Home>>In de media>>Herinneringen aan mijn vader

Herinneringen aan mijn vader

03 aug 2007
Herinneringen aan mijn vader1

Deze tekst heb ik uitgesproken op de begrafenis van mijn vader, Floor van der Ham. Zijn begrafenis vond plaats op 24 juli 2007 in de Amsterdamse Vondelkerk.

Herinneringen aan mijn vader

 

Wendy en ik waren niet goed in Wiskunde.

We wilden op de Middelbare school het vak dan ook het liefst zo snel mogelijk laten vallen.

Mijn vader was niet streng, en bevool ons bijna nooit iets

Maar wiskunde laten vallen?

"Laten we het samen eens proberen."?, zei hij dan.

Het werd dus bijles. Ik kwam regelmatig langs op het lab van mijn vader, tussen de studenten. Maar ook in het weekend, bij hem thuis op de James Cookstraat

Met een gezicht als dat van een oorwurm nam ik de sommen met hem door.

Mijn vader geduldig. Altijd bereid het nog een keer uit te leggen.

Over de sinus, een soort golf, over het getal Pi,

over asymtoten- die hadden iets te maken met wiskundige formules van een kromme lijn die tot in de eeuwigheid steeds dichter een as nadert, maar "m nooit snijdt.

Wiskunde bleef in het pakket, en het werd zelfs een nipte voldoende,

Maar wat ik liever deed als ik bij hem was: op de fiets stappen en Amsterdam verkennen.

Over de grachten, door buurten waar je eigenlijk niet moet komen, langs grote monumenten, veel mensen, veel leven.

Het was in die tijd dat ik hem een rare man vond. Met gek haar, en rare verhalen. Altijd aan het werk op de universiteit. Een onbekende wereld waar ik niet zoveel mee had. Dat veranderde in de loop der jaren.

Bijvoorbeeld door zijn boekenkast in Nieuwkoop. Hij had veel boeken, en een groot aantal daarvan konden niet mee naar Amsterdam en stonden nog bij ons in een grote kast.

Soms snuffelde ik erin. Boeken over wetenschap. Maar ook literatuur. Reve, Erasmus, Menno ter Braak.

Stilaan kreeg ik steeds meer bewondering voor hem. Ook voor zijn levensverhaal. Voor het soort man dat hij was. Ik vond hem steeds minder "raar", en steeds meer "rare", engels voor zeldzaam. Boeiend.

Ook dezer dagen ben ik nog eens door zijn boekenkasten gegaan. Daar vond ik een getuigschrift uit 1953 van de commissie ter verbetering van de melkwinning in Zuid Holland: een heus melkdiploma.

In het zelfde huis een boek over psychologie met de exotische titel "De Man die zijn vrouw voor een hoed hield'. Er lagen wetenschappelijke onderzoeken van hem in zijn kast. Veel exacte onderwerpen, die te maken computers, psychologie, het leervermogen.

Een van de laatste publicaties waar hij aan meeschreef was juist heel prozaïsch. Een onderzoek naar een computerprogramma dat in staat was om aan het taalgebruik van gedichten te kunnen ontleden welke dichter het had geschreven. Met andere woorden: een poging om schoonheid te kunnen beredeneren.

Hij was niet alleen een exacte wetenschapper. Hij probeerde al die ingewikkelde wetenschappelijke onderzoeken, tot eenvoudige, grappige verhalen terug te brengen.

Met een vertraagde dictie en wat scherpe stem, twinkelende ogen, dan opeens ernstig kijkend, enkele exacte gebaren, en dan nauwkeurig formulerend, met een geamuseerde blik.

Hij vond literatuur mooi. Hij declameerde Nietzsche en Goethe. Genoot van toneel als we hem meenamen.

Hij zong opeens een paar strofen uit het "Hijgend hert der jacht ontkomen". Vond hij een spannend lied. Hij beeldde zich dat hert in. En deed het hijgen ervan na.

Hij vertelde met liefde over zijn jeugd in Meerkerk, waar hij dit soort liederen had geleerd. Ome Arie kwam dezer dagen met verhalen over kattekwaad dat hij uithaalde op de boerderij. Verhalen als uit een schelmenroman. Dat hij wegvluchtte voor een buurman, en een sloot voor een grindpad aanzag. Hij plonste erin.

