Home>>In de media>>Debat: Atheisme en Wetenschap (Sophie)

Debat: Atheisme en Wetenschap (Sophie)

06 nov 2013
Debat atheisme en wetenschap

In het tijdschrift Sophie gingen Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, en Emanuel Rutten, wetenschapper en verbonden aan de Abraham Kuyper Center for Science and Religion, in debat over de stelling of atheisme een voorwaarde is voor het bedrijven van wetenschap. Van der Ham meent dat je minstens een agnostische inborst moet hebben.

De stelling: EEN ECHTE WETENSCHAPPER MOET WEL ATHEIST ZIJN.

Boris van der Ham:

"Mijn vader, Floor van der Ham, was universitair docent aan de Vrije Universiteit. Hij was van oorsprong wiskundige en gaf les op de faculteit Psychologie. Hij gaf ook les aan mij. Op de middelbare school blonk ik niet uit in wiskunde, en toen ik het vak wilde laten vallen, stond mijn vader erop, mij bijles te geven.

We gingen langs alle wiskundige formules. Delen, vermenigvuldigen, optellen en aftrekken − allemaal variaties van dezelfde strakke mathematische wetten. Het meest intrigerende onderwerp van zijn bijlessen was de asymptoot: een lijn die een andere lijn oneindig lang nadert, maar hem nooit zal kruisen. Die asymptoot had in mijn ogen bijna iets onwiskundigs: een eeuwig durende lijn die nooit een eindpunt kent. Toen mij werd gevraagd om te reageren op de stelling dat een goede wetenschapper agnost is, moest ik meteen aan die asymptoot denken.

Een aantal jaar geleden bezocht ik een andere wetenschapper, de Egyptische theoloog Abu Zayd. In 1995 had hij politiek asiel aangevraagd in Nederland, nadat zijn huwelijk werd ontbonden omdat hij de Koran volgens de Egyptische rechtbank te liberaal interpreteerde. Hij was uitgeweken naar de Universiteit Leiden en dacht na over een verlichte islam. Hij vertelde mij dat in islamitische landen fundamentalistische moslims opvallend vaak kozen voor de exacte wetenschappen, met een grote voorkeur voor wiskunde. Hij dacht dat dit te maken had met de ‘feitelijkheid’ ervan. Het wordt als absoluut ervaren, als onweerlegbaar – iets dat op fundamentalisten een mateloze aantrekkingkracht heeft. Met dezelfde strakheid benaderen ze vervolgens theologie, geschiedenis en politiek. Door hun afkeer van twijfel wordt vernieuwing, innovatie en creativiteit de kop ingedrukt.

In de zestiende eeuw werd deze neiging van fundamentalisten ook al door Erasmus waargenomen. In Lof der Zotheid beschrijft hij hoe idioot de geloofregels soms zijn, net als de hysterische overgave waarmee mensen zich eraan willen houden. Hij schreef: ,,Bijzonder vermakelijk is het om te zien hoe ze bij alles wat ze doen zich houden aan bepaalde voorschriften, alsof het wiskundige formules zijn.’’ De fundamentalisten wilden alles tot op de millimeter nauwkeurig gereglementeerd hebben.

Impliciet zeggen Abu Zayd en Erasmus eigenlijk hetzelfde. Wetenschap, maar ook de samenleving als geheel, kan niet zonder twijfel, zonder bandbreedtes. Het leven laat zich niet vangen in de engte van ooit vastgestelde regels. Ik val hen hierin graag bij. Je zult open moeten staan voor nieuwe inzichten en ervaringen. Zonder nieuwsgierigheid is een vrije samenleving gedoemd af te glijden naar het spookbeeld van de rechtlijnigheid.

Maar is religie überhaupt te combineren met wetenschap? Moet je niet per definitie een atheïst zijn als wetenschapper? Dat is me ook te fundamentalistisch. Dat doet bovendien onrecht aan de grote diversiteit aan humanistische religieuze denkers, zoals de al genoemde Abu Zayd en Erasmus. Vrijdenker Baruch de Spinoza noemde zichzelf ook geen atheïst, maar zag zijn ‘God’ als de verzameling van natuurwetten, een nogal wetenschappelijk godsbeeld.

Atheïst zijn is dus niet nodig, maar een wetenschapper moet wel over een agnostische inborst beschikken. Hij moet fundamenteel de twijfel kunnen omhelzen, zelfs over God. Zonder intrinsieke nieuwsgierigheid, zonder besef dat je nog niet alles weet, zonder het lef om zelfs je meest onwrikbare persoonlijke standpunten ter discussie te stellen, wordt het lastig je werkelijk te verdiepen en nieuwe inzichten te verwerven. Het beeld van de asymptoot kan daar een bemoedigende inspiratiebron voor zijn: de zoektocht naar de waarheid is oneindig, maar we naderen haar wel steeds dichter.

