Home>>In de media>>"Het ontbreken van een mediacircus is pas echt schadelijk " (Trouw)

"Het ontbreken van een mediacircus is pas echt schadelijk " (Trouw)

18 sep 2014
Het ontbreken van een mediacircus is pas echt schadelijk trouw

In dagblad Trouw mijn artikel over Prinsjesdag en de Algemeen Politieke Beschouwingen. Smalend wordt wel gesteld dat deze dagen een groot mediacircus en 'theater' zijn. Bovendien gaan steeds meer taken naar Europa en gemeenten. Dus is het Binnenhof nog wel het politieke hoofdtoneel? Ik stel dat het de lokale politiek jammerlijk ontbreekt aan publiek en journalisten. Dit levert een groot probleem op bij de controle op de miljarden euro's die lokaal nu verdeeld gaan worden. Ik stel: 'was de lokale democratie maar iets meer een mediacircus en een theater.'

-----

Het Binnenhof is niet meer het hoofdtoneel

Op theatrale wijze betrad de koning dinsdag de Ridderzaal en gisteren volgde het circus rond de debatten over de nieuwe plannen van de regering. Het Binnenhof is echter steeds minder het vanzelfsprekende hoofdtoneel van de politiek.

De afgelopen decennia zijn steeds meer bevoegdheden overgedragen aan de Europese Unie. Sinds de jaren negentig zijn daarnaast veel overheidstaken verzelfstandigd of geprivatiseerd. Lange tijd waren deze uitplaatsingen van macht hip in bestuurlijke kringen: alles werd toegejuicht, zonder al te veel naar de voorwaarden te kijken. Door schade en schande wordt daar nu realistischer over gedacht. Juist daarom is het raar dat de nieuwste bestuurlijke mode, decentralisaties naar gemeenten, opnieuw zo kritiekloos wordt omarmd.

Publieke rol

In hoog tempo zijn taken overgedragen aan lokale overheden, zoals de sociale zekerheid. Met redelijk succes, en vaak ontstaat dan de politieke neiging om er helemaal in door te slaan. Volgend jaar komt er een belangrijk deel van de gezondheidszorg bij, en wat volgt daarna?

Als er al kritiek is op dit proces, dan krijgt Den Haag het verwijt dat de overheveling gepaard gaat met bezuinigingen. Ook is er twijfel of kleinere gemeenten zulke grote taken wel aankunnen, en dus wordt gepleit voor gemeentelijke herindelingen. Tegelijk betwist geen enkele partij de gedachte dat de lokale overheid 'het dichtst bij de burger staat'.

Maar wat zijn de feiten? In relatief kleine gemeenten spelen de gemeenteraad, de burgemeester en de wethouders nog wel een publieke rol. Maar hoe groter de gemeente, hoe minder de kiezer zijn politici kent. Zeker in grote plattelandsgemeenten - vaak zielloze vruchten van eerdere herindelingen - wordt de onderlinge samenhang op de proef gesteld.

Lokale media

Miljarden euro's liggen in de handen van lokale bestuurders die gecontroleerd moeten worden door gemeenteraadsleden die deze taak er in de avonduren bij doen. De omloopsnelheid van raadsleden is daardoor hoog, de continuïteit laag en de herkenbaarheid beperkt. De lokale kranten, internetsites, radio- en televisiestations lijden veelal een kwakkelend financieel bestaan, en zijn nauwelijks in staat de lokale politiek en elkaar scherp te houden.

Intussen ligt de opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen nog altijd vele malen hoger dan bij welke Europese of lokale verkiezing ook. Hoewel kiezers en bestuurders schelden op de Haagse politiek, wensen ze dat veel onderwerpen toch op een voor iedereen herkenbaar podium worden besproken en besloten, omdat het om wezenlijke publieke vraagstukken of essentiële diensten gaat.

Zeker, er wordt gesmaald over het feit dat Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen een mediacircus zijn. Maar het ontbreken van zo'n spektakel is een groter probleem. Prinsjesdag is het resultaat van tweehonderd jaar opgebouwde herkenbaarheid. 225 volksvertegenwoordigers, driehonderd journalisten, vele opiniemakers en belangenvertegenwoordigers storten zich op de regeringsplannen en maken voor de kiezer de dilemma's en kruisverbanden zo inzichtelijk mogelijk.

Er is voor even een gemeenschappelijke concentratie, de neuzen staan, net als in het theater, allemaal richting hetzelfde podium. Ja, dat gaat soms gepaard met veel lawaai, onzin en valse lucht, maar ook dat wordt meestal snel blootgelegd. Het heeft in ieder geval de voorkeur boven politieke voorstellingen waarbij veelal het publiek ontbreekt en zelfs de recensent. Zolang andere podia dat essentiële evenwicht tussen spelers, publiek en critici nog niet kunnen leveren, moet de politiek zich bezinnen op de vraag of het dan wel op die podia hoort.

Boris van der Ham: oud-Kamerlid  (2002-2012) en auteur van 'De Koning Kun Je Niet Spelen' over het theater van de politiek