Home>>In de media>>Het recht ongelovig te zijn dient ook gelovigen (Trouw)

Het recht ongelovig te zijn dient ook gelovigen (Trouw)

09 dec 2014
Het recht ongelovig te zijn dient ook gelovigen trouw

In Trouw (en in de Huffington Post) stond een opinieartikel van verschillende voorzitters van Humanistische Organisaties wereldwijd. Het Nederlandse Humanistisch Verbond nam hiertoe het initiatief, vanwege het uitkomen van het 'Freedom of Thought report 2014. In veel landen worden ongelovigen vervolgd. Dat vraagt om actie van ongelovigen, maar ook gelovigen.

Afgelopen jaar werd het gruwelijke gezicht van religieus fundamentalisme zichtbaarder dan ooit. Tegelijk neemt wereldwijd ook de groep atheïsten, humanisten en religieus 'ongebonden' gestaag toe. Ongelovigen vormen, volgens onderzoek van het Pew Research Center in Washington DC, met 16,3 procent de grootste levensbeschouwelijke stroming, na het christendom en de Islam. Op veel plaatsen in Europa en Oost-Azië zijn ongelovigen zelfs in de meerderheid. Een derde van de dertigminners in de Verenigde Staten omschrijft zichzelf als niet-religieus.

De rechten van deze groeiende groep wereldburgers staan echter voortdurend onder druk. In veel landen worden ongelovigen bij wet achtergesteld of is er sprake van grote sociale druk. Zelfs in Amerika en Turkije kan openlijk atheïsme je carrièrekansen schaden. In de islamitische wereld is het nog vele malen erger. In dertien Islamitische landen riskeer je de doodstraf bij ‘ongeloof’ en ‘afvalligheid’.

Uit het ‘Freedom of Thought report 2014’ blijkt bovendien dat diverse overheden dit jaar kozen voor een directe aanval op ongelovigen. De Maleisische premier Najib Razak bestempelde atheisme, humanisme en secularisme tot ‘een bedreiging voor de islam en de staat zelf’. Het Egyptische ministerie van Jeugd voerde campagne tegen jongeren die via social media hun ongeloof uiten. Saoedi-Arabië stelde atheïsme bij wet gelijk aan terrorisme, strafbaar met de dood. Eén van de slachtoffers van deze strijd tegen ongeloof is de Saoedische Raif Badawi. Zijn straf voor het opzetten van een liberale website werd onlangs nog verhoogd tot tien jaar gevangenis en 1000 zweepslagen.


Deze mensenrechtenschendingen vragen om luid internationaal protest, van niet-religieuze, èn religieuze organisaties. Want waar de rechten van ongelovigen onder druk staan, lijden religieuze minderheden meestal ook. Zo werd in Soedan Meriam Ibrahim dit jaar ter dood veroordeeld toen ze zich van de islam tot het Christendom bekeerde. Pas na grote internationale druk kon ze haar land ontvluchten. Asia Bibi, een Pakistaanse christelijke vrouw, is er beroerder aan toe. Het hoger beroep tegen haar doodstraf werd in oktober verworpen. Ook gematigde of vrijzinnige moslims zijn dikwijls het doelwit van vervolging. Anders-geloven staat voor fundamentalisten gelijk aan goddeloosheid en goddelozen zijn voor hen legitiem doelwit van geweld.

Zelfs in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties staat het recht op ongeloof onder druk. De Organisatie van Islamitische landen probeerde jarenlang via een verbod op ‘belediging van religie' de vrijheid van levensovertuiging aan banden te leggen. Deze pogingen lijken voorlopig gestuit, maar o.a. Rusland en de islamitische landen zijn inmiddels een pleidooi gestart om zogenaamde 'culturele tradities' en 'het gezin' te beschermen. Achter deze op het oog onschuldige termen gaat opnieuw een strategie schuil om religiekritiek en afwijkende levensovertuigingen in te perken.

Dit Paard van Troje moet scherp worden bestreden. Eenvoudig is dat niet, omdat notoire schenders van mensenrechten – zoals Pakistan en Saoedi-Arabië – lid zijn van de VN Mensenrechtenraad. Komend jaar worden zij daar zelfs versterkt met onder meer Bangladesh, Nigeria en Qatar. Wil de Mensenrechtenraad geen totale aanfluiting worden, dan moeten pogingen van deze leden om mensenrechten te herinterpreteren en in te perken op het hoogste niveau worden bestreden.

Juist nu verdient het fundamentele recht om niet te hoeven geloven internationale aandacht, zowel politiek als maatschappelijk. Dat recht is niet alleen in het belang van de wereldwijd groeiende groep atheïsten, humanisten en ongebondenen, maar dient ook gelovigen en religieuze diversiteit. Iedereen heeft immers het recht als ‘ongelovig’ te worden ervaren door de ander, ook binnen religieuze groeperingen. De strijd om seculiere waarden is dan ook geen gevecht tussen religie en atheïsme, maar tussen dwang en individuele vrijheid.

Boris van der Ham, voorzitter Humanistisch Verbond

Sonja Eggerickx, Voorzitter IHEU,

En de vertegenwoordigers van Amerikaanse, Britse, Schotse, Noorse en Belgische humanistische organisaties

Steun de actie op www.humanisme.nu