Boris van der Ham is schrijver, voorzitter van het Humanistisch Verbond en voormalig Tweede-Kamerlid voor D66.

----------------------

Emanuel Rutten:

"Moeten wetenschappers agnost zijn? Wie ‘ja’ antwoordt, veronderstelt blijkbaar dat wetenschap en theïsme conflicteren. Dit is echter een laatmoderne mythe, zorgvuldig gecultiveerd door hen die graag de suggestie wekken dat godsgeloof irrationeel is.

Geen enkel wetenschappelijk resultaat is namelijk in strijd met de overtuiging dat God bestaat en de wereld schiep. Hetzelfde geldt voor alle overige overtuigingen van bijvoorbeeld het christendom. En dan hebben we het natuurlijk niet over kwesties die niet wezenlijk zijn voor het christendom, zoals de leeftijd van de aarde, of het al dan niet stilstaan ervan. Zo is het geloof in de opstanding van Jezus van Nazareth niet in strijd met de fysica. Het is immers redelijk om te veronderstellen dat God, als God bestaat, kan ingrijpen in de schepping. God hoeft hiervoor geen natuurwetten te doorbreken. De natuurwetten geven aan hoe de kosmos zich gedraagt zolang God niet ingrijpt, en kunnen daarom Gods ingrijpen in de kosmos niet uitsluiten.

Veel van de grootste wetenschappers aller tijden zagen dan ook geen conflict tussen de wetenschap en hun geloof in God. Denk in dit verband alleen al aan Kepler, Galilei, Pascal, Boyle, Leibniz, Newton, Faraday, Maxwell, Mendel, Pasteur, Kelvin, Cantor, Planck en Heisenberg.

Zijn wetenschap en godsgeloof dan met elkaar in strijd omdat we alleen wetenschappelijke inzichten over de wereld zouden moeten geloven? Dit is echter incoherent, omdat deze overtuiging zelf geen wetenschappelijk inzicht betreft, en dus zichzelf weerlegt!
Er is zelfs een diepe harmonie tussen wetenschap en godsgeloof. Zo zijn veel rationele argumenten voor het bestaan van een persoonlijke schepper deels gebaseerd op premissen die juist ontleend zijn aan wetenschap. Denk bijvoorbeeld aan het bestaan van universele en stabiele natuurwetten, het inzicht dat de kosmos een absoluut begin heeft gehad, de opmerkelijke elegantie en effectiviteit van wiskunde als beschrijvingstaal van het universum, en de opvallende finetuning van de kosmos. Bovendien maken veel godsbewijzen gebruik van allerlei moderne ontwikkelingen in de logica. Als het gaat om het rationeel argumenteren voor het bestaan van God, is de wetenschap dus een vriend en geen tegenstander. Dankzij de wetenschap is de rationele casus voor het bestaan van God tegenwoordig sterker dan ooit. Het duurt nog even voordat dit besef in Nederland doordringt.

Daarnaast vormt godsgeloof een uitstekende grond voor de overtuiging dat de kosmos een rationele orde heeft die door ons succesvol onderzocht en gekend kan worden. Het universum is intelligibel. Deze overtuiging is cruciaal voor het beoefenen van wetenschap. Wetenschap heeft immers geen zin wanneer wij niet geloven in de betrouwbaarheid van ons denkvermogen. Het verklaringssucces van wetenschap sluit dus uitstekend aan bij een theïstisch wereldbeeld.

Gelovige wetenschappers begonnen in de zestiende eeuw actief de natuur empirisch te onderzoeken om Gods scheppingswerk beter te leren kennen en om, in navolging van Francis Bacon, meer grip op de natuur te krijgen, om zo iets te doen aan het menselijk lijden. Godsgeloof kan dus een inspiratiebron vormen om zich hartstochtelijk met natuurwetenschappelijk onderzoek te willen bezighouden. En het was juist genoemd empirisch onderzoek dat de wetenschappelijke revolutie echt op gang bracht.

De mythe dat wetenschap en godsgeloof tegenover elkaar staan vertroebelt dus het zicht op hun werkelijke onderlinge relatie. Een diepgaand begrip van wetenschap en religie is essentieel om de hechte samenhang tussen beide te doorzien. Maar juist daaraan ontbreekt het in onze tijd bij velen.

Dr. ir. Emanuel Rutten studeerde wiskunde en filosofie en promoveerde in 2012 aan de Vrije Universiteit. Hij is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Science beyond Scientism project en het Abraham Kuyper Center for Science and Religion.