC-Next over de discussie rond de 'Joods-christelijke' traditie van Nederland. In dit artikel stel ik dat het werkelijke bindmiddel in onze samenleving de grondrechten zijn. "Welk altaar kan hij zich verschaffen die de majesteit van de Rede schendt?"

------

PvdA-minister Ella Vogelaar wil dat moslims zich thuis voelen in Nederland. Om dit te bereiken oppert ze dat Nederland in de toekomst niet langer een joods-christelijk land zal zijn, maar een "land dat uitgaat van een joods-christelijke-islamitische traditie". Na deze uitspraken leek het land weer te klein. Zowel vanuit PVV, SGP, ChristenUnie en VVD-hoek werd er schande geroepen. Nederland zou volgens hen in de eerste plaats een "Joods-Christelijke"-traditie hebben. Gesteld werd dat die traditie verantwoordelijk is voor onze tolerante samenleving, gelijkheid tussen man en vrouw en de scheiding tussen kerk en staat.

Zowel Vogelaar als haar tegenstrevers lijken weinig besef te hebben van de werkelijke bedding van onze vrije samenleving. Dat de "Joods-Christelijke" traditie verantwoordelijk wordt gehouden voor onze vrijheden is een nogal merkwaardig statement. In de verschillende heilige boeken -zowel de christelijke, joodse als islamitische- vallen immers veel teksten te lezen die haaks staan om de wijze waarop wij onze samenleving heden ten dage willen inrichten. Zaken als scheiding tussen kerk en staat, gelijke behandeling en de rechtstaat zijn dan ook geen religieuze verworvenheden, maar komen voort uit de omarming van de de uitgangspunten van de Verlichting, waarin juist de almacht van religieuze wetten werden onderworpen aan rationaliteit en vrijheid.

De grote vooruitgang van de Verlichting en de daaruit voortvloeiende grondwet was dat Nederlanders voortaan werden beschouwd als vrije en gelijke individuen: religie werd een privé-zaak in de grondwet van 1813. De overheid mengde zich voortaan niet meer in de godsdienst, zolang de wet niet werd overtreden. Pas toen de verlichting het pleit in Nederland won, kregen we een echte rechtstaat, waarbij ook een geformaliseerde vrijheid van godsdienst werd ingevoerd. Eindelijk mochten Rooms-katholieken en Joden in het door protestanten gedomineerde Nederland openlijk hun geloof belijden. Dat hadden ze dus te danken aan de liberale waarden, niet aan religieuze.

Niet religie is wat we delen - er zijn immers miljoenen humanisten en atheïsten in Nederland - maar onze grondwettelijke vrijheden. Het sublieme aan de vrijheid van meningsuiting, de gelijkheid van man en vrouw, en de vrijheid van godsdienst is dat ze voor iedereen gelden. Anders dan religieuze wetten, sluiten de grondrechten niemand uit. Onze Grondwet zorgt ervoor dat mensen met verschillende achtergronden zich vrij kunnen ontplooien in Nederland, ongeacht hun religie, sekse, seksuele voorkeur of godsdienst.

De traditie waar Nederland echt trots op moet zijn is daarom niet zozeer niet Joods-christelijk, maar de liberale, vrijzinnige traditie. Die heeft er voor gezorgd dat er een grote mate van vrijheid is voor verschillende religies in dit land, maar ook voor hen die voor een andere levensovertuiging kiezen of ze met kritiek bestoken. Als we het dan hebben over de toegevoegde waarde van de islam voor de Nederlandse samenleving, dan moet het in die context worden geplaatst.

Het gros van de moslims is inmiddels al lang bezig zich te 'verlichten' en maken hun eigen keuzes binnen hun geloof. Met horten en stoten komt er steeds meer discussie op gang over onderwerpen als vrouwenrechten, homoseksualiteit en afvalligheid. Het zou fantastisch zijn als Nederland een van de plaatsen zou worden waar een Europese en verlichte islam zich zou ontwikkelen. Dat debat -dat nu al op felle wijze gaande is- past in een lange unieke traditie van Nederland waar ook andere religies zich zijn gaan verhouden tot de uitgangspunten van de verlichting.

De overheid heeft in dit proces de voorname taak om de uitgangspunten van onze rechtstaat te benadrukken, zoals die ook van toepassing zijn op andere levensovertuigingen. Of zoals een van de grondleggers van de Verlichting, Spinoza het zo mooi zei: "Welk altaar kan hij zich verschaffen die de majesteit van de Rede schendt?" De fout die minister Vogelaar maakt -maar ook Wilders en Rutte- is dat ze moslims met hun uitspraak benadert op het godsdienstige gedeelte van hun identiteit. Allen miskennen daarmee het belang dat we in Nederland in de eerste plaats mensen aanspreken als vrije individuen. Ze versterken zo ook nog eens de positie van de orthodoxe moslims ten opzichte van de vrijzinnige. De orthodoxen vinden immers dat de religieuze identiteit allesbepalend is en vóór grondwettelijke vrijheden gaat.

Het heeft er de schijn van dat Rutte puur vanuit een reflex de "joods-christelijke"? traditie aanvoert om een waterscheiding aan te brengen met de islam. De VVD verhaspelt hierbij de liberale traditie en de verlichte, seculiere Grondwet met de joods-christelijke traditie. Anderzijds vergaloppeert Vogelaar zich door nieuwe Nederlanders vooral aan te spreken op hun particuliere religieuze identiteit. Beiden vergeten bovendien dat er grote groepen zijn - atheïsten, humanisten en vrijzinnigen in alle religieuze stromingen - die zich door al deze godsdienstigheid van de politiek in de hoek gedrukt voelen.

Hoe diverser de samenleving, hoe neutraler de staat zich dient op te stellen. Van zowel een liberaal als Rutte als een socialiste als Vogelaar mag meer affiniteit met de Verlichting en de scheiding van kerk en staat worden verwacht.

Boris van der Ham Tweede Kamerlid D66