Dat Riek Kok, die in de hongerwinter bij de Van der Hammen inwoonde, de beide broers voorlas in bed, totdat hun moeder Riek weer in haar eigen bedje legde.

Paarden tekenen. Daar was hij heel goed in.

Een paar jaar geleden vertelde hij me dat hij die nacht van Meerkerk had gedroomd. Hij kreeg kersensap van zijn moeder. Buiten regende het, hij rook het frisse gras, en zijn moeder stopte hem voor het slapen extra in.

Hij deed in één jaar de HBS, met tienen voor wiskunde en natuurkunde, en een heuse onderscheiding van de Franse ambassade voor zijn hoge cijfer in de Franse taal. Als een van de eerste -zoniet de eerste- in zijn familie ging hij studeren aan de universiteit. Na zijn diensttijd werd het Amsterdam. Met grote monumenten, grachten, veel mensen, veel leven. Ik begon me in hem te herkennen. Hij vond het fantastisch. Avontuur, spanning!

In de zomer kwam hij bij zijn vader op het land werken om een deel van de kosten van zijn studie te kunnen meeverdienen.

Ijverig

Ik heb veel geleerd van zijn grote trouw. Hoe hij contact onderhield met veel familieleden. Maar ook collega's en oud collega's.

Het grootste betoon van trouw was in zijn verhouding met mijn moeder. Hij leerde haar kennen begin jaren zestig. Op de bruiloft van ome Arie en tante Marie kwamen ze elkaar tegen. Als kinderen hadden ze elkaar wel eens eerder ontmoet. Maar nu waren ze volwassen. Ze zaten tegen over elkaar tijdens de bruiloftsmaaltijd. Mijn moeder moest 's avonds weer terug naar Rotterdam. Mijn vader naar Amsterdam. Hij was zo galant om met haar op te reizen via Rotterdam. Hij mistte daar natuurlijk de trein en bleef bij de familie Kok slapen. Daarna bleven ze lang per brief corresponderen. Op een keer kwam mijn moeder in Meerkerk logeren. Het was erg koud. Toen ze 's ochtends op haar kamer een grote emmer met koud water kreeg om zich te wassen, stond daar een vliesje ijs op. "Daar was ik me niet in hoor Floor!"? Mijn vader maakte voor haar een keteltje heet water om het water wat draagbaar te maken.

Ze werden verliefd.

Ze verloofden zich en trouwden in 1964. Samen trokken ze Europa in. Zwitserland, Frankrijk. Ze woonden in Amsterdam en later Nieuwkoop. Adrie kwam logeren. Wendy en ik werden geboren. Terwijl mijn vader pijp zat te roken in de voorkamer, aan het werk, Wendy en ik aan het spelen waren, speelde mijn moeder Watermusic van Handel op het orgel. Dat zijn gelukkige herinneringen.

Vorig jaar gaven mijn vader en moeder een interview aan de Volkskrant. Ja, ze vertelde onder andere waarom ze begin jaren tachtig uit elkaar waren gegaan. Maar wat uit dat interview vooral bleek was hoe veel ze nog voor elkaar betekenden. Het was een bijzondere band. Als hij iets had, verzorgde ze hem en kwam hij weer voor een tijdje in Nieuwkoop terug. En omgekeerd. Toen mijn moeder vorig jaar ernstig ziek werd, bleef mijn vader wekenlang bij haar. De trouw die zij elkaar ooit beloofden, hebben ze meer dan waar gemaakt. We zijn hier in de Vondelkerk, vernoemd naar de toneeldichter Joost van den Vondel. Zijn beroemste strofe is

"Waar werd oprechter trouw

Dan tussen man en vrouw

Ter wereld ooit gevonden

Twee zielen aaneengegloeid

En vastgeschakeld en verbonden In lief en leed"?

Mamma, je bent nu de weduwe van een zeer trouwe vriend. We steunen je.

Doorzettingsvermogen.

Dat was ook zoiets.

Veel mensen zeiden de laatste jaren vaak: Hij ziet er wel zwak uit hoor, en hij is zo bleek. Wij zagen hoe sterk hij was. Welke ziekte hij ook kreeg, hoe levensbedreigend ook. Hij overwon het weer. Hij deed wel een stapje terug, maar hij over won het steeds opnieuw. Hij klaagde niet, maar droeg het. Ja, hij kon door zijn hersenbloeding niet altijd op alle woorden meer komen. Dat frustreerde hem niet. Hij ging er manmoedig mee om. Kon er om lachen. Hij vertelde eens "Ja, dan kwamen ze aanvliegen met een magnetron- dat is natuurlijk het verkeerde woord, maar daar kom ik zo op."? En een minuut later riep hij dan: "Helicopter!"?. Op zijn keukentafel lag een papiertje waar hij moeilijke woorden opschreef en een woordenboek ernaast om ze op te zoeken.

Niet opgeven.

Moeilijk lopen?

Het weerhield hem niet om mee naar Rome te gaan. Over de keien met een rolstoel. En elke hindernis wilde hij met me nemen. Het enorme monument van Victor Emanuel II, gingen we op, en achterwaards eraf. Dat zijn héél véél trappen. En terwijl de rolstoel het van al dat schudden begaf, en elke dag een nieuw onderdeel verloor, genoot mijn vader. Van Rome. Van Napels. Van Capri. Toen ik hem vroeg waar de volgende vakantie heen moest, zei hij: "Het Zwarte Woud."? Ik vroeg hem waarom. Hij zei: "Klinkt zo spannend..!"?

Ook laatste paar weken zette je door. Alle dokters zeiden dat het zeer moeilijk zou worden, maar hij liet ze toch weer versteld staan. Mijn vader leek wel een beetje op zo'n lijn, op dat met die asymtoot- zo'n wiskundige formule van een kromme lijn die steeds dichter een as nadert, maar "m nooit snijdt. Mijn vader werd wel steeds zwakker, halveerde steeds opnieuw, naderde steeds dichter het einde, maar dóód ging hij niet. Dat leek zijn asymtoot.

Maar mensen zijn geen wiskundige formules.

Ze zijn organisch, en dat heeft zijn eigen logica. Hij sneedt de eeuwigheid, uiteindelijk, wel.

Wat zal ik missen?

Ik zal missen het "Hallo"? aan de telefoon.

Ik zal je droge humor missen.

Je wijze blik Ik zal je missen als opa voor Gaia.

Je charme, waarmee je iedereen inpalmde.

Toen een dag voor je sterven mijn moeder kon langskomen, veerde je op en zei: "Laura, wat zie je er goed uit!"?

Hoeveel mensen wel niet tegen me zeiden: wat een mooi gezicht heeft hij.

Dat je opeens, onverwachts, opdook op een partijcongres; dat je weer en wind had getrotseerd om even een uurtje aanwezig te zijn. Zoals deze lente. Dat je achter me stond, met een boterham in je handen en een glaasje melk. "Moet je dit hebben?"

Hoe je ons vroeger 's avonds naar de film meenam, over een met neon-verlicht Leidseplein, Wendy aan de ene hand, en ik aan de andere.

Jeugdtheater de Krakeling.

Ik zal het missen dat -als we de laatste jaren afspraken in de stad- je altijd minstens een half uur te vroeg was.

Als het zonnig weer was, stond je bij een paar straatartiesten te kijken. De wangen bollend, op je tenen over de omstanders kijkend.

Als het slecht weer was, stond je er ook, vaak met een merkwaardige muts, die de oren goed warmhield. Was je zo vroeg, om maar niet te laat te zijn? Of kon je niet wachten om weer in de stad te zijn?

Dat ik aan kwam lopen, en jou daar al in de verte zag staan. Op het Muntplein. Beetje schuivelend, wachtend tot we iets leuks gingen doen. Een film, een lange wandeling, wat eten. Kleine, grijze man. Dat zal ik missen.

Een paar dagen voordat je onverwachts werd opgenomen in het ziekenhuis vertelde je dat je gedroomd had dat je bij een jonge dominee langsmoest. En dat je daar zenuwachtig voor was. Hier ben je dan.

Een jonge dominee is er.

Wij ook.

Maar je hoeft niet zenuwachtig te zijn.

We houden van je.

Wij allemaal