In de Democraat van mei 1999 schreef ik een artikel over de toekomst van de Europese Unie. Ik pleit voor een regionalisering van Europa. "Wie borrel met wie en waar?"
Prof.dr. A. de Swaan vroeg zich in zijn rede ter gelegenheid van het afscheid van Hans van Mierlo af waar de hedendaagse Van Mierlo's bijeen zouden komen om Europa de democratiseren. Waar zou E'99 worden opgericht? De Swaan: "Dat initiatief zou uiteraard weer moeten beginnen aan een caféafel. Maar waar staat die stamtafel voor Europese democraten? Welke taal zouden die geestverwanten spreken, en wie betaalt de reis en verblijfkosten?" Zo'n stamtafel is zo gevonden. Zowel in Straatsburg als in Brussel is het vergeven van EU-medewerkers voor wie het zeer eenvoudig zou moeten zijn om bij elkaar aan een caféafel te gaan zitten. Ze zijn goed ingevoerd in het reilen en zeilen van de EU en zullen ongetwijfeld in de loop der jaren, door ervaring en frustratie, lust tot verandering hebben ontwikkeld. Bovendien worden hun reiskosten al vergoed door de EU en de voertaal van de gesprekken is geen punt, want iedereen spreekt z'n talen. Als Europese democraten uit de vijftien lidstaten ergens de mogelijkheid hebben een plan te smeden, dan is het in Brussel of Straatsburg. Toch is het er (nog) niet van gekomen. Spaans homohuwelijk Ook de Europese partijen functioneren nauwelijks als 'Europese stamtafel'. Met de instelling van het Europees Parlement is destijds een poging gedaan om politieke samenwerking tussen de deelnemende landen te verdiepen: de kiezers in de EU brengen hun stem uit op de Europese lijst van nationale politieke partijen en vervolgens sluiten die partijen zich in het Europees Parlement aan bij zusterpartijen uit andere EU-landen. Socialisten bij socialisten, liberalen bij liberalen. Op papier een logische en sluitende vorm van internationale samenwerking. Toch schiet deze constructie tekort. Vraag een Spaanse liberaal maar eens naar zijn opvattingen over het homohuwelijk en je klappert met je oren. Dan blijkt een willekeurige Nederlandse christendemocraat daar heel wat genuanceerder over te denken. Ook over zoiets als het drugsbeleid lopen de verschillen dwars door ideologische scheidslijnen. Terwijl de hoofdlijnen van het Nederlands drugsbeleid hier door vrijwel alle politieke stromingen worden onderschreven, zijn een aantal zusterpartijen in Europa er ronduit tegen. De politieke samenwerking in het Europees Parlement is gebaseerd op de ideologische achtergrond van nationale partijen, terwijl bij tal van vraagstukken andere lijnen lopen, die meer politiekcultureel en regionaal liggen. Zo komt Nederlands beleid op het gebied van ontwikkelingshulp en emancipatie nauw overeen met dat van landen als Zweden en Denemarken. Op het gebied van drugsbeleid kan Nederland het goed vinden met de Catalanen in Spanje en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. De overeenkomsten in beleid hebben hier meer te maken met een politieke of maatschappelijke cultuur dan met partijpolitieke ideologie. Gideonsbendes, horzels Europa heeft last van de gedachte dat alles Europees, dus gezamenlijk moet. Als Europa naar de kroeg gaat, moeten de vijftien lidstaten koste wat kost, allemaal mee. Die gedachte houdt Europese initiatieven voor veranderingen in een wurggreep. De ervaring leert dat de beste avonden in de kroeg die in beperkt gezelschap zijn. Zoals in eerste instantie het slechts Van Mierlo en Gruijters waren die de schets zetten voor het Democratisch Appel, waren het ook 'slechts' België, Nederland en Luxemburg die met de Benelux een begin maakten aan Europese samenwerking. Ook voor de militaire samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland geldt dat, naast een gezamenlijk politiek doel, de persoonlijke affiniteit (Kohl en Mitterand) de doorslag gaf, niet de politieke kleur. Een Europa dat steeds groter en verscheidener wordt, moet meer ruimte maken voor 'groepen binnen de groep' en deze niet ervaren als een aanslag op de eenheid binnen de Europese Unie. Wil de EU geprikkeld worden, dan heeft ze horzels en Gideonsbendes nodig. Waarom neemt Nederland niet een initiatief om meer samen te werken met de noordse landen? Op milieugebied zouden ze een stevige lobby kunnen voeren. D66'ers zouden binnen de ELDR het initiatief kunnen nemen tot 'groepsvorming' met de Liberal Democrats uit Engeland en het Deense Radicales Fenster. Europese senaat Een van de doelstellingen van de Europese Unie voor de komende jaren is het versterken van de macht van de regio's binnen Europa. Daartoe is door de EU het Comitee van de Regio's opgericht. Dit comitee heeft nog nauwelijks macht in de EU en het ziet er niet naar uit dat de nationale regeringen zin hebben om op korte termijn daar verandering in aan te brengen. Dat is jammer, want naast een versterkt Europees Parlement met Europese partijen en in de toekomst hopelijk ook met een Europese kandidatenlijst, is het noodzakelijk dat de Europese burger ook op een andere manier vertegenwoordigd wordt. Om vorm te geven aan politieke scheidslijnen die anders zijn dan die van de partijpolitiek, zou overwogen moeten worden om in de toekomst het Comitee van de Regio's om te vormen tot een Europese Senaat. In zo'n systeem zou elke Europese regio een afgevaardigde kiezen, te vergelijken met de wijze waarop dat in de Verenigde Staten gebeurt. Samen met een versterkt Europarlement zou dit een realistische afspiegeling vormen van de politieke verhoudingen binnen Europa. Internationale jeugdherberg Enthousiasme voor Europa valt niet af te dwingen. Het instellen van een senaat van regio's of het organiseren van vergaderingen tussen geestverwanten, garandeert niet dat er constructief geborreld zal worden. Uiteindelijk gaat het er toch om of het klikt of niet. Dat geldt voor de politiek en dat geldt nog in veel meer voor de Europese burger. Zoiets als 'Europees burgerschap' en het gevoel van affiniteit tussen Europese burgers moeten groeien en dat heeft tijd nodig. Onder jongeren is dat proces al bezig. Door scholing en uitwisselingsprogramma's neemt het Europees besef iets toe. Verder is internationaal contact gemakkelijker geworden door internet. Maar nog belangrijker zijn de vakanties. Een vakantieliefde met een Ier of een Griek doet immers meer dan dertig EU-informatiefolders. En iedereen die ooit met een interrailkaart door Europa is getrokken, en op een slaapzaal van een jeugdherberg heeft geslapen, kent de discussies met de Franse leeftijdsgenoten over drugsbeleid, met de Denen over hun alcoholbeleid en de Tsjech die vertelt over de lidtekens van het communisme. Als De Swaan zoekt naar een Europese stamtafel, komen de jeugdherbergen van Europa op dit moment misschien nog wel het meest in de buurt. Boris van der Ham Landelijk Voorzitter Jonge Democraten