Home>>In de media>>Geef ons echt wat te kiezen (het Parool)

Geef ons echt wat te kiezen (het Parool)

06 dec 2001

Op 6 december 2001 verscheen er in het Parool een artikel van mijn hand over het functioneren van het referendum in Nederland. Naar aanleiding van het referendum dat werd gehouden in Zaanstad, pleit ik voor een referendum met meerdere keuzes.

"Nee". Dat simpele antwoord gaven de inwoners van Zaanstad afgelopen woensdag op de vraag of er een groot gevangeniscomplex mocht verrijzen in een natuurpark in hun gemeente. De buurtbewoners rond het park waren de afgelopen maanden zeer actief geweest om de plannen van de gemeente te torpederen. De gemeente besloot een referendum uit te schrijven over het onderwerp. Hoewel de wethouders hadden voorspeld dat er niet voldoende kiezers zouden opkomen en de uitslag dus ongeldig zou zijn, gebeurde het omgekeerde. Op de uitslagavond verklaarde burgemeester Ruud Vreeman, met het gezicht van een oorwurm, blij te zijn met de "grote betrokkenheid" van de burgers. Hij voegde er wel fijntjes aan toe dat het wel "erg moeilijk" wordt als er steeds referenda plaatsvinden over dit soort bouwprojecten. In een interview met het Parool (29 november) stelde hij zelfs dat referenda "verlammend" werken op veranderingen: "Mensen zeggen nu eenmaal eerder nee dan ja. ("¦) De eerste reflex is altijd nee."? Kortom: Is het referendum wel zo'n goed instrument? Deze vraagtekens bij het referendum zijn niet nieuw. In een aantal gevallen leidde ze tot grote frustratie. In Amsterdam, bijvoorbeeld, haalden de meeste referenda de opkomstdrempel niet of ontaarden ze in een simpele proteststem. Zowel voor bestuurders als voor de bevolking waren die uitslagen teleurstellend. Die teleurstelling is begrijpelijk, maar is een logisch gevolg van de wijze waarop referenda over het algemeen worden toegepast in Nederland. De huidige praktijk van gemeentelijke referenda is dat de bevolking meestal slechts de keuze krijgt tussen "ja" of "nee" tegen een voorstel. Met zo'n beperkte keuzemogelijkheid wordt geen aandacht geschonken aan de alternatieven voor het voorliggende plan. Zo hadden de Amsterdammers dit voorjaar bij het referendum over de nieuw te vormen Deelraad-Binnenstad ook slechts de keuze tussen "ja" en "nee", terwijl de tegenstanders van het plan een concreet alternatief hadden: Geen deelraad, maar wel een aparte wethouder voor de Binnenstad. Waarom stond die optie niet op het stembiljet? Ook de tegenstanders van de herinrichting van de Grote Markt in Groningen hadden zinnige alternatieven voor de bouwplannen van hun gemeente, maar ook die lagen niet voor aan de kiezers. Door de keuzemogelijkheid te beperken tussen een voor- en tegenstem wordt er niet ingegaan op constructieve bijdragen van de bevolking. Het is dan logisch dat hun bereidheid om ergens "voor" te stemmen niet groot is; de proteststem is dan de enige uitlaatklep. Een alternatief voor deze praktijk is het toepassen van een referendum met meerdere keuzemogelijkheden. Naast het voorgestelde plan van de gemeente, moeten ook alternatieven komen voor te liggen. In een aantal kleine gemeenten in Nederland heeft er al zo'n meerkeuzereferendum plaatsgevonden, en met succes. Bij gemeentelijke herindelingen in onder meer Heerjansdam, Gouderak en Maurik lagen er meerdere opties voor aan de kiezer: Allereerst de vraag of de kiezer voorstander was van de gemeentelijke herindeling, vervolgens de vraag met welke gemeente er dan moest worden gefuseerd. Opvallend was dat bij deze referenda de opkomst ver boven de zestig procent lag. Door de meerdere keuzemogelijkheden kon de kiezer zijn stem meer preciseren en leverde de uitslag altijd een constructieve bijdrage. Anders dan wat John Jansen van Gaalen schreef (Parool 1 december) blijkt het bij referenda in Nederland het dus wel mogelijk om de burgers 'voor' iets te laten stemmen . In het geval van Zaanstad had de gemeente er verstandig aan gedaan naast het plan in het natuurparkje, ook een andere overwogen bouwlocatie op het formulier kunnen zetten. Daarmee was de bevolking de kans geboden om mee te denken over de voor- en nadelen van de verschillende locaties. Een referendum met meer keuze had de polarisatie tussen het standpunt van de gemeente en de bevolking verminderd en de inhoudelijke discussie verbeterd. Het meerkeuzereferendum kan, mijns inziens, zelfs nog iets verder gaan. Bij de totstandkoming van de alternatieven zou de bevolking in staat moeten worden gesteld zelf ideeën te ontwikkelen en als alternatief aan te dragen. -Aanvragers van een referendum moeten worden verplicht een of meerdere alternatieven aan te dragen voor de plannen van de overheid. -Indien de overheid zelf een referendum uitschrijft moet de bevolking de ruimte krijgen om alternatieve plannen in te dienen. -De alternatieve plannen moeten passen binnen een vooraf gesteld financieel kader en mogen niet indruisen tegen bestaande wet en regelgeving. -Elk voorstel dat het benodigde aantal handtekeningen haalt en aan de eisen voldoet komt op het stembiljet. -Ook de overheid mag zelf meerdere alternatieven voorleggen. De politiek heeft met deze vorm van referendum een middel om aan de boze burger een wedervraag te stellen: "wat wilt u dàn?". Aan de andere kant prikkelt het de bevolking om met eigen ideeën te komen en niet te berusten in een simpele tegenstem. Met deze toepassing kan de bevolking actief meedenken over een heikele kwestie en wordt de politiek gedwongen om de alternatieven van burgers serieus te nemen. Kiezers hebben immers meer te zeggen dan "ja" of "nee". Boris van der Ham Oud-voorzitter Jonge Democraten (D